Ná de aanslagen in de VS werd wereldwijd onderzocht óf en zo ja in welke mate er op aandelenbeurzen verdachte financiële transacties hadden plaatsgevonden. De plegers van de aanslagen beschikten immers ook over voorkennis die financieel uitgebaat zou kunnen worden.
In The Times van 18 september 2001 meldt James Doran in zijn artikel Millions of shares sold before disaster, het volgende: De Amerikaanse autoriteiten onderzoeken het ongewoon groot aantal verkochte aandelen van vliegtuigmaatschappijen, verzekeringsmaatschappijen en wapenproducenten, in de dagen en weken vóór de aanslagen.
In een tv-uitzending van Good Morning Texas, verklaarde Doran in een interview met beursanalist Dylan Ratigan: Hier kan zeer zeker in het ergste geval sprake zijn van aandelenhandel met voorkennis, en wel in de meest weerzinwekkende, duivelse wijze, die ooit vertoond is.
Ernst Welteke, voorzitter van de Duitse centrale bank, verklaarde…
(ingezonden door http://www.ditkannietwaarzijn.nl)
...eind september 2001, dat een studie van zijn bank liet zien dat er transacties hadden plaatsgevonden die geen toevallig karakter konden hebben, en niet alleen handel met aandelen van sterk gedupeerde firmas zoals vlieg- en verzekeringsmaatschappijen, maar ook in goud en olie.(FOX news, 22 september 2001.) [Ernst Welteke trad op 8 april j.l. tijdelijk terug als voorzitter omdat hij in opspraak raakte vanwege een verblijf in een luxueus hotel op kosten van de Dresdner Bank).
Financieel specialist Phil Erlanger (oprichter van een firma gespecialiseerd in de optiehandel), verklaarde dat insiders miljarden winst hadden gemaakt door met voorkennis van de aanslagen te handelen in aandelen. Het waren de Japanse autoriteiten die als eerste verdachte aandelentransacties vaststelden. Maar al gauw volgden Hong Kong, Italië, Canada, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Zwitserland en jawel, Nederland. Echter, tot op de dag van vandaag zijn er nauwelijks tot géén resultaten openbaar gemaakt van de verschillende onderzoeken die in de verschillende landen zijn uitgevoerd door autoriteiten, beurstoezichthouders of inlichtingendiensten. Géén transparantie dus, een rode draad in het onderzoek naar de aanslagen van 11/9.
Ook de door de Amerikaanse regering na de aanslagen ingestelde onafhankelijke onderzoekscommissie, die haar sterk ingeperkte onderzoek naar de aanslagen op het WTC en het Pentagon medio 2004 moet afronden, heeft géén onderzoek gedaan naar verdachte aandelentransacties.
Dat er in Nederland, aan de vooravond van de aanslagen in de V.S., op grote schaal gespeculeerd zou zijn op een plotselinge koersval van KLM-aandelen, werd door minister Zalm niet ontkend, maar berustte naar zijn zeggen geheel op toeval. Na een kortstondig onderzoek van de STE (Stichting Toezicht Effectenverkeer, tegenwoordig Autoriteit Financiële Markten), bleken de speculanten geen terroristen, doch betrouwbare beurspartijen waarvan de motieven bekend waren, maar waarvan de namen niet genoemd konden worden uit concurrentie-overwegingen. In zijn column van 5 november 2001 in NRC/Handelsblad, verbaasde Hans Dulfer zich over de apathische houding van de radiojournalistiek en hekelde hij de kritiekloze houding in deze. Kritiekloos of niet, bij navraag door Driegonaal bij de Autoriteit Financiële Markten over het door de AFM gehouden onderzoek, stuitten we op een muur van geheimhoudingsplicht en zo moeten we het doen met enkele nietszeggende mededelingen van minister Zalm. [De column van Hans Dulfer hield enkele maanden later op, zonder dat daarover verdere mededelingen werden gedaan.]
