Zo. De oorlog-tegen-terreur™ is ten einde. In deze “oorlog“, in het leven groepen door de Amerikaanse regering onder president Bush, trokken Amerikanen en bondgenoten ten strijde tegen het wereldomvattende gevaar van “terreur“™. Soms in de vorm van fictieve tegenstanders, soms in de vorm bestaande. Het uiteindelijk doel van de pakkende slogan was natuurlijk het verkopen van Amerikaanse militaire ambities en de torenhoge defensieuitgaven die daarmee gepaard gaan. Helaas voor sommige populisten of simpele zwart-wit-denkers zullen de Amerikaanse imperialistische acties voortaan onder de noemer Overseas Contingency Operations, of in Orwelltaal OCO, worden uitgevoerd. The-war-on-terror (of Long War), een eufemisme met tussen 600.000 en meer dan een miljoen Irakese doden, duizenden Afghaanse doden, duizenden Somalische doden, DU-munitie, martelpraktijken, overal burgers bespionerende overheden, en gaten in grond-en burgerrechten, is geschrapt. Laat de oorlog beginnen.
Als we het nieuwe, topzware, defensiebudget van Bush-regeringoverblijvertje Defensie minister Gates als vergrootglas gebruiken, wordt duidelijk welke koers het Pentagon op het internationale toneel gaat inzetten. Amerika’s militaire toekomst ligt in “expeditionary warfare” en “counterinsurgency operations”. Met andere woorden: niet langer zal “conventionele oorlogsvoering” met grote landlegers, tankbattalions en lucht- en zeevloten het speerpunt van het Amerikaanse militaire budget zijn, maar de “special ops”, onbemande “predator drones” en meer specialistische wapens. “Experditionary” en “counterinsurgency” kunnen ook gelezen worden als “meer invasies”, meer “pre-emptive” aanvallen op souvereine staten. Grondstofrijke of strategisch gelegen landen kunnen zich opmaken voor een prachtige toekomst vol “humanitaire missies”, plotseling opduikende “Al Qaida™” of “ingrepen tegen verzet”.
Omdat hij de man van “change” is, herverpakt de nieuwe Amerikaanse president Obama nu Bush zijn “war-on-terror™”. De definitie is te eng. “Terror” betekende in Bush-spraak eigenlijk islamitische landen (al viel Irak ooit seculair te noemen). Onder “Overseas Contingency Operations” valt eigenlijk alles te schuiven wat tegen Amerikaanse belangen ingaat. Nationalisatie in Venezuela: contingency, door Israël betaalde rebellen in Darfur: contingency, China bedreigt Taiwan: contingency, piraten in Somalië: contingency.
Daar zijn weer de vertrouwde woorden. Richard Holbrook “in de stammenregio’s van Pakistan zitten mensen die nieuwe aanslagen op Amerika beramen”. Obama: “omdat de daders van 911 nog vrij rondlopen in Pakistan zullen de VS moeten ingrijpen”. Vergeet dat het gevecht in Afghanistan, en ondertussen ook Pakistan, een gevecht is tussen een “bezettingsmacht” (is er nog iemand die geloof hecht aan het woord “opbouwmissie") en verschillende Pashtun stammen, en dat “Al Qaida” niet meer voorstelt dan verdwaalde professionele “jihadi’s” op zoek naar een westers doelwit (dat tegenwoordig vrij eenvoudig te vinden is in Afghanistan). Opeens zijn de volksstammen “pissed off” Pashtuns, die dagelijks worden bestookt met raketten vanaf drones, verantwoordelijk voor 911. De nieuwe strategie voor Afghanistan is voorlopig het “Vietnamiseren” van het conflict, cq uitbreiding richting Pakistan. Met als kaarsje op de taart van “counterinsurgency” en “expeditionary warfare” het oudste trucje in het koloniale boek. Het omkopen van de tegenstander.
De Amerikaanse generaal Petraeus heeft zijn geschiedenislessen op de militaire academie goed geleerd. Vooral de verhalen over het Britse koloniale rijk moeten hem bij zijn gebleven. Als George W. Bush eind 2007 zijn “surge” in Irak bekend maakt (het sturen van meer troepen), treedt tegelijkertijd de “counterinsurgency-specialist” Petraeus aan als opperbevelhebber in het roerige Irak. De Amerikaanse bezetting duurt ondertussen jaren, en ondervindt nog steeds veel weerstand. Petraeus meent de sleutel tot een succesvolle overheersing te hebben gevonden: de “awakening councils”, soennitische strijd- en stamgroepen op de Amerikaanse loonlijst. In plaats van vechten tegen het verzet geef je ze wat dollars en een geweer om tegen andere groepen te strijden. Eventuele etnische zuiveringen of andere vetes die worden uitgevoerd of uitgevochten zijn “collaterall damage”. Het opkopen van verzet blijkt een succes in Irak. De onrustige soennitische provincie Anbar wordt opeens begaanbaar voor Amerikanen. Met het succes van de “councils” stijgt de ster van Petraeus en de generaal wordt in de laatste dagen van de regering Bush aangesteld als opperbevelhebber voor de gehele Midden Oostelijke regio. Inclusief Afghanistan.
Dus zoals de Britten al in de negentiende eeuw deden, wordt er nu naarstig gezocht naar dollarlustige stammen in Afghanistan die voor de NATO willen vechten. Counterinsurgency. Of gepraat met “warlords” die tot voor een jaar nog tot de meest radicale “taliban” of “Al Qaida” werden gerekend. De “taliban” terug in de Afghaanse politiek. Het abc van kolonialisme.
Maar nu langzaam het Amerikaanse speerpunt richting Afghanistan en de nieuwe oorlog in Pakistan lijkt te verschuiven, begint in Irak het “succesverhaal” haar schaduwzijde te tonen. De overwegend soennietische “councils” lijken te gaan “muiten” tegen de sjiietische Irakese regering. Op het moment dat president Obama zijn “terugtrekkingsplannen” bekend maakt, droogt plotseling de dollarstroom richting geallieerde stammen op met als gevolg een nieuwe golf van geweld in het land.
Pakistan, Afghanistan, opnieuw Irak en natuurlijk Somalië waar straks de piraten in het binnenland bestreden moeten worden. Genoeg Overseas Contingency Operations waar minister van Defensie Gates geld voor nodig heeft. De “war-on-terror™” van Bush mag dan ten einde zijn, onder Obama staat nog veel te wachten.
Raketschild is vorige week geprullebakeerd.