Waarschuwende woorden van de Amerikaanse minister van Defensie Gates. “We hebben een sterke interesse in een groot militair contingent in Irak”, verklaarde hij begin februari 2011 voor afgevaardigden van het Amerikaanse congres. Irak is niet in staat haar militaire apparaat in stand te houden zonder hulp van de Amerikanen. De Irakezen kunnen zelfs hun eigen luchtruim niet verdedigen. Hoewel de regering in Bagdad een stapel F-16’s zou kopen, geeft het nu liever een deel van het geld uit aan voedsel voor de bevolking.
De klok tikt voor de Amerikanen. Officieel moeten zij december 2011 uit Irak vertrokken zijn en de zittende regering van premier Maliki lijkt niet van plan een eventueel langer verblijf toe te stemmen. Het verbond met de partijen van voormalig “America’s most wanted” Muqtada Al Sadr maakt dat vrijwel onmogelijk. Amerika’s gedroomde zetbaas voor Irak, de CIA-man en slachter van Fallujah Iyad Allawi, moest in de democratische chaos van Irakese verkiezingen zijn meerdere in Maliki erkennen. Na een bijzonder lange formatie is Maliki-II uiteindelijk tot stand gekomen na bemiddeling van Iran. Schaak. Moeten de Amerikanen nu hun mega-basissen echt verlaten?
Ondertussen publiceert het King’s College een nieuw onderzoek naar het totaal aantal slachtoffers van de Irakoorlog. Hun cijfer: 92.614 werkelijk vastgestelde doden, waarvan 11.000 door toedoen van het Amerikaanse leger. Het leeuwendeel van de slachtoffers komt om door zogenaamd “iraqi-on-iraqi violence”, waarbij de daders veelal onbekend zijn. Hoewel onbekend, via onder andere wikileaks weten we dat de Irakese regering een enorm repressief politieapparaat erop nahoudt. Getraind en bewapend door Amerika zijn zij de ruggengraat van de macht van Maliki.
Op de dag dat het Irakese parlement een motie liet uitgaan om het geweld tegen Egyptische demonstranten veroordelen worden in Irak zelf 126 mensen zonder enige reden opgepakt en gevangen gezet. Niets opmerkelijks in Irak anno 2011. Wie studeert, tot de intelligentsia gerekend kan worden, een publieke functie heeft of werkt als journalist of in de media, loopt een bijzonder hoog risico simpelweg te verdwijnen. Kritiek op het regime in Bagdad staat vrijwel gelijk met de doodstraf of opsluiting in een van de geheime foltergevangenissen waarvan in april 2010 en in januari 2011 twee exemplaren in de groene zone rond de Amerikaanse ambassade in Bagdad werden gevonden. Volgens Amnesty International zitten op dit moment zeker 30.000 mensen zonder enig proces vast in dergelijke instellingen. Cijfers van het ICMP (International Commission for Missing Persons) zijn nog schrikbarender. De organisatie gaat uit van 250.000 tot 1 miljoen vermiste personen. Een getal dat ongeveer in de buurt komt van de telling van het Brussels Tribunal. De organisatie die aanklachten wil voorbereiden met betrekking tot de Irakoorlog gaat uit van 260.000 vermiste personen. Versleept door veiligheidsdiensten, milities en Irakese para-militaire organisaties.
Terwijl het orgaan ECHO van de EU „geen humanitaire crisis“ in Irak ziet, worden tv-stations als Baghdadiya en Al Jazeera gesloten. 55% van de Irakese bevolking heeft geen toegang tot schoon drinkwater en slechts 20% van alle huishoudens is aangesloten op riolering. Een Irakees huishouden geniet daarnaast slechts enkele uren per dag stroom.