Dankzij het onderzoekswerk van een drietal Amerikaanse onderzoeksjournalisten, kunnen we wellicht een tipje van de sluier oplichten. Michael Ruppert (voormalig agent bij de politie van Los Angeles, belast met drugsopsporingszaken), Tom Flocco en Kyle Hence (beiden oprichters van de Citizins Investigative Commission on 9/11, dat onderzoek doet naar de achtergronden van de aanslagen), hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar verdachte beurstransacties op basis waarvan dit artikel grotendeels tot stand kon komen.
Vanaf midden augustus tot aan 11 september 2001 speculeerden investeerders tegen verzekeringsmaatschappijen. Het gevolg was een koersdaling van aandelen van een aantal grote internationale verzekeringsmaatschappijen van wereldwijd gemiddeld 22%. Daarbij viel op dat de koersdaling die vanaf midden augustus inzette, in de laatste weken vóór de 11e september in een koersval overging. Opmerkelijk, omdat grote herverzekeraars als Swiss RE, Munich RE, Allianz en het Franse AXA solide ondernemingen zijn met, ook in tijden van laagconjunctuur, stabiele koersen. Een koersval van deze omvang treedt slechts op als wereldwijd enorme kapitaalhoeveelheden door de grootste investeringsinstellingen gelijktijdig ingezet worden.
In de laatste dagen vóór de 11e september werden uitzonderlijke hoeveelheden zogenaamde put-opties gekocht. Met de aankoop van deze put-opties wordt gespeculeerd op een komende koersval van aandelen.
Een put-optie is een contract waarbij de koper, dikwijls voor een zeer lage prijs, het recht koopt om binnen een afgesproken termijn, de aandelen te verkopen tegen een prijs die lager is dan de marktwaarde van het moment van aankoop van de put-optie. Een riskante bezigheid, aangezien men zijn geld verliest wanneer na verloop van de overeengekomen termijn, de marktwaarde van het aandeel hoger ligt dan het in de optie overeengekomen bedrag. In geval van een koersval echter, kan er grof geld verdiend worden. De verkoper van de put-optie is verplicht de aandelen voor de vastgestelde prijs te kopen. In de week vóór de 11e september werd op grote schaal gehandeld in deze put-opties, en met name in opties op aandelen van bedrijven waarvan de beurskoers door de aanslagen negatief beïnvloed zou worden.
Het Israëlische Herzliyya International Policy Institute for Counterterrorism, geleid door voormalig directeur van de Mossad (Israëlische inlichtingendienst), Shavit, kwam tot een aantal opmerkelijke onderzoeksresultaten.
Op 6 en 7 september 2001 registreerde de optiebeurs van Chicago (CBOE) 4744 afgesloten contracten in put-opties op aandelen United Airlines; 285 maal zoveel als het gemiddeld afgesloten aantal. Ná de aanslagen daalde de koers van United Airlines met 40% van $30,82 naar $17,50 en bedroeg de winst op de afgesloten contracten ca 5 miljoen dollar. Op 10 september werden op de beurs van Chicago 4516 put-opties op aandelen American Airlines gekocht, zestig keer meer dan het dagelijks gemiddelde. Ná de 11e september daalde de koers van American Airlines met 39% en werd op deze opties ca 4 miljoen dollar verdiend. Zoals bekend waren de vier rampvliegtuigen van 11/9 van deze twee maatschappijen.
De investeringsbank en makelaar in effecten Morgan Stanley Dean Witter & Co, huurde 22 verdiepingen in het WTC-gebouw. In de drie dagen vóór de 11e september werden 2157 contracten put-opties in aandelen van deze firma gekocht terwijl er voordien per dag gemiddeld 27 contracten werden verhandeld. Nog een voorbeeld. Put-optiecontracten in aandelen van investeringsbank Merrill Lynch & Co, met het hoofdkantoor direct naast het WTC: in de vier dagen vóór de 11e september 12215 transacties, tegenover een gemiddelde van 252 contracten per dag. Behaalde winst: 5,5 miljoen dollar.
