De Graallegende
De Graallegende is onlosmakelijk verbonden met Jezus Christus. Jezus zou niet aan het kruis gestorven zijn, maar zijn kruisiging nauwlettend in scene gezet hebben aan de hand van een oude Joodse mythe. Het volgen van die mythe had ervoor moeten zorgen dat hij gezien zou worden als de Messias van de Joden; in die dagen waren er wel meer ‘profeten’ die aanspraak maakten op die titel. Het pakte iets anders uit, want in eerste instantie werd Jezus niet gepruimd door de Joodse religieuze leiders (met name door zijn opvattingen over Egyptische mystiek en de vrije rol die hij de vrouw toebedeelde), maar uiteindelijk viel de boodschap van Jezus wel in goede aarde bij de overheersers van die tijd, de Romeinen. Hoewel zij verantwoordelijk waren voor zijn kruisiging, zag men in de snelle opkomst van het Christendom een krachtig middel om het verkruimelende Romeinse Rijk bij elkaar te houden.
Dit werd door de Romeinen vastgelegd in het Concilie van Nicea in het jaar 325. De Romeinse Keizer Constantijn de Grote gebruikte deze inhoudelijke discussie om zijn rijk te consolideren en zich te verzekeren van de militaire steun van de Christelijke volken in en om zijn rijk. Sir Laurence Gardner, een man met een mysterieuze achtergrond (hij noemt zich ondermeer Tempelier van Sint Anthonius), heeft hier zeer boeiend over geschreven in zijn boek De Erfopvolgers van de Graal, waarin hij zeer uitgebreid vertelt over hoe Jezus zijn eigen dood fakete en uiteindelijk levend en wel Palestina verliet na zijn “herrijzenis”. Hij was getrouwd met Maria Magdalena (de bruiloft van Kanaän zou Jezus’ eigen bruiloft zijn geweest!). De nazaten van Jezus en MM zouden later het Franse koningsgeslacht van de Merovingen vormen en ook in Engeland zou er een aftakking zijn die de heilige bloedlijn voort zou zetten, de zogenaamde Visserkoningen, die later zou voortgaan in de Sinclairs. Het is hier dat de mysterieuze term “Graal” zijn intrede doet.
Over de Heilige Graal doen veel verschillende verhalen de ronde en het bekendste verhaal komt wellicht uit de Koning Arthur sage, waarin de Graal de beker is die Jezus gebruikte tijdens het Laatste Avondmaal en waar zijn bloed in opgevangen zou zijn. In vroege Franse literatuur wordt gesproken over de “Saint Graal” (de Heilige Graal), maar het zou ook een (opzettelijke?) verbastering kunnen zijn van de term Sang Real, het echte oftewel het koninklijke bloed; het bloed van Jezus Christus. Gardner stelt dat Maria Magdalena het letterlijke symbool van de Graal is, de “beker” die het bloed van Christus bevat. Letterlijk betekent het dat haar schoot het zaad van Christus bevatte en dat ze dus kinderen van de profeet gebaard heeft. Kinderen van Heilige Bloede die aanspraak zouden mogen maken op de troon van Jeruzalem, aangezien Jezus een rechtstreekse afstammeling van de Joodse koning David geweest zou zijn.
De verschillende Graal-verhalen waren in wezen een slimme manier om onder de zware censuur van de Kerk het ‘ware’ verhaal te vertellen over Jezus en zijn nageslacht, net zoals de verborgen symboliek in kunstwerken dat was. Het verhaal op een directe manier vertellen of uitbeelden zou op zeker de brandstapel opgeleverd hebben. Een belangrijk verhaal in de Graalhistorie is het verhaal van Perceval, De Historie van de Graal door Chrétien de Troyes, dat later werd uitgediept in Parzival door de Duitser Wolfram von Eschenbach. Hier wordt de basis gelegd voor de bekende verhalen van koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Veel elementen van het officiële bijbelverhaal vinden hun weg terug in de Arthurlegenden, maar de continue ondertoon is die van het zoeken naar de Heilige Graal die het bloed van Christus bevat: de bloedlijn van Jezus.
