Hallo Pa,
-
Leuk dit verhaal weer eens onder ogen te mogen krijgen. Een maatje melk voor zo’n groot gezin....beslist geen vetpot dus en waar eindigde dat? Hoeveel pannekoeken met het benodigde meel kan men van 1 maatje melk produceren?.....bitter weinig lijkt mij. Afijn, voor mij hoeft melk al een hele tijd niet meer daar na het laatste melk schandaal (Melamine) melk in welke vorm dan ook door mij gemeden wordt. Ik was er overigens een groot liefhebber van.... voor het grootste gedeelte van mijn leven dat nu achter mij ligt. Wat kan men nu nog eten zonder het idee te hebben vergiftigt te worden? De hoge heren hebben het immers op onze huid voorzien nadat ze de beslissing genomen hadden (Club van Rome) om 90% van onze wereld bevolking om zeep te gaan helpen.
-
http://spokenrealism.blogspot.com/2007/11/georgia-guidestones-promote-90.html
-
Onbezorgde dagen zijn slechts weggelegt voor een gedeelte van kinderen op deze wereld, ouden van dagen die niet meer goed bij hun hoofd zijn en diegenen die denken te mogen overleven door zich medeplichtig te maken aan deze enorme misdaad tegen de mensheid en dan niet te vergeten ....het overgrote gedeelte van de mensen massa die het allemaal wel best vindt daar ze het te moeilijk vinden of te lui zijn om hun hersenen te gebruiken en dat dan maar aan de overheid overlaat om te beslissen wat goed voor hun is.
-
Proost...lust U nog een maatje?
-
FF@F
-
-
En het geschiedde in diezelfde dagen,.........Luc.2-1. .
-
Het laatste geschenk van mijn vader kwam op 2 December 1919.
-
Was het de stadsvroedvrouw van Amersfoort, of was het dr.Kamerling van de Utrechtseweg, of was het de onontbeerlijke hulp van de buurvrouw van Kalleveen? In ieder geval haalde de buurt flink adem en spiedde men naar hen, die op nr. 38 aan de bel trokken. De voordeur zal op een kier hebben gestaan en dat deed die al veertien dagen, want ook toen konden de buurvrouwen tellen. Veertien dagen later dan “uitgeteld”, en daar was hij dan eindelijk! Men pinkte een traan weg en ging verder met schrobben, dweilen, aardappelen schillen of brood snijden. Verbaasd hoorde men dan, dat dat kind wel 12 pond woog. De moeder echter besefte, dat dit negende geschenk wel wat ongelegen kwam, maar haar liefde was oneindig, zij was weer snel ter been en vader zag dat zij druk bezig was haar kinderen tot de orde te roepen.
-
De mobilisatie was net achter de rug, het schaarse voedsel werd een herinnering. Kleine Wimpie werd groter, alle kinderen werden groter, de vreugden werden groter. Er werd gedanst, er werd gezongen, vriendjes en vriendinnetjes kwamen en gingen. Even werd het stil, toen die zorgvolle vader zo plotseling uit hun leven verdween. De moeder werd getroost door de buurvrouwen. Zij hielpen elkaar, maar ook zij hadden hun slechte dagen. Er was weinig tijd voor tranen. De pastoor kwam je troosten en als je nu maar zijn taal bleef spreken, zou je niet van de honger omkomen. Gelukkig had vader een klein pensioen achtergelaten. Per kwartaal werd dat uitbetaald. Dan zag je de bakker aan de deur met zijn boekje, kruidenier Zevenboom, de slager Jans en dan zal er nog wat overgebleven zijn, want met Bertha, Johan en ik gingen wij dan met moeder naar die grote stad Utrecht. Een wandeling naar het stationsplein, en weer keek het standbeeld van Oldebarneveldt toe, toen hij die vrouw zag met drie kindertjes die aan het loket kaartjes kocht voor een tramreisje naar Utrecht.
-
Die groene tram, die na een uur van stoppen en weer optrekken, na die vele fluitjes van die in ruigzwart geklede conducteur, dan eindelijk in het centrum van Utrecht arriveerde. Daar dan al die winkels met broekjes en truitjes, met die pingelende moeder en die Jodenman, die kermde, dat hij “faljiet”zou gaan. Dan als alles gepast en goedgevonden was, werd nog vergeefs over de prijs onderhandeld, de winkel met haar kindertjes verlaten en dan, ik hoor en zie het weer voor m’n geest, kwam die Jodenman achter haar aan en riep, dat ze haar zin zou krijgen. Moe grinnikte en wij keken toe hoe die zwarte beurs geopend werd en de guldens en de centen op de toonbank werden uitgeteld.
-
Dan echter kwam voor ons het echte feest. We werden meegenomen naar lunchroom van Angeren, vlak bij het station. En daar aan een tafeltje gezeten kregen we ranja met een rietje en koek. O, wat een zalig genot, je slurpte het, onder praten door, naar binnen en zag aan dat tafeltje naast je dat jongetje, die een bord erwtensoep leeglepelde, met een hemelse trek op zijn gezicht, die ik me nu nog herinner.
-
Huiswaarts met die kostbare zak, thuis uit gepakt, zus Jo erbij, die zonodig nog iets moest veranderen. Die tevreden sfeer, die blijheid, dat voor kinderen onbezorgde leven, dat moet die moeder toch veel vreugde hebben geschonken. Zij had haar vriendinnen, waarheen ze mij meesleurde. Op middagen, met grote passen, haar hoed op, met een grote pen door haar van achteren opgerolde krentenbol van haren, donkerblauwe jas en dan die opengewerkte schoenen waar pijnlijk die knobbels uitstaken. Een juffrouw van de Boom, die bij het Rosarium woonde, een juffrouw Fijnenberg in het Soesterkwartier, dan tante Na, de visverkoopster op de hoek van de Hof, en mevrouw Nierop van de Langestraat en nog enkelen. Ze sleurde je mee die grote passen en trippelend aan haar hand kon je het maar net bijhouden. Even nog die Rouwhorst van de Appelmarkt vermelden en de Kitselaars uit de Schimmelpenninckstraat. Hun zorgen zullen onderling besproken zijn. Waar toch haalde men die tijd vandaan? Alles te voet, zij kon niet fietsen! Geen radio, nauwelijks van gehoord. Om 7 uur begon het gestommel, ieder had zijn taak. Tafelkleed (‘s Zondags), tafelzeil uitgerold, broden erop, grote kluit margarine, hagelslag en pindakaas.


