De belangrijkste HIV-test van het moment is de zogenaamde PCR-test. PCR is een test die wordt gebruikt om de hoeveelheid HIV-deeltjes in een patient te meten. Veel van de bewijsvoering achter de AIDS-theorie is gebaseerd op de PCR-test. Op basis van een telling van het aantal virus-deeltjes in het bloed én op basis van een tellling van het aantal immuunsysteem-cellen in het bloed wordt de medicijn-cocktail die een patient krijgt toegwezen bepaald. De ‘HIV-rna en CD4-count’. Zowel de fabrikanten van de test áls de uitvinder ervan (Kary Mullis, die er een Nobelprijs mee won) zeggen echter dat deze toepassing van PCR oneigenlijk is en dat de resultaten betekenisloos en misleidend zijn. Als dat waar is, is het grootste deel van het HIV- en AIDS-onderzoek en dus de hele theorie waardeloos. Reden om deze PCR test eens nader te onderzoeken.
Update 10 april 2007: passage RNA naar DNA toegevoegd.
PCR werkt door extreem kleine hoeveelheden genetisch materiaal net zo lang te kopiëren totdat het eenvoudig analyseerbaar is geworden. Het wordt wel eens de genetische Xerox-machine genoemd. Van minieme, onwerkbare kleine hoeveelheid DNA en RNA kan een werkbare hoeveelheid worden gerepliceerd. “Als je een naald in een hooiberg zoekt, maakt PCR van die naald een hooiberg.” Als ergens PCR voor nodig is om het te vinden, is er extreem weinig van aanwezig. Dit op zichzelf is al een indicatie dat er zelfs in doodzieke AIDS-patienten zo weinig van het veronderstelde HIV aanwezig is, dat het onmogelijk de bron van enige ziekte zou kunnen zijn.
PCR wordt in de AIDS-industrie gebruikt om de hoeveelheid HIV in iemands bloed te meten, de zogenaamde viral load. De bedenker van de PCR-techniek stelt echter dat de toepassing van PCR als kwantitief ‘virusmeetinstrument’ niet mogelijk is, speciale versies die anderen van zijn test maakten (qPCR, rtPCR) ten spijt. Hij kreeg een Nobelprijs voor zijn uitvinding en je mag veronderstellen dat zo iemand weet waar hij over praat. PCR is bedoeld om kenmerken (type) te bestuderen, niet hoeveelheden (instantiaties van het type) te meten. PCR is ook bedoeld om DNA te bestuderen, niet om RNA te bestuderen. Toch is dat precies wat er met HIV-tests wél gebeurt. Het veronderstelde HIV heeft RNA in zijn genoom en de te meten HIV RNA-fragmenten, waarvan sommige veel kleiner zijn dan zelfs een enkel gen, moeten dus eerst worden vertaald naar DNA. Dit gebeurt door aan het serum het enzym Reverse-Transcriptase toe te voegen. De vertaling van RNA naar DNA is echter foutgevoelig en gezien de vermenigvuldigingsfactor van enkele miljoenen zullen eventuele fouten ook vele miljoenen malen worden vermenigvuldigd.
Net als alle andere HIV-tests is de PCR-test nooit geijkt aan de detectie van het werkelijke virus, de onontbeerlijke ‘gouden standaard’ of referentiemeting. Het werkelijke virus is namelijk nog nooit gevonden. Zonder een gouden standaard is een test een experiment en de uitkomst een aanname. De vreemde situatie doet zich in de praktijk echter voor dat AIDS-wetenschappers nu de boel aan het omdraaien zijn en PCR als de facto gouden standaard gebruiken voor andere tests. Dit zijn zéér kwalijke praktijken die normaal gesproken in zuivere wetenschapsbeoefening niet voor zouden mogen komen. In een vakgebied waar sprake is van gezonde zelfcontrole zijn zulke dwalingen onmogelijk.
De fabrikanten stellen zelf:
The Roche Amplicor HIV-1 Monitor Test is not intended to be used as a screening test for HIV or as a diagnostic test to confirm the presence of HIV infection” (Amplicor HIV-1 Monitor Test. Roche. 1999).
The VERSANT HIV-1 RNA 3.0 Assay (bDNA) is not intended for use as a screening assay for HIV infection or as a diagnostic test to confirm the diagnosis of HIV infection” (Summary of Safety and Effectiveness - Versant HIV-1 RNA 3.0 Assay. Versant. 2003 Jul 9)
The NucliSens HIV-1 QT assay is not intended to be used as a screening test for HIV-1 nor is it to be used as a diagnostic test to confirm the presence of HIV-1 infection.” (NucliSens HIV-1 QT. Organon Teknika. 2001 Nov 13).