Volgens de verschillende auteurs zou er vanaf het begin van het onstaan van de Kerk een onderstroom geweest zijn die tot doel had het ware verhaal omtrent Jezus en Maria Magdalena te vertellen en te bewaren voor het nageslacht. Toen de Tempeliers zo bruut verraden en vermoord werden door hun eigen Kerk, zagen de geheime genootschappen nog meer de noodzaak in van het opereren onder de radar. Daardoor zouden er allerlei genootschappen zijn ontstaan die de geheime kennis levend hielden en verspreidden, zoals de Rozenkruisers en de Scottish Rite. Vermoed wordt dat ook Bérenger de Saunière lid zou zijn van die Scottish Rite, een genootschap dat volgens de regels van de Tempeliers en de Katharen leefde, wat Saunière’s obsessie voor Maria Magdalena zou verklaren en de toren die hij uiteindelijk in haar eer bouwde. Enkele Tempeliers die de vervolging in Frankrijk wisten te ontkomen stichtten ordes in Schotland, Engeland en Portugal. Sommige Tempeliers vluchtten naar Zwitserland en zouden zo de basis gelegd hebben voor het succesvolle Zwitserse bankwezen, aangezien zij de eerste bankiers van de wereld waren. Tot op de dag van vandaag zou hun invloed en die van de genootschappen nog steeds een factor van belang zijn in de internationale financiële en politieke wereld.
De Priorij van Sion
In The Holy Blood & The Holy Grail wordt veel melding gemaakt van een mysterieus genootschap, De Priorij van Sion. De oorsprong van dit genootschap is in nevelen gehuld, maar volgens de THB&THG zou het voortvloeien uit geheime genootschappen als de Tempeliers en Rozenkruisers. De schrijvers van het boek kwamen in contact met de mysterieuze Pierre Plantard, die hen voorzag van geheime documenten die hen op het spoor brachten van de nalatenschap van Jezus. Plantard verbond dit met het mysterie omtrent de Franse priester Bérenger de Saunière en verklaarde dat hij Grootmeester was van de Priorij van Sion, een genootschap dat tot doel had de geheime bloedlijn van Jezus levend te houden en de rechtmatige plek op de troon te geven. Andere Grootmeesters zouden Botticelli, Leonardo Da Vinci (een leerling van Botticelli), Isaac Newton en Victor Hugo geweest zijn en leiding gegeven hebben aan het geheime genootschap. Plantard beweerde zelfs een nazaat te zijn van de verdreven Merovingische vorsten, en zo dus ook een afstammeling van Jezus Christus.
Helaas voor Plantard werd zijn zorgvuldig opgezette plannetje ontmaskerd als een narcistische poging om zichzelf tot koning te kronen en al snel bleek dat hij veel van de documenten zelf had vervalst en verzonnen. Echter, de verbindingen die hij wist te leggen tussen de verschillende historische elementen en personen gaf toch blijk van een diepe geheime kennis. De uitdagende houding van kunstenaars als Leonardo Da Vinci en Nicholas Poussin naar de Kerk toe was bekend en de symbolen doe zij gebruikten waren duidelijk bedoeld om een explosief geheim te vertellen. Hoewel Plantard uiteindelijk ontmaskerd werd als een charlatan, werd wel duidelijk dat hij de beschikking gehad moest hebben over uitgebreide en geheime kennis. Kennis, die ondanks de snode plannetjes van Plantard niet zomaar opgeborgen mag worden naast de Yeti en het Monster van Loch Ness.
Veel meer zin en onzin hierover vind je hier (o.a. debunks) en hier.
Nou, sterker, het verhaal van Chrétien de Troyes, geschreven aan het eind van de 12e eeuw, is het eerste bekende verhaal ter wereld waar over zoiets als een graal wordt gesproken. Met andere woorden: deze schrijver heeft het graalbegrip verzonnen. Oudere bronnen die over "de graal" verhalen zijn er niet.