Ook grote Amerikaanse hotelketens waren object van verdachte beurstransacties. Bovengenoemde voorbeelden kunnen nog in veelvoud uitgebreid worden. Minder aandacht werd gegeven aan de handel in termijncontracten in de periode vóór de aanslagen.
The Wall Street Journal meldde op 2 oktober 2001 dat de Secret Service (Amerikaanse inlichtingendienst) een diepgaand onderzoek zou instellen naar de uitzonderlijke levendige handel in 5-jaars schatkistpapieren, waaronder een enkele transactie van 5 miljard dollar (!). Aan de vooravond van een wereldwijde crisis worden schatkistpapieren als de beste beleggingsvorm gezien: ze zijn veilig en worden door de overheid gedekt.
De conclusie dringt zich op dat er wereldwijd op schaamteloze wijze gespeculeerd is op basis van voorkennis van de aanslagen van 11 september. Zo rijzen de volgende vragen:
1. Wie of welke partijen hebben met voorkennis gehandeld?
2. Waarom zwijgen alle bij het onderzoek naar verdachte financiële transacties betrokken partijen, autoriteiten, beurstoezichthouders, inlichtingendiensten etc. en beroept men zich op geheimhoudingsplicht?
3. Konden de inlichtingendiensten de aanslagen van de 11e september niet zien aankomen op basis van de waargenomen abnormale transacties die plaatsvonden in de week vóór de 11e september?
4. Waarom doet de Amerikaanse onafhankelijke onderzoekscommissie géén onderzoek naar verdachte beurstransacties?
Eén van de methoden van de inlichtingendiensten om terroristische aanslagen voor te zijn, is het op de voet volgen van financiële transacties op de beurzen. Het is bekend dat de CIA, de Israëlische Mossad en vele andere inlichtingendiensten de aandelenhandel op de voet volgen met behulp van zeer geavanceerde computerprogramma s.
Tom Flocco bericht: Bij telefonische navraag, weerspreekt de persvoorlichter van de CIA, Tom Chrispell, dat de CIA vóór de 11e september de aandelen- en optiehandel vanuit de VS heeft gevolgd en daarbij software zou hebben gebruikt zoals PROMIS (Prosecutor’s Management Information System). Chrispell voegde hier aan toe: Dat zou illegaal zijn. Wij opereren uitsluitend buiten de VS.(!)
De PROMIS software geeft toegang tot alle databases van de wereld en met de aangepaste versie die inlichtingendiensten gebruiken, zijn zij in staat informatie van databases te ontfutselen dan wel te wijzigen, zonder een spoor na te laten.
Fox News van 16 oktober 2001 zorgde voor een primeur door te vermelden dat de PROMIS software door de FBI en het ministerie van Justitie wordt gebruikt. Medewerkers van FBI en het ministerie van Justitie bevestigden een en ander, overigens nadat de Amerikaanse overheid het gebruik van deze software jarenlang had ontkend.
In haar nieuwsuitzending 60 Minutes meldde CBS op 19 september 2001 dat: CBS News het bericht heeft ontvangen dat op de middag vóór de aanslagen, vanwege de ongewoon volumineuze handel in aandelenopties, de alarmklokken luidden.
Ook de beurstoezichthouders moeten de ongewone beurstransacties opgemerkt hebben, ook zij beschikken over software die voor het volgen en analyseren van aandelentransacties is ontwikkeld.
De relatieve openheid die in de eerste maanden ná de aanslagen heerste met betrekking tot de verdachte financiële transacties werd gevolgd door een nu al ruim twee jaar durende periode van volstrekt stilzwijgen van alle verantwoordelijke partijen. Is het spoor van de transacties naar Osama Bin Laden niet zo simpel te achterhalen? Of waren er misschien meer, en andere, betrouwbare beurspartijen (minister Zalm) betrokken dan het daglicht kon verdragen? Op 10 oktober 2001 bericht de Londonse Independent: De in grote verlegenheid gebrachte opsporingsambtenaren stelden vast dat de firma die grote hoeveelheden put-opties op aandelen United Airlines gekocht had (&.), tot 1998 werd geleid door Buzzy Krongard, tegenwoordig Executive Director en nummer drie in de hiërarchie van de CIA.