Om het gebrek aan een gouden standaard of een daadwerkelijk virus te omzeilen, wordt gebruik gemaakt van een consensus-genoom (een genoom is de totale verzameling erfelijk materiaal van een organisme of virus). Wetenschappers hebben onderling afgesproken wat ze voortaan als HIV willen zien en wat niet. Orthodoxe wetenschappers zeggen nu wél de juiste genoom te hebben afgesproken, dissidente wetenschappers wachten nog steeds op het bewijs. Laten we er heel even vanuit gaan dat wél de juiste genoom is bepaald. Dan nog is de PCR test ongeschikt voor meting van de viral load.
Het probleem is dat inmiddels is gebleken, dat datgene waarvan ze altijd aannamen dat het kenmerkend zou zijn voor HIV, helemaal niet HIV-specifiek is. De andere HIV-tests, de ELISA en de Western Blot zijn om dezelfde reden onbetrouwbaar. Viral load metingen baseren zich niet op de hele genoom maar op een heel klein deel van de toch al extreem eenvoudige genoom. Het HIV-fragment waarnaar met PCR gezocht wordt is zo extreem eenvoudig, dat absoluut niet kan worden uitgesloten dat het in grote hoeveelheden voorkomt in gezonde lichaamseigen cellen of ook aanwezig is in andere in een gezond lichaam rondzwervende retrovirussen. Hoe eenvoudiger een beschrijving, hoe meer dingen er aan zullen voldoen, dat is eenvoudige classificatieleer en een IT-programmeer kent zoiets als een generiek type of generalisatie. Hoe eenvoudiger een type hoe meer instanties er aan voldoen. Ik schreef eerder een artikel over bijbelcodes en de analogie daarmee is vrij sterk. Er zijn mensen die op zoek gaan letterstapcombinaties in de bijbel en daar betekenis aan hechten. De biijbel bevat echter zoveel tekst dat zelfs vrij complexe letterstapcombinaties gemakkelijk gevonden kunnen worden. De moord op Kennedy, het ongeluk van princess Di, zelfs het einde van de wereld kan gemakkelijk gecodeerd worden teruggevonden in de bijbel. PCR-viral load testing is exact hetzelfde als bijbelcode ‘wetenschap’. Datgene waar AIDS-wetenschappers naar op zoek gaan, is mogelijk overal in het menselijk lichaam terug te vinden, niet alleen in indringende HIV-deeltjes. Pas als van tevoren wordt gespecificeerd wat moet worden gevonden en de specificatie beschrijvend genoeg is om uitsluitend genoeg te zijn, is er sprake van een betrouwbaar resultaat. Dat lijkt nu niet het geval.
Dat de zogenaamde PCR-primers niet specifiek zijn, blijkt al uit het feit dat er aanwezigheid van HIV is te meten in brouwsels zonder nucleinezuur. Zonder nucleinezuur is er geen RNA of DNA en kan er ook nooit HIV aanwezig zijn.
Omdat de fragmenten die met PCR worden opgespoord zo eenvoudig, (weinig beschrijvend) zijn, is hun aanwezigheid geen bewijs dat het hele virus aanwezig is. Het feit dat we ergens haren van iemand vinden is nog niet het bewijs dat die persoon zelf ook aanwezig is. Hooguit een aanwijzing. Pas als we in het licht van onze zaklamp een deel van een arm, been of een hoofd zien opdoemen, kunnen we er een beetje zeker van zijn dat de persoon zelf er ook is.
Figuren als deze (uit Wikipedia) zijn gebaseerd op veronderstellingen die niet te controleren zijn, dit figuur toont een mogelijke opbouw van het virus
Zelfs de aanwezigheid van complete genomen, betekent nog niet dat er virussen aanwezig zijn, laat staan werkzame. De HIV-kenmerken die met PCR worden gedetecteerd, zijn ook nog eens vrije, ongebonden materialen. Als het al virussen zijn, zijn het vrije virussen die in het lichaam rondzwerven en nog geen cel hebben geinfecteerd. Dat betekent dat zelfs als er een hoop van dat soort virus aanwezig is in een menselijk lichaam, deze nog steeds ongevaarlijk zijn. Om ziekteverwekkend te zijn moet het viruskapsel zich eerst binden aan cel. In technische termen: het gp120-proteine van het virus moet zich binden aan de receptor van CD4-cel voordat het überhaupt zijn eventuele pathogene werking kan gaan hebben. Dit gp120-proteine is niet aanwezig in de met PCR-gemeten virusfragmenten en als het dat wel was, is nog nooit bewezen dat het bij HIV hoort.
