De Amerikanen hebben een aparte manier van sport beleven, apart in de zin van “anders dan de Europeanen”. Dit ligt niet zozeer in de populariteit van sporten die elders een stuk minder beoefend worden dan andere, zoals American football en baseball, maar ook in de manier waarop ze sport bezien. Hoewel football en baseball ontegenzeggelijk teamsporten zijn, worden de individuele prestaties van de spelers zeer nauwkeurig gevolgd en vastgelegd. Van een honkballer worden alle slaggemiddeldes bijgehouden, hoeveel yards hij heeft gelopen, terwijl footballer bio’s worden begeleid door hun pre-prof periode, gelopen afstanden, worpen, touchdowns, trappen tot zelfs de hoeveelste ze waren tijdens de “draft”, enz, enz. Dit lijken voor “ons” Europeanen die niet verder komen dan klassementen en gescoorde doelpunten nogal overbodige trivia, maar de Amerikanen zijn dol op statistieken. De statistieken zijn dan ook erg belangrijk voor de sportbeleving en ze denken zelfs dat statistieken hen helpen in het voorspellen van sportuitslagen. Iets wat niet onbelangrijk is in een land waar veel gegokt wordt op sportwedstrijden. Het is grappig om te zien dat die voorliefde voor sportstatistieken zich ook uitstrekt naar de presidentiële verkiezingen. Zowat ieder stuk trivia over de twee Amerikaanse presidentskandidaten dat je je kunt voorstellen, wordt in de race naar het presidentschap opgelepeld en gekwantificeerd. Van het stemgedrag van Obama in het Congres, tot de mate van invaliditeit van McCain tot zelfs het design van de bril van Palin, alles wordt vastgelegd en gekwantificeerd. Zouden de Amerikanen dan nog niet weten dat resultaten behaald in het verleden geen garantie voor de toekomst geven?
Ik verkeerde de afgelopen drie weken in de omstandigheid om tijd door te brengen in the US of A. Verplicht door Patman op vakantie gestuurd omdat ik volgens zijn zeggen teveel aan het zeveren was over Anunnaki en dat mijn nieuwe anti-Codex Alimentariusdieet me nou niet meteen de meest welriekende persoon maakte om mee te ‘hangen’. Na een weekje opgehouden te zijn op Dulles Airport te Washington omdat Donkerdoorn het kennelijk leuk vond om een kopie van een Al Qaeda trainingsvideo in mijn bagage te stoppen (hoe komt die gast aan die shit..?), kon ik mijn werkelijke opdracht uitvoeren: zoveel mogelijk ranzigheid van Denny’s en McDonalds naar binnen stoppen en en passant de lokale media bestuderen. Wat me meteen opviel was de breedte van het nieuwsaanbod: naast het presidentiële voorspel was de naderende orkaan Gustav het enige nieuwsitem dat aandacht kreeg. Grappig om te zien dat de Bush administration bij monde van Michael ‘evil mofo’ Chertoff nu probeerde te laten zien dat ze het beste voor hadden met de bewoners van New Orleans door ze onnodig te evacueren voor een storm die, toen ze eenmaal landde, bij lange niet de vreselijke vernietiger was die Katrina bleek te zijn. De verontrustende berichten dat de dijken en verstevigingen die destijds zo jammerlijk hadden gefaald nu nog steeds niet adequaat waren hersteld (amper op het niveau van toen Katrina trof) werden gesmoord in de zelfpijperij over succesvolle en doortastende evacuaties door Homeland Security en noodplannen en iedereen die er (politiek) gewin bij had kunnen hebben.
