“Laten we niet over de toedracht speculeren”, antwoordde minister van Defensie Middelkoop op vragen over de weigering van 24 Nederlandse militairen in de Afghaanse provincie Uruzgan om een dienstbevel uit voeren. Het dagblad “Trouw” valt de minister op 3 oktober bij in een stuk gepeperd met woorden als “onrust” en “vaderland”: “Speculaties over een dergelijk gevoelig onderwerp zouden voeding geven aan de gedachte dat het een zooitje is in Uruzgan.”. We mogen niet speculeren maar het “waarom” van de dienstweigering ligt eigenlijk al op straat, al zal de Nederlandse regering, pers en het leger er alles aan doen om dit te bagatelliseren. De Nederlandse militairen in Uruzgan weigerden op verkenning te gaan omdat de missie moet werken met gebrekkig en versleten materiaal. De implicaties hiervan zijn politiek groot.
Het was de Volkskrant die als eerste vraagtekens zette bij de officiële lezing over de vermeende “dienstbevelweigering”. Volgens Defensie zouden de 24 Nederlandse verkenners geweigerd hebben “dekking te geven” aan een minder getrainde (Afghaanse) eenheid. De onrust was dusdanig groot dat het leger geen andere mogelijkheid zag dan de Hollandse eenheid op “non-actief” te zetten. Een ego kwestie. Uit verhalen vanuit de achterban en andere eenheden komt een ander beeld naar voren: de verkenners zouden worden ingezet voor andere taken dan waarvoor zij bedoeld zijn. In cryptische termen: “een verschil van opvatting tussen manschappen en officieren over “de voorbereidingstijd die nodig was voor een gecompliceerde missie””.
Juist omdat de verhaallijn van Defensie zo ongeloofwaardig schijnt, en de stroperigheid in de Nederlandse media zo groot, lijkt een eerder voorgaand “incident” meer licht op de kwestie te werpen. Commandanten van twee pelotons stuurden de militaire vakbonden VBM/NOV kortgeleden een “brandbrief” over de gesteldheid van Nederlands materiaal in Uruzgan en tekenden aan dat zij het onverantwoord vinden om met de huidige uitrusting buiten de basis op te treden. Een tekort aan ambulances zou zelf levens in gevaar brengen. Al eerder is er geklaagd over materiaaltekorten door bonden en militairen.
In reactie op de aantijgingen liet Staatssecretaris Jack de Vries weten dat Nederlandse troepen nooit worden ingezet zonder adequaat materiaal (Sebrenica?). Er zijn problemen, volgens de staatssecretaris, maar toevoer van nieuw materiaal en reserveonderdelen neemt tijd in beslag.
We mogen niet speculeren van de minister, hoewel buitenlandse media ondertussen klaarblijkelijk wel de link hebben gelegd tussen het versleten materiaal en de “bevelweigering”. In plaats van het probleem aan te pakken, wordt er liever politiek verstoppertje gespeeld, zoals de reactie van Jack de Vries duidelijk aangeeft. Het niet luisteren naar de mensen ter plaatse, die dagelijks hun leven riskeren en het beste de situatie kunnen inschatten, is onverantwoord. Zoals ook een eerder schandaal in het Britse leger in Afghanistan, dat met dezelfde problemen als de Nederlandse troepen kampt, laat zien.
Niet in Uruzgan wordt bevel geweigerd, maar juist in Den Haag.
Volgens mij is dat cynisme
De hersengarage van Zapruder Inc.
George W. & Co. veroordeeld
De massavernietigingsonderbroek
Hoe Italië, Griekenland en België de Euro binnen werden gerommeld
Euro-crisis update: the song remains the same