(noot: van het GP120-proteine is nog nooit bewezen dat het bij HIV hoort, onze Wilhelm Godschalk heeft een methode ontwikkeld waarmee dat gecontroleerd zou kunnen worden. Tot op heden is de aanname dat het wél bij HIV hoort comfortabeler gebleken voor de AIDS-industrie dan de eventuele uitkomst van een werkelijke test)
In het algemeen wordt er aan getwijfeld of de klasse van retrovirussen, waartoe HIV als het al bestaat ook behoort, wel ziekteverwekkend is. ‘s werelds beste retrovirus-specialist, Peter Duesberg, noemt het passagiervirussen. Meeliftende virussen zonder schadelijke werking.
Naast deze tekortkomingen, heeft PCR nog veel meer problemen:
■ behaalde testresultaten zijn niet goed reproduceerbaar
■ de test geeft regelmatig valse positieven
■ de test is zeer gevoelig voor kruisreacties en vervuiling, juist omdat er zulke extreem kleine hoeveelheden (minieme fragmenten van slechts enkele virusdeeltjes) worden gezocht is de kans op besmetting van het testserum erg groot
■ de HIV RNA PCR-waarde heeft geen enkele relatie tot de CD4-count. Ofwel de hoeveelheid (verondersteld) virus die wordt gevonden, staat niet in verhouding tot het aantal cellen dat het virus zou vernietigen
■ de HIV RNA PCR-waarde zegt ook niets over de ziekheid van een patient. Een gezonde patient kan een heel erg hoge viral load hebben, en een doodzieke AIDS patient kan een hele lage viral load hebben
■ de test geeft resultaten die niet overeenstemmen met de andere soorten testen, bloed dat volgens PCR extreem veel virus bevat, kan volgens de Western Blot of ELISA test seronegatief zijn
Moet ik nog verder gaan? Het is een prutstest maar tegelijkertijd wel de basis onder de officiele AIDS-theorie.
De PCR-test wordt misbruikt voor doeleinden waarvoor hij nooit is bedoeld en op een virus dat nog nooit is aangetoond. Niet gek dat er daarom onbetrouwbare resultaten worden gegenereerd. Het probleem is echter niet dat deze feiten moeilijk te controleren zijn (wij hebben namelijk gewoon keihard gelijk, iedere gekwalificeerde wetenschapper kan dit controleren), het probleem is dat de AIDS-industrie gewoon weigert in te gaan op deze argumenten. Dat is een zwaktebod. Als hun theorie zo robuust is, moet het gemakkelijk zijn bewijzen te leveren. Dat kan niemand en dus wil niemand dat, ze praten er omheen. Ik heb vele ‘officiele’ AIDS-onderzoekers benaderd, van het AMC, LUMC, IATec, HIV-monitoring tot de Universiteiten van Maastricht en Utrecht, geen enkele wilde inhoudelijk commentaar geven. Zeker niet meer toen ze dit artikel hadden gelezen.
Naast technische, objectief vast te stellen problemen, is er ook nog gewoon het subjectieve welzijnsgevoel van de patienten. Medicijncocktails worden zodanig veranderd en samengesteld gedurende het jarenlange behandeltraject dat de PCR-resultaten zo min mogelijk (verondersteld) virus aangeven. Een lage ‘HIV RNA PCR’-telling is dus gunstig, een hoge is slecht. Bedenk daarbij dat de medicijnen in de HAART-therapie extreme (dodelijke) bijwerkingen hebben. Bijwerkingen die na een paar jaar medicijngebruik absoluut in niets onderdoen voor AIDS zelf. De AIDS-patienten die wij spraken gaven aan dat hun welzijn in geen enkele relatie stond tot de metingen die hun internist hun regelmatig presenteerde. Viral-loads konden onmeetbaar laag zijn en toch kropen ze met de diarree op hun hielen door de woonkamer van de ellende. Het blijkt ook dat elke internist de meting anders interpreteert, het zoveelste sein van wijdverbreide kwakzalverij binnen de AIDS-wereld. In één van de gevallen hadden zowel onze reviewers als de patienten zelf het idee dat de internist absoluut niet wist waar hij over sprak. Dit verhinderde hem echter niet de zeer serieuze medicijnen voor te schrijven, te spreken van een accute HIV-infectie en een voorstel voor het verwijderen van de milt neer te leggen bij de patient.