Maar dat is een ander verhaal. De presidentsverkiezingen zijn het andere onderwerp dat de media bezig hield de afgelopen weken en de weken die volgen tot aan de daadwerkelijke verkiezingen. En hier zien we weer de fascinatie voor cijfers en statistieken. De keren dat Obama voor iets heeft gestemd (zonder te vermelden wat dat was en waarom) en de ongelooflijke focus op de woorden die tijdens de toespraken worden gebezigd. Toespraken die nu niet bepaald uitblinken in informatiedichtheid en vooral bol staan van nietszeggende retoriek en tweespaltig geneuzel. Hoewel politiek vaak een spel van woorden is en vooral de woorden die niet gezegd worden, is de focus van de critici en media puur gericht op het semantische deel. Niets over de daadwerkelijk politieke inhoud, niets over het kader waarin het ingebed is, in welke mate het de politiek van de partij weerspiegelt of op welke wijze het de VS uit het slop gaat trekken; het Obamamantra “change” blijkt niets meer dan een zwaar gesponsorde viral te zijn en de republikeinen zijn duidelijk “Witte Huis”-moe na de bootladingen aan negatieve kritiek die de Bush administration heeft mogen verduren. Vandaar dat ze wandelende Drionpil-reclamezuil McCain hebben ingezet, die nu zijn kandidatuur nog verder probeert te saboteren door een compleet politiek onervaren “hockey mom” -zoals ze zichzelf omschrijft, of MILF zoals anderen dat doen- als running mate te kiezen. Een vrouw die pas sinds vorig jaar voor het eerst in haar leven in het buitenland geweest is en grossiert in Amerikaanse kneuterigheid en oerconservatisme met de geur van pasgebakken koekjes die haar psychopathische aard moet verbergen.
Tot de daadwerkelijke verkiezingen daar zijn worden de Amerikaanse burgers bestookt met triviale feitjes en cijfertjes die het gedrag en de politiek van de puppets moeten kwantificeren. Daarin zijn ook de talloze polls in de aanloop enorm favoriet. Dit moet de Amerikaanse kiezer inzicht geven over hoe de pratende hoofden het land denken te gaan runnen. De tienerzwangerschap van de dochter van Palin, het woordengegoochel van Obama, de verbale diarree waaraan Biden lijdt en het krijgsgevangenverleden van McCain gaan de Amerikaanse burger voorbereiden om te kiezen voor de persoon die hen het best uit de economische recessie kan halen, het Irakdrama succesvol beëindigen, de onmetelijke staatsschuld kan terugdringen, de falende gezondheidszorg aanpakken, de dreigende energiecrisis afwenden en de toenemende haat voor de gevoerde buitenlandpolitiek kan temperen. Voorwaar geen eenvoudige opgave.
Het meest frappant aan dit alles is dat de gemiddelde Amerikaan zich zeker niet onverschillig opstelt ten opzichte van de race naar het presidentschap. Niet alleen de kranten staan er bol van, iedereen praat er ook over. Zo kon ondergetekende een discussie overhoren tussen wat locals in het bijna-spookstadje Panguitch in Utah, de ochtend na de speech van Hillary waarin ze de meute moest overtuigen van haar onkreukbare steun aan “Genosse” Obama. Hierin werd niet de politieke koers besproken of de inhoud van het programma van de Democraten versus de Republikeinen. Nee, de focus was op het woordenspel en het feit dat Clinton niet letterlijk gezegd zou hebben dat ze Obama steunt of hem ziet als een goede president. Semantiek, woordenspelletjes, details dus. Wat de Amerikanen vervolgens geen haar beter maakt dan de gemiddelde Nederlander, alleen wel gedetailleerder.
"Wat de Amerikanen vervolgens geen haar beter maakt dan de gemiddelde Nederlander, alleen wel gedetailleerder. "
Na een weekje opgehouden te zijn op Dulles Airport te Washington omdat Donkerdoorn het kennelijk leuk vond om een kopie van een Al Qaeda trainingsvideo in mijn bagage te stoppen
Maar we kunnen op een boel gebieden toch wel wat van de Amerikanen leren. Ik werk al jaren met ze, ken er veel persoonlijk en je kunt zeggen van hun publieke discours wat je wilt, maar het is diverser en meer uitgesproken dan hier in platgepolderd Nederland.
Ik denk dat die rallies met schreeuwende Amerikanen voor een deel ook propaganda zijn: hele shows met gangmakers en entertainment en mensen die braaf op cue juichen.
en dat mijn nieuwe anti-Codex Alimentariusdieet me nou niet meteen de meest welriekende persoon maakte om mee te ‘hangen’.
Verdomme, Antagonizer, er zitten allemaal stukjes kaasstengels op mijn 24inch door dit grappige stukje tekst.
en dat mijn nieuwe anti-Codex Alimentariusdieet me nou niet meteen de meest welriekende persoon maakte om mee te ‘hangen’.
Goed stuk!