In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië is de verontwaardiging groot als Mohmed al-Megradhi, een vermoedelijk Libisch geheim agent, door de Schotse en Engelse authoriteiten uit de Schotse gevangenis wordt vrijgelaten. Al-Megradhi is namelijk als enige veroordeeld voor de aanslag op Pan Am 103, ofwel “The Clipper Maid of the Seas“, de Boeing 714-121 die op 21 december 1988 explodeerde boven het Schotse plaatsje Lockerbie. Voor dit feit zat de man een gevangenisstraf van 27 jaar uit maar al-Megradhi lijdt aan kanker en wordt daarom wegens “humanitaire gronden“ van zijn straf ontslagen. In de achtergrond blijken er echter hele andere belangen te spelen. De Britse regering, en de oliereus BP, willen zaken doen met Libië waarbij het “oude zeer“ van Lockerbie in de weg zit. Bovendien wilde al-Megradhi tegen zijn straf in beroep bij een hogere rechtbank. Niet zonder reden: de “zaak Lockerbie“ is een opeenstapeling van vervalst bewijs, valse getuigenverklaringen, dubbelagenten, manipulatie, propaganda en leugens.
Het staat al 20 jaar vast wie er verantwoordelijk zijn voor de aanslag op Pan Am 103: agenten van de Libische inlichtingendienst die in opdracht van het regime de Boeing hebben opgeblazen in reactie op de Amerikaanse aanval op doelen in Libië in 1986. Waarbij onder andere de 4-jaar oude dochter van Kolonel Ghadaffi om het leven kwam. De Amerikaanse aanvallen waren weer een reactie op een aanslag door Libische agenten in Berlijn, waarbij twee Amerikaanse soldaten om het leven kwamen. Ghadaffi zou via deze aanslag wraak hebben willen nemen op President Ronald Reagan, kort voor het afgelopen van zijn laatste ambtstermijn als Amerikaans president. Wraak op wraak op wraak.
Er blijft echter onduidelijkheid over deze aanslag, en meerdere betrokkenen bij het proces tegen de Libische verdachten Mohmed al-Megradhi en Al Amin Khalifa Fhimah hebben inmiddels aangegeven ofwel twijfel te hebben over het geleverde bewijsmateriaal, ofwel gelogen te hebben om zo ervoor te zorgen dat de verdachten daadwerkelijk, onder Schots recht, werden veroordeeld tijdens het Lockerbie-tribunaal in kamp Zeist. Een rechtbank speciaal in het leven geroepen op neutrale Nederlandse bodem in 2000. In 2003 werd al-Megrahi dan ook veroordeeld tot een straf van 27 jaar. De medeverdachte Fhimah werd tijdens het proces vrijgesproken.
De toedracht van de aanslag zou volgens de officiële theorie als volgt zijn verlopen:
Abdelbaset al-