John Dewey (1859-1952), een Amerikaanse filosoof en onderwijzer, is de aartsvader van het Amerikaanse onderwijssysteem. Zijn boek genaamd Psychology (Chicago, 1896) was het eerste Amerikaanse lesboek voor het ‘gereviseerde’ onderwerp onderwijs. Psychology werd het meest gelezen en geciteerde lesboek op het gebied van onderwijs in de Verenigde Staten. Vlak voor het boek werd uitgegeven, was Dewey lid geworden van de faculteit van de door de Rockefellers gesteunde universiteit van Chicago, als hoofd van een gecombineerde faculteit Filosofie, Psychologie en Pedagogie. Dewey was de Hegeliaanse lieveling van het moderne onderwijssysteem dat werd gefinancierd, geïnstrueerd en bevorderd door de Illuminati. Zijn geschriften en instructies hebben een belangrijke invloed gehad op het onderwijs over de hele wereld. De filosofie van Dewey, die is gebaseerd op de Hegeliaanse dialectiek, is de doelstelling van het onderwijs geworden. Hegel geloofde dat mensen er zijn voor de Staat: “De Staat is de absolute werkelijkheid. Het individu zelf heeft alleen een objectief bestaan, waarde en moraliteit als lid van de staat.” Dewey onderschreef deze stelling, net als de meeste onderwijsspecialisten in de wereld.
Deel 2 van Robin de Ruiter’s prepublicatie Worldwide Evil and Misery.
B.F. Skinner, psycholoog aan Harvard, speelde ook een belangrijke rol in het onderwijsplan van de Illuminati. In zijn boek Walden II (1948) stelt Skinner: “We hebben een nieuwe en volmaaktere orde nodig, waarbij onze kinderen door de Staat worden opgevoed en niet door hun ouders, en waarbij hen vanaf hun geboorte wordt geleerd uitsluitend gewenst gedrag en eigenschappen te vertonen.” Skinner beweerde: “Mensen worden gemanipuleerd; ik wil er alleen maar voor zorgen dat zij effectiever worden gemanipuleerd. Het is niet mogelijk verbindingen te maken, een handeling te herhalen of een feit te herinneren wanneer dat niet gepaard gaat met de nodige stimuli en omgeving (zoals een hond leert te zitten nadat hij een koekje heeft gehad).”
Teneinde robotachtige kinderen te scheppen zijn de meeste trainings-programma’s, handleidingen en seminars gebaseerd op de methodes van Skinner. Populaire computerspelletjes, -programma’s en lesprogramma’s voor kinderen leunen ook zwaar op zijn aanpak. Dr. Francis Schaeffer, de christelijke theoloog, sprak in zijn kritiek op de aanpak van Skinner (Back to Freedom and Dignity, 1972) de volgende waarschuwing uit: “Er is binnen het systeem van Skinner geen ethisch controlemechanisme; er is geen begrenzing aan wat de Illuminati, die de controle in handen hebben, kunnen doen.”
Het hersenspoelen van de Verenigde Staten begon in 1904 via alle onderwijs- en massacommunicatiekanalen die inmiddels volledig in handen waren van de Illuminati, en is zo succesvol dat het Amerikaanse publiek geen idee heeft dat het alleen kan denken zoals de heersende elite dat wil - dat het is ‘getraind’ en ‘geperfectioneerd’ om de doeleinden van de Illuminati te dienen. Frederick T. Gates, belangrijk lid van de Rockefeller Foundation, was de oprichter van de General Education Board (GEB) en zette daarmee het proces in werking dat tot doel had het Amerikaanse volk dom te houden . The Country School of Tomorrow: Occasional Papers No. 1 (New York, 1913), geschreven door Gates, bevatte een sectie die was getiteld A Vision of the Remedy, waarin hij het volgende schreef: “In onze dromen geven mensen zich gewillig over aan onze vormende handen. We zullen niet proberen van deze mensen of hun kinderen filosofen te maken, of geleerden of wetenschappers. We zullen niet proberen hen te vormen tot schrijvers, sprekers, dichters of literatoren. Het is zelfs niet onze bescheidenere ambitie hen op te leiden tot advocaten, artsen, politici of staatsmannen. De taak die wij onszelf hebben gesteld, is eenvoudig. We zullen kinderen organiseren en hen leren de dingen op een perfecte manier uit te voeren die hun ouders op een imperfecte uitvoeren.”