De Amerikaanse onderzoeksjournalist Michael Ruppert (www. from the wilderness.com) gaat dieper op de mededeling van de Independent in en laat zien dat de firma die verantwoordelijk was voor de aankoop van vele put-opties op aandelen United Airlines, de Deutsche Bank-Alex Brown was. Buzzy Krongard was tot aan 1997 bestuursvoorzitter van de investeringsbank AB Brown die door een fusie met Banker’s Trust in 1998, in 1999 in handen kwam van de grootste Europese commerciële bank, de Deutsche Bank. In 1998 maakte Krongard de overstap naar de CIA en werd adviseur van CIA-directeur George Tenet. In maart 2001 werd Krongard door president Bush tot Executive Director bevorderd. Over de ethische principes van deze nummer drie van de CIA hoeven wij ons géén illusies te maken. In mei 2002, ná de mislukte CIA-aanslag op de Afghaanse krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar (Hekmatyar was in de jaren tachtig nog één van de belangrijkste Amerikaanse pionnen in de strijd tegen de Sowjet-Unie), verklaarde Krongard: Vandaag is er nog maar één regel en die luidt dat er geen regels meer zijn (The Los Angeles Times, 20 mei 2002).
Een onderzoek naar de praktijken van deze investeringspoot Alex Brown zou op zijn minst de moeite waard zijn. Maar moet Krongard, als CIA-directeur, onderzoek doen naar zijn eigen voormalige investeringsbank Alex Brown? Was het toeval dat het hoofd van de Deutsche Bank-Alex Brown, Mayo Shattuck III, op 12 september 2001 ontslag nam terwijl hij nog een drie jaar lopend contract had dat hem 30 miljoen dollar in het vooruitzicht stelde?
Op 8 oktober 2001 verscheen een Wire-Business Line report van de Financial Times of Asia waarin verbindingen werden uiteengezet tussen de Deutsche Bank, de CIA, Pakistan, de Afghaanse heroïnesmokkel en het witwassen van drugsgelden.
Het niet openbaar maken van onderzoeksgegevens alsmede het bij voortduring tegenwerken van uitgebreid en onafhankelijk onderzoek door de Amerikaanse regering is in dit geval op zijn minst verdacht. Zo kunnen er nog vele vragen gesteld worden, waarvan het merendeel van officiele zijde vermoedelijk onbeantwoord zal blijven maar eigenlijk ook helemaal geen antwoord nodig heeft. 1+1=2 zouden wij in dit geval zeggen. You do the math…
Geraadpleegde literatuur:
- FTW-publicatie, 9 oktober 2001 en 31 mei 2002 Michael Ruppert (2 delen);
- Profits of Death, deel 1,2 en 3, (6, 11 en 14 dec. 2001) Tom Flocco
- Billions in pre-9-11 Insider Trading Profits Leaves a Hot Trail&, 21 april 2002, Kyle F. Hence
- Geheimsache 09/11, (hoodstuk 4), Nafeez M. Ahmed
- Peter Franssen, 11september, waarom de kapers vrij spel kregen,uitg. Epo vzw, 2002, Berchem
- Familie Steering Committee for the 9/11 Independent Commission
- Hans Dulfer, Complot, NRC 05-11-2001
http://www.freeforum101.com/forum/viewtopic.php?p=8459&mforum=times&sid=09ce31d908e10cc5008b101a6664ea7b
over het manipuleren van markten door de overheid: "Move Over, Adam Smith: The Visible Hand of Uncle Sam".
Do the math again....