Het grootste erfstuk van de acht jaren George W. Bush wordt niet de oorlog in Irak, de uitbreiding van de totalitaire macht van de Amerikaanse president of de race naar een Amerikaanse „controlestaat“. De Bush-jaren zullen voornamelijk de boeken ingaan als de jaren waarin de grip van een ministerie op de Amerikaanse maatschappij en politiek op een ongeëvenaarde schaal is toegenomen: het ministerie van Defensie, ofwel het Pentagon. De invloed van het „leger“ en het door oud-president Eisenhower vervloekte „military industrial complex“ in sectoren uiteenlopend van wetenschap, entertainment, diplomatie, voedsel, golfbanen of ruimtevaart is ongekend, en belangrijker, onbekend. Het nachtmerrie-scenario van Eisenhower is uitgekomen. Het Pentagon regeert in de VS. En heeft verregaande ambities.
Amerikanen geven per jaar ongeveer 500 miljard dollar uit aan hun leger. Dat bedrag is exclusief de kosten voor de oorlogen in Irak en Afghanistan, het onderhoud en paraat houden van nucleaire wapens of „noodbudgetten“ voor de oorlog tegen terreur. Alles bij elkaar opgeteld kost het leger, het Pentagon en oorlog de Amerikaanse belastingbetaler ongeveer 1 biljoen dollar per belastingjaar. En dan hebben we het nog niet over de budgetten die worden uitgetrokken voor „beveiliging“ van het Amerikaanse „Homeland“ en de verschillende van het Pentagon losstaande inlichtingendiensten (Alleen al het departement voor „Homeland Security“ is goed voor een slordige 50 miljard). Hiermee zijn de Verenigde Staten absolute wereldwijde koploper als het gaat om defensieuitgaven. Nummer 2, China, geeft ongeveer 10% van het totale Amerikaanse budget uit aan haar leger (plusminus 50 miljard).
Dat is natuurlijk een aantrekkelijke pot met geld. Het is daarom niet verwonderlijk dat veel Amerikaanse corporations en bedrijven tegen het Pentagon „aanschurken“ om een stuk van de taart te bemachtigen. Sterker, door de privatiserings woedde van de regering Bush zijn complete afdelingen van het Ministerie van Defensie veranderd in samenwerkingsverbanden tussen overheid en bedrijfsleven. Lockheed, Boeing en Northrop Grumman hebben permanente “werkgroepen” uitstaan bij het Pentagon en medewerkers van het ministerie komen na hun loopbaan veelal terecht bij militair geörienteerde corporations. En vice versa.
Het Pentagon heeft ambities. Onder Bush heeft het ministerie haar speelveld verplaatst naar veel “andere takken van sport”. Zo worden Amerikaanse ambassades langzaam „voortgeschoven posten“ in de „oorlog-tegen-terreur“ en loopt er op een gemiddelde ambassade ondertussen meer militair personeel dan diplomaten rond. Het Pentagon handelt in wapens, is begonnen met spionage en inlichtingen operaties (ten kostte van andere inlichtingendiensten), begint binnenlandse „rampenbestrijding“ over te nemen van andere ministeries (NORTHCOM), ziet humanitaire interventies en rampenbestrijding in het buitenland als een „nieuwe“ taak (CERP, Commander Emergency Response Program) en wil met wereldwijd meer dan 700 militaire basissen…….de planeet overnemen?
De jonge journalist Nick Turse beschrijft in zijn boek „The Complex, How the military invades our everyday lives“ niet alleen de toenemende invloed van het Pentagon en het Amerikaanse leger op staats- en regeringsniveau maar ook de toenemende invloed op de Amerikaanse maatschappij en samenleving. Hoe graag een Amerikaan (en ook Nederlander ondertussen) het ook zou willen, hij of zij kan niet om het military(security)-industrial-complex heen. Duizenden producten en bedrijven zijn gelinkt met het Pentagon, van margarine van het „Hollandse“ Unilever tot Dell Computers of Starbucks Coffee. De lijst is oneindig lang en gelijkt sterk op een soort zaibatsu-systeem met het Pentagon als spin in het midden van het web.