Het is moeilijk op een doeltreffender manier uitdrukking te geven aan de doelstellingen van Weishaupts visie met betrekking tot het onderwijs dan is weergegeven in de volgende lijst van doelstellingen van de General Education Board. Het is praktisch een kopie van de geschriften van Adam Weishaupt, en alle onderdelen van zijn samenzwering zijn in deze brief terug te vinden:
1. Het bevat de houding van de filantropie;
2. De intentie tot hersenspoelen, en vormen;
3. Het achterlaten van traditie, wetenschappen en kennis, en de doelstelling tot dictatuur;
4. De intentie om de boerenstand in een kastensysteem te gieten - ‘precies waar ze zich nu bevinden’;
5. De intentie om nationale intelligentie te reduceren tot de grootste gemene deler en om de invloed van ouders op hun kinderen te vernietigen (dit streven is zo succesvol ten uitvoer gebracht dat het een schrikbarende golf van jeugdcriminaliteit als gevolg heeft gehad);
6. Het element van deceptie (dit kwam naar voren toen de werkelijke doelstellingen van de General Education Board kort na de oprichting ervan werden herkend en de Rockefellers moesten ontkennen wat hun werkelijke intenties waren, en zich begonnen voor te doen als weldoeners op het gebied van de kunst, literatuur en wetenschap);
7. Het element van subversie en on-Amerikaans gedrag - het openlijk toegegeven streven om bestaande gebruiken en instanties af te schaffen teneinde de doelstellingen van de Rockefellers te bevorderen.
De Rockefellers en hun zogenaamd ‘filantropische’ Foundation zijn zonder twijfel de meest effectieve pleitbezorgers, uitvoerders en zendelingen van de dictatuur van de Illuminati zoals Weishaupt die voor ogen had. Naar aanleiding van de plannen van de Carnegie en Rockefeller Foundations werd in 1914 een resolutie aangenomen door de normale schoolsectie van de National Education Association tijdens de jaarlijkse vergadering in St. Paul, Minnesota, waarin onder andere werd gesteld: “Het is met bezorgdheid dat wij de activiteiten van de Carnegie en Rockefeller Foundations gadeslaan - instanties die geen verantwoordelijkheid aan de mensen hoeven af te leggen - in hun pogingen om een beslissende invloed uit te oefenen op het beleid van onze onderwijsinstanties, teneinde hen te vormen naar hun eigen ideeën, en om het onderwijs te standaardiseren, en de onderwijsinstellingen te omgeven met voorwaarden die een bedreiging vormen voor echte academische vrijheid, en die funest zijn voor de primaire democratische doelstellingen die tot nu toe zijn gewaarborgd in onze gemeenschappelijke scholen, normale scholen en universiteiten.”
Volgens Norman Dodd, de hoofdonderzoeker van het Reece Committee van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in 1953 “hebben Rockefeller en Carnegie de taken verdeeld, waarbij de Rockefeller Foundation verantwoordelijk is voor de verandering van het onderwijs voor zover het betrekking heeft op binnenlandse onderwerpen, terwijl Carnegie verantwoordelijk is voor het veranderen van het onderwijs met betrekking tot buitenlandse aangelegenheden en internationale betrekkingen.” Via Rockefellers ‘filantropische’ instanties worden de ‘sociale wetenschappen’ vandaag de dag onderwezen aan alle kinderen in de Verenigde Staten en andere westerse landen, vanaf de laagste groepen.
De Progressive Education Association (PEA) werd opgericht in 1919, onder leiding van John Dewey. PEA’s doelstellingen voor de tweede helft van de eeuw werden vastgesteld tijdens een directievergadering die op 15-17 november 1943 werd gehouden in Chicago. Met betrekking tot de plannen voor de periode na de Tweede Wereldoorlog publiceerde de directie het volgende artikel (een blauwdruk voor de kinderen van de wereld) in Progressive Education (december 1943, Vol. XX, Nr. 8), waarin onder andere het volgende werd gesteld: “Dit is een mondiale oorlog en de vrede die op dit moment in de maak is, zal bepalen hoe ons nationale leven er in de komende eeuw uitziet. We schrijven op dit moment het motto volgens hetgeen onze kinderen moeten leven. Uw directie stelt eenstemmig een verbreding van interesses en programma van dit genootschap voor die zich uitstrekt tot de gemeenschappen waarin onze kinderen leven. Met dat doel voor ogen stellen ze een uitbreiding voor van het regelgevende orgaan met vertegenwoordigers van de sociale diensten, de gezondheidssector, de industriële sector, arbeiders en hoger opgeleiden. Kortom, een doorsnee-orgaan om ons programma reikwijdte te geven. Onderwijs in de eenentwintigste eeuw zal voor de meeste jongeren gericht zijn op deelname aan de arbeidsmarkt.”