Van de 30 miljoen Irakezen leeft ongeveer 50% onder de armoedegrens. Daarvan 7 miljoen die met minder dan twee dollar per dag moeten uitkomen. 60% van de bevolking is afhankelijk van voedselhulp, een overblijfsel uit het sanctieprogramma „food-for-oil“. Dit levensmiddelenpakket is de laatste jaren door de Irakese regering afgebouwd naar slechts vijf basisproducten (tegenover de tientallen producten die tot 2009 werden uitgedeeld). De problemen in de voedselvoorziening worden voor een groot deel veroorzaakt door de afhankelijkheid van import. De Irakese landbouwsector is vrijwel vernietigd door het compleet vrijgeven van de markt (geen importbeperkingen) en de laatste boeren die nog over zijn liggen aan de leiband van multinationals als Monsanto.
Met een tekort aan 1.3 woningen (UN-Habitat) woont 50% van de bevolking in zogenaamde „slums“ zoals Sadr City in Bagdad. Woonwijken die zorgvuldig door muren zijn omsloten. Toegang krijgt men alleen met een biometrische paspoort. Armoede als owelliaans experiment.
Ondanks vele beloftes en plannen, is de „opbouw“ van Irak volledig vastgelopen in corruptie, smeergeld en beschermingsaflaten. De miljarden die via de olie-industrie het land in zouden spoelen blijven hangen bij corporations en het staatsministerie. Hoewel na twintig jaar bijna alle sancties tegen Irak zijn opgeheven blijven de beperkingen voor de olie-export van kracht. Daarmee is Irak’s zelfbestemmingsrecht natuurlijk beperkt.
Desondanks heeft premier Maliki zorgvuldig zichzelf de controle over de Irakese energiesector toegeschoven. Na de „vrije“ parlementsverkiezingen, waarbij de beschuldigingen van stembusfraude de verkiezingen bijna overschreeuwden, en een maandenlange formatieperiode, staat uiteindelijk een regering met veertig(!!) ministersposten. Voor „verliezer“ Allawi is de nog op te richten „veiligheidsraad“ toebedacht, een post waarvan onduidelijk is wat voor bevoegdheden het heeft. Maliki zelf houdt controle over politie, militair en veiligheidsdiensten. En zijn door de Amerikanen getrainde „special forces“. Sleutel-ministerposten zijn verdeeld over getrouwen van de premier. De lange „demissionaire“ periode weerhield Maliki er niet van om drie gasvelden te verkopen of belangrijke infrastructurele projecten aan buitenlandse corporations te verdelen.
Als de grote golf van protest door Noord Afrika en het Midden Oosten begon te spoelen, verklaart de bijna absoluut machtige Maliki dat hij zich niet kandidaat zal stellen voor een derde ambtstermijn. Ondanks een landelijk demonstratieverbod gaan meer en meer Irakezen de straat op om te protesteren. In verschillende provincies gaan overheidsgebouwen in vlammen op en worden gouverneurs bedreigd. De eerste-minister voelt dat zijn bijna dictatoriale macht en de onmacht en honger van zijn bevolking zich tegen hem richten. In het „vrije“ Koerdistan brandt het al. Dagelijks protesten tegen het bestuur, waar twee Koerdische partijen de absolute macht hebben. Wie will overleven en zaken doen in Irakees Koerdistan moet een politiek lid zijn en geld betalen aan de partijkas. Na nieuwe hevige protesten ging het bureau van de enige oppositiepartij in vlammen op. „Onbekenden“ zouden verantwoordelijk zijn.
In navolging van Egypte willen de Irakezen 25 februari uitroepen tot een dag van „vreedzame dag des toorns“. Op het Tahrir plein in Bagdad zullen duizenden samenkomen om te protesteren tegen de regering en de erbarmelijke omstandigheden waarin Irakezen moeten leven. De regering heeft al aangekondigd dat het de veiligheid van de demonstranten niet kan waarborgen. Het zou kunnen zijn dat „geuniformeerden“ de protesten willen verstoren.
Misschien krijg Robert Gates daarom wel gelijk. De situatie in Irak is te wankel. Niet omdat de Irakese regering zich niet kan verdedigen tegen „externe“ vijanden maar juist „interne“. Niet Al Qaeda, de opstandelingen of Saddam Hoessein-getrouwen is de vijand, maar de eigen bevolking. Misschien moeten de Amerikanen daarom weer ingrijpen
Daar gaan ze al