Turse wandelt op luchtige en humorvolle wijze langs alle „industrial complexen“, ofwel de maatschappelijke gebieden waar het Pentagon een flinke vinger in de pap heeft. Zo is er het „Military-Academic-Complex“. Vrijwel iedere Amerikaanse universiteit wordt „gesponsord“ door het ministerie van Defensie, voor onderzoek of het opleiden van „vakmensen“. Deze sponsoring houdt “spontaan” op zodra een universiteit “iets” publiceerd wat negatief uit kan vallen voor leger en Pentagon. De geldstroom richting universiteiten is tegenwoordig zo groot en zo belangrijk voor uni’s geworden dat ondertussen grote vraagtekens gezet kan worden achter het “objectief” onderzoek door Amerikaanse universiteiten.
Via het „Military-Oil-Complex“ (het Amerikaanse leger is grootgebruiker van olie, iets wat bijvoorbeeld Shell bepaald geen windeieren legt), cool „branding“ (ipod en Starsbucks als image verbeteraars voor het leger) neemt Turse ons mee naar de sector waar het Pentagon de absolute „macht“ over heeft in de VS: entertainment. In Hollywood kan bijna letterlijk geen block-buster film meer worden gemaakt zonder medewerking van het Pentagon. De relatie tussen leger en Hollywood is decennia oud maar heeft sinds het begin van de „war-on-terror“ welhaast bizarre vormen aangenomen. Hollywood als spreekbuis en propagandamachine voor het leger (meest recente, en hilarische, voorbeelden: Iron Man, Transformers (inclusief Amerikaanse vlaggen en adelaars overal), Indiana Jones (slechte Russen), Mummi (slechte Chinezen) en 300 (slechte Iraniërs. Overigens met stip de meest homo-erotische film in jaren en verslaat daarmee Topgun (Pentagonproductie) en Batman en Robin (Pentagonproductie)).
Ook de game-industry draait in grote mate op Defensiebudgetten. Veel „first-shooters“ zijn eigenlijk ontstaan als „trainingsprogramma’s“ bij marine, luchtmacht, mariniers of leger. Close Combat: First to Fight, Call to Duty, Medal of Honour en zelfs Halo zijn allemaal gesponsord of uitontwikkeld voor en door het Pentagon. Het houdt daar niet op. Internet blijkt een ideaal “recruiteringsmiddel” te zijn voor het Amerikaanse leger. Miljoenen geeft het Pentagon uit aan advertenties op het web, of gaat het contracten aan met populaire websites als Facebook (in Nederland is Defensie bijvoorbeeld regelmatig te vinden op GeenStijl.nl). De vier legeronderdelen (marine, luchtmacht, leger, mariniers) hebben ook allemaal „eigen“ websites. Vaak sites die in eerste instantie niet militair aandoen maar uiteindelijk via een aantal clicks potentiële recruiten weten te „lokken“ naar aanmelding of gegevens te ontfutselen voor latere mail en post „bewerking“.
De verwevenheid van het Pentagon, zoals Turse schetst, met maatschappij en politiek heeft een groot probleem (en dan niet het vermakelijke „military-golf-complex”, de obsessie van het Amerikaanse leger voor golfbanen): als zoveel bedrijven en mensen afhankelijk zijn van het „leger“ en defensie, als eigenlijk de complete Amerikaanse economie nog maar op een exportproduct draait (wapens), als „oorlog“ en alles wat daar mee te maken heeft opeens een maatschappij vorm begint te geven en een zware stempel gaat drukken, waar eindigt zoiets? Want uiteindelijk „bouwt“ een dergelijk systeem op naar waarvoor het bedoelt is: het inzetten van al die wapens. Daarom maakte Eisenhower zich zo druk om het „military-industrial-complex“. Die macht en een dergelijke maatschappij kan maar tot een ding leiden: (zelf)vernietiging.
en wil met wereldwijd meer dan 70 militaire bassisen…….de planeet overnemen?
De invloed van het „leger“ en het door oud-president Eisenhower vervloekte „military industrial complex“ in sectoren uiteenlopend van wetenschap, entertainment, diplomatie, voedsel, golfbanen of ruimtevaart is ongekend, en belangrijker, onbekend.
democraatus | 03-08-2008 20:34
Hoe kan je serieus van elkaar willen leren als je alleen een vraagteken kan posten?
41438 Leuk geprobeerd HP,wil weer gaten schieten in goede artikelen.
Onbekend bij het grote publiek wil nog niet zeggen dat de invloed niet ongekend is.
De hersengarage van Zapruder Inc.
Europa geeft Iran schot voor de boeg (en in eigen voet)
Tamiflu(tm) toch geen wondermiddel
Hedge Funds hebben ook mensenrechten
Ongeordend: Brief aan de Toekomst (new vid)