In 1925 werd het International Bureau of Education opgericht, voorheen het Institute Jean-Jacques Rousseau, met steun van de Rockefeller Foundation. Jean-Jacques Rousseau (1712-1788) geloofde dat het gehele kind moest worden opgeleid door te ‘doen’ en dat religie geen leidende rol zou moeten spelen in het onderwijs, een stelling die tot op de dag van vandaag navolging vindt. De ideeën van Rousseau en Dewey vertegenwoordigen een totale afwijking van de traditionele definitie van onderwijs. Het Bureau of Education werd onderdeel van de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) .
Een opzettelijk plan om het wiskundeonderwijs ‘dommer’ te maken werd serieus besproken in 1928. Leden van de Council on Foreign Relations woonden een vergadering bij van de Progressive Education Association, waar leraren werd verteld dat het nieuwe wiskundeonderwijs tot doel had leerlingen dommer te maken. O.A. Nelson, een gepensioneerde onderwijsdeskundige, schreef een brief die werd afgedrukt in de Young Parents Alert (1979). Zijn verhaal spreekt voor zich zelf: “Ik weet uit persoonlijke ervaring waar ik het over heb. In december 1928 werd mij gevraagd te spreken voor de American Association for the Advancement of Science. Op 27 december was ik zo naïef en onervaren om ja te zeggen. Ik had werk verricht met betrekking tot het onderwijs van functionele natuurkunde op middelbare scholen, en wilde het daarover hebben. De volgende dag, 28 december, vroeg ene Dr. Ziegler me of ik een bijzondere vergadering over onderwijs wilde bijwonen in zijn kamer na afloop van de A.A.A.S.-vergadering. De vergadering duur van tien uur ’s avonds tot half drie ’s nachts. Er waren dertien mensen aanwezig. Er waren twee redenen waarom Dr. Ziegler, die voorzitter was van de Educational Committee of the Council on Foreign Relations, mij vroeg de vergadering bij te wonen; mijn toespraak over het onderwijs van functionele natuurkunde op middelbare scholen en het feit dat ik lid was van een groep die bekendstond als de Progressive Educators of America. Ik dacht dat het woord ‘progressive’ sloeg op vooruitgang voor betere scholen. Elf van de personen die de vergadering bijwoonden, waren leiders op het gebied van onderwijs. John Dewey en Edward Thorndike, van de universiteit van Columbia, waren aanwezig en de andere aanwezigen hadden vergelijkbare functies . Deze groep had als enige doelstelling onze scholen te vernietigen! Gedurende 1 uur en 45 minuten bespraken we de zogenaamde ‘moderne wiskunde’. Op een zeker moment heb ik geprotesteerd, omdat er teveel op het geheugen werd geleund. Wiskunde heeft te maken met logisch redeneren, niet met het geheugen. Dr. Ziegler draaide zich naar me toe en zei: ‘Nelson, word toch wakker! Dat is wat we willen een soort wiskunde die leerlingen niet in hun dagelijks leven kunnen toepassen als ze van school komen!’ Dat soort wiskunde werd pas veel later geïntroduceerd, omdat de aanwezigen het een te radicale verandering vonden. De radicale verandering werd in 1952 geïntroduceerd. We gebruiken het nog steeds. Dus als de leerlingen die nu van school komen geen benul hebben van wiskunde, neem het hen dan niet kwalijk. Het is juist de bedoeling dat de resultaten bedroevend zijn.”
In The Teacher and World Government (1946) van Joy Elmer Morgan, de voormalig redacteur van het NEA Journal (National Education Association), staat het volgende geschreven: “In de strijd om een adequate ‘wereldregering’ te vestigen kunnen leraren veel doen om de harten en geesten van kinderen voor te bereiden op een wereldwijd begrip en samenwerking. De school, de leraar en het georganiseerde onderwijs horen centraal te staan bij alle instanties die de wereldregering zullen realiseren.”
