De situatie in Afghanistan eskaleert zienderogen, zeker nu de NATO daar meer offensief optreedt. In 2007 kwamen meer dan 8000 Afghanen om het leven, het aantal gewapende treffen waaraan de NATO-troepen onder ISAF vlag deelnamen steeg van 1755 in 2005 tot 6000 in 2007. Het wordt steeds meer duidelijk dat de ISAF-missie geen stabiliserings- of opbouwmissie is, maar meer een vorm van gewapende ontwikkelingshulp. “Door heel Afghanistan is de ISAF-missie overgegaan van een pure stabiliseringsoperatie op een militaire inzet met als zwaartepunt opstand-bevechting.”, geeft de stichting Wetenschap en Politiek toe. Onder de militaire bezetting worden liberale economische structuren opgezet die het land vreemd zijn en die de armoede in Afghanistan doen toenemen. Dit wordt ook nog eens toegejuicht door de Duitse Bundesambt voor Buitenlandse economie. “Afghanistan is een van de meest open economie ter wereld, in ieder geval de meest open economie in de regio. Handelsbeperkingen of handelsbeperkende maatregelen bestaan er vrijwel niet en de Afghaanse regering staat open voor investeringen in het land.”
Door gastzapper: Jurgen Wagner (vertaald uit het Duits)
Daarbij worden in Afghanistan buitenlandse investeringen beschermd, importheffingen verlaagd, 100% firmabezit door buitenlanders gestimuleerd, geldt bescherming tegen onteigening, belastingvrijheid in de eerst acht jaren van investeren in het land en is het mogelijk 100% van winsten gemaakt in Afghanistan naar het buitenland te laten stromen. De gevolgen van deze neoliberale “opbouwpolitiek” zijn rampzalig. Volgens het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNPD) heeft de humanitaire toestand zich sinds de NATO-inzet snel verslechterd: 61% van de bevolking is chronisch ondervoed, 68% heeft geen directe toegang tot schoon drinkwater. Deze beschamende cijfers zijn niet in de laatste plaats toe te schrijven aan de scheve verhouding tussen tussen militaire en humanitaire geldelijke steun.
Terwijl tussen 2002 en 2006 82,5 miljard dollar werd uitgegeven aan de militaire operatie in het land, gaf de gezamelijke “wereldgemeenschap” 433 miljoen dollar uit aan gezondheidszorg- en voedingsprogramma’s in Afghanistan. Minder als de totale kosten voor de Duitse militaire inzet aldaar in een jaar. Daarbij werd de ontwikkelingshulp in het kader van de militaire-"opbouw" voor oorlogsdoelen aangewend. Zo stelde Caritas International in juni 2008 vast dat: “de uitgaven van hulpgeld niet aan directe hulp wordt uitgegeven maar veelal aan het bestrijden van de opstand”. Door dit ontwikkelingsgeld te besteden aan “strijd” verliezen humanitaire hulporganisaties ook nog eens hun politieke “neutraliteit”. Ze worden zo door de Afghaanse bevolking gezien als onderdeel van de bezettingsmacht. Direct gevolg: een stijgend aantal slachtoffers onder de medewerkers van verschillende hulporganisaties, waaronder “artzen zonder grenzen” en de “wereldvoedselorganisatie” die zich al uit Afghanistan hebben teruggetrokken met het argument dat de civiel-militaire samenwerking het brengen van humanitaire hulp onmogelijk maakt.
Zelfs een van de “grondredenen” voor de oorlog in Afghanistan, de onderdrukking van vrouwen, laat een ontluisterende balans zien. Volgens een inschatting van het vrouwelijke Afghaanse parlementslid Dr. Massouda Jallal is in grote delen van het land is de levenomstandigheid voor vrouwen sinds de aanwezigheid van de NATO duidelijk verslechterd. Democratie en mensenrechten staan laag op het verlanglijstje van de NATO. Voorrang heeft de controle over het land, schrijft de voormalige Defensie-staatssecretaris Lothar Reuhl. Om dit te bereiken moet “worden samengewerkt met regionale machthebbers, stamhoofden en clan-bazen, waarvan sommigen drugsbaronnen en warlords zijn.” “De NATO-troepen”, zo schrijft Reuhl, “kunnen niet aandringen vrouwen ongesluierd door de straat te laten lopen of meisjes naar school te sturen.”
De NATO brengt Afghanistan vrede nog ontwikkeling. Daarom is het terugtrekken van de NATO-troepen noodzakelijk geworden. Maar in plaats daarvan zet de Bundesregierung in op “robustere maatregelen in het centrum”, zo verklaarde Defensieminister Franz-Josef Jung (CDU) in maart dit jaar. Daarom werd een Quick Reaction Force naar het gebied gestuurd, een expliciet voor offensieve doeleinden uitgeruste eenheid. Deze herfst zal het mandaat van de Duitse troepeninzet in Afghanistan nog eenmaal uitgebreid worden.
Afghanistan heeft niet nog meer soldaten nodig, maar juist minder. Daarom moet de poging om deze oorlog met een dekmantel van zwijgen te bedekken, juist vervangen worden door een roep om terugtrekking. “De vrede een kans, troepen terug uit Afghanistan”, luidt daarom het motto van de demonstraties 20 september in Berlijn en Stuttgart.
Ik neig naar het laatste, helaas...