In ‘onze’ groep AIDS-patienten zijn er meerderen die vanwege de extreme bijwerkingen zijn gestopt met de medicatie en zich inmiddels weer veel beter voelen. Kerngezond sommigen zelfs. Hun PCR-meting is ook nog eens lager dan tijdens de medicijnkuur en dat terwijl HIV ongeneeselijk wordt geacht.
Meelezen kan hier.
Waar hier dus sprake van is, is een vakgebied waarin het normaal is extreem giftige medicijnen voor te schrijven op basis van een test die nog op geen enkele manier zijn betrouwbaarheid heeft bewezen en waarvan zowel de fabrikanten als de uitvinder zeggen dat hij ongeschikt is. Doe er mee wat je wilt, maar denk er nog eens aan als je ondanks je normale levenstijl toch een keer seropositief test…
■ http://www.virusmyth.net/aids/data/chjtests5.htm
■ http://www.virusmyth.net/aids/data/chjppcrap.htm
■ http://www.virusmyth.net/aids/data/miloads.htm
■ http://nobelprize.org/nobel_prizes/chemistry/laureates/1993/illpres/
Verder is het ook een feit dat binnen bepaalde groepen in de menselijke populatie het meer voor komt dan andere. O.a. komt het voor veel voor bij mensen die onveilige seks hebben of vormen van seks waarbij men een grotere kans heeft met bloed in aanraking te komen.
Concluderend ben ik voor mezelf geneigd het eens te zijn met het 'dissidente kamp'.
Het zou mij niets verbazen als ook 'AIDS' wederom één van die megaschandalen is, zoals er zovelen zijn. Zovelen, die vandaag de dag als het ware 'van de daken geschreeuwd' worden. Een teken des tijds...?
Maar, de reden waarom ik deze reactie plaats, is dat ik mijn opperste verbazing moet uitspreken voor de opstelling van de orthodoxe 'wetenschapsbeoefenaars'. Als er zóveel - volstrekt legitiem lijkende - vragen rond het gehele AIDS-thema gezet kunnen worden, zou elke zichzelf respecterende wetenschapper hier toch volop in duiken! Hetzij om de vraagtekens op te heffen, hetzij om zijn eigen theoretische model noodgedwongen aan te passen. Maar dat gebeurt niet en dat is op zijn minst verdacht te noemen.
Het lijkt me dat Zapruder velen heeft benaderd met de vraag nu eens licht op deze kwestie te werpen. Men verschuilt zich achter gespeelde verontwaardiging. Er wordt zelfs gewezen op het enorme leed dat Zapruder met deze artikelenreeks zou veroorzaken bij al die arme AIDS-patienten. Een goedkoop argument, dat ook bij 9/11 gebruikt wordt. En bij de Holocaust...
Mij dunkt dat Voorstanders van welk thema dan ook juist gebaat zouden zijn - en er zelfs om zouden staan springen - dat onafhankelijk reproduceerbaar onderzoek het keiharde gelijk van hun stellingen aantoont.
De ware wetenschappelijke houding is er een die volledig openminded is ten opzichte van de onderzochte materie en bereid is álle persoonlijke en economische motieven terzijde te schuiven.
Maar kennelijk is dit te hoog gegrepen en moeten dit soort wetenschappers tegenwoordig met een lampje gezocht worden... Mensen blijken zwak en beïnvloedbaar, ook wetenschappers zijn mensen.
Ondanks de enorme berg belangen die hier een rol spelen blijft het onvoorstelbaar dat er zo weinig orthodoxen 'uit de kast komen'. Zouden veel van die mensen gewetensbezwaren hebben? Moeite om zichzelf in een spiegel onder ogen te komen? Zó verstrikt in het 'systeem' dat dit hen onverbiddelijk in zijn macht heeft? Of, bekijk ik het allemaal te 'naïef' en kúnnen ze eenvoudigweg niet beter voor de dag komen? Is het dan zó slecht gesteld met de mensheid?
Hypothetische, onafhankelijke waarnemers zouden zich een ongeluk lachen bij het analyseren van de wijze waarop de mensheid zich laat beetnemen. Er moet toch zeker méér zijn dan stompzinnig eigenbelang?