Het rapport aan het Amerikaanse volk betreffende UNESCO van The Congressional Record, Proceedings and Debates of the 82nd Congress, Eerste Sessie, uit 1951, bevat de uitgebreide opmerkingen van John T. Wood in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden op donderdag 18 oktober: “UNESCO’s plan om het openbaar onderwijs te ondermijnen verschijnt in een reeks van negen boekdelen, met als titel Towards World Understanding, met als doel onderwijzers van het basisonderwijs te bekwamen in de kunst om onze jongeren voor te bereiden op de dag dat zij bovenal trouw zullen zijn aan een wereldregering. Het programma is vrij specifiek. De onderwijzer moet beginnen met het elimineren van alle woorden, zinsdelen, beschrijvingen, landkaarten, lesmaterialen of onderwijsmethodes die de leerlingen een bijzondere liefde voor of trouw aan hun land laten voelen of uitdrukken. Kinderen die zo’n voorkeur aan de dag leggen als gevolg van eerdere invloeden in de huiselijke omgeving - UNESCO noemt dat het resultaat van de enge gezinsgeest - moeten worden blootgesteld aan een overvloed aan tegenpropaganda op de vroegst mogelijke leeftijd. In Booklet V, op pagina 9, worden onderwijzers erop gewezen dat de kleuterschool een belangrijke rol speelt in het onderwijs van kinderen. Het kan niet alleen veel van de fouten van het thuisonderwijs herstellen, maar kan het kind ook voorbereiden voor een deelname, op zevenjarige leeftijd, in een groep van zijn eigen leeftijd en gewoontes - de eerste uit vele van dergelijke identificaties die het kind moet bereiken op zijn weg naar het lidmaatschap in de mondiale samenleving.”
Bertrand Russell wijst in zijn boek The Impact of Science Upon Society (1953) op het grootschalige gebruik van gedragsveranderingstechnieken op studenten, waardoor ze traditionele waarden in twijfel trekken en afwijzen, en worden voorbereid om zich gewillig te onderwerpen aan totalitaire controle: “Ik denk dat massapsychologie politiek gezien het belangrijkste onderwerp zal zijn. Het belang ervan is sterk gestegen dankzij de opkomst van moderne propagandamethodes, in groeiende mate met name de pers, de bioscoop en de radio. De grootste invloed wordt uitgeoefend door wat wordt aangeduid als ‘onderwijs’. Onderwijs heeft tot doel de vrije wil te vernietigen, zodat leerlingen nadat zij dit onderwijs hebben gevolgd de rest van hun leven niet in staat zijn anders te handelen of te denken dan hun schoolmeesters willen. Tenzij de indoctrinatie voor het tiende jaar begint, is er niet veel aan te doen. Invloeden van thuis staan in de weg. Het is aan toekomstige wetenschappers om deze stellen af te stemmen en precies vast te stellen wat de kosten per hoofd van de bevolking zijn om kinderen ervan te overtuigen dat sneeuw zwart is.” Russell eindigt met een waarschuwing: “Hoewel deze wetenschap nauwkeurig zal worden bestudeerd, zal het strikt beperkt blijven tot de heersende klasse. Het gepeupel zal niet worden toegestaan te achterhalen hoe zijn overtuigingen tot stand zijn gekomen. Wanneer de techniek is geperfectioneerd zal elke regering die meer dan één generatie de controle heeft over het onderwijs, in staat zijn om haar onderdanen totaal onder controle te houden zonder daarbij legers of politieagenten nodig te hebben.”
Veel mensen denken dat we vandaag de dag slimmer zijn dan onze voorvaderen. Dat is een misvatting. Halverwege de negentiende eeuw was 98 procent van de Amerikanen geletterd! Als we kijken naar wat er in de late jaren tachtig van de negentiende eeuw aan universiteiten werd onderwezen, zullen we versteld staan van de complexiteit en het aantal onderwerpen. In die tijd studeerden mensen geschiedenis en wisten alles over Napoleon en Alexander de Grote. Er bestond niet zoiets als blind gokken bij zogenaamde multiplechoicevragen. Studenten konden de vragen in hun tentamens en examens beantwoorden of ze konden het niet. Als ze de antwoorden niet wisten, slaagden ze niet en moesten ze opnieuw aan het studeren. Er waren geen andere manieren om te achterhalen wat ze niet wisten. Tegenwoordig wordt onze kinderen verteld dat het niet nodig is goed te leren lezen of schrijven, dat het niet nodig is op school uit te blinken. De ene na de andere uitweg wordt hen aangeboden, waardoor studenten onopgeleid en onvoorbereid de buitenwereld tegemoet treden. Middelmatigheid is het gevolg en dat is precies wat onderwijshervormingen voor ogen hebben: een natie voortbrengen van een middelmatig onderwijsniveau.” Vandaag de dag behoren onze kinderen tot de slechtst opgeleiden van de wereld. Dat is wat het onderwijsplan van de heersende elite heeft opgeleverd. Het eens zo succesvolle onderwijssysteem is verworden tot een systeem waarbij kinderen wordt geleerd gehoorzame menselijke hulpbronnen te worden die door de Illuminati voor hun eigen doeleinden kunnen worden gebruikt. Zij plannen je leven voor je en als je je niet schikt in hun beperkingen en regels, dan is je mogelijkheid een carrière naar eigen keuze na te volgen uitermate beperkt.
De Illuminati hebben het menselijk gedrag, hun passies en angsten, grondig bestudeerd. De vrijheid van meningsuiting en zelfexpressie worden door de Illuminati stilaan onderdrukt. Mensen leren langzaamaan niet meer zelfstandig na te denken en accepteren gaandeweg de ideeën van de Illuminati als hun werkelijkheid. Mensen worden door de Illuminati zo heropgevoed dat zij gaan denken en handelen als een robot, om hun kinderen vervolgens in overeenstemming met de idealen van de Illuminati op te voeden. Wij zijn geworden tot een ras van geprogrammeerde wezens die bereid zijn alles wat het politieke systeem, de massamedia en de scholen vertellen, te geloven en te doen. Deze drie instanties zorgen er niet alleen voor dat mensen worden gecontroleerd en beïnvloed, ze hebben ook de macht om alle bestaande relaties in de politiek, samenleving, moraliteit en het gezinsleven op een eenvoudige manier te manipuleren. Er is geen ontsnappen mogelijk! Het is niet toevallig dat de Illuminati onze individuele mening en persoonlijke groei gedurende het gehele traject van ons thuis, via de scholen en universiteiten beheersen .
"Gelukkig dat diepgaande visies uit verschillende bronnen toch vele overeenkomsten kunnen hebben"
Halverwege de negentiende eeuw was 98 procent van de Amerikanen geletterd! Als we kijken naar wat er in de late jaren tachtig van de negentiende eeuw aan universiteiten werd onderwezen, zullen we versteld staan van de complexiteit en het aantal onderwerpen. In die tijd studeerden mensen geschiedenis en wisten alles over Napoleon en Alexander de Grote.
"Wat een Robin de Ruiter hier doet is halve feiten en waarheden omvormen tot absolute waarheid."
"Dan je me gebanded heb, moet je zelf weten....maar dat je al mijn comentaren heb gewist vind ik ronduit laf..."
Juist en mijn bullshitdetector schiet bij deze verhaaltjes altijd skyhigh. Waarheid is waarheid, gebaseerd op hard facts en niet op leuk klinkende theoriëen en aannames. Oftewel de waarheid is absoluut.
Klaas | 06-03-2008 16:42
32947 Het vreemde daarbij wel is dat Zapruder alle ruimte geeft aan Robin..toppertje...net als het artikel van Antago over Benno....petje af....
Onze regering had moeten laten zien dat ‘Europa’ niet om het creëren van een machtstaat gaat maar om een proces om de relatie tussen de staten te veranderen. En dat is een totaal andere zaak. Deze noodzakelijke gemeenschap is geen doel op zich maar een stap naar een nieuwe wereldorde.
Onze regering had moeten laten zien dat ‘Europa’ niet om het creëren van een machtstaat gaat maar om een proces om de relatie tussen de staten te veranderen. En dat is een totaal andere zaak. Deze noodzakelijke gemeenschap is geen doel op zich maar een stap naar een nieuwe wereldorde.[2007]
(Die boeken moeten anderen voor je betalen, maar dat vertellen ze er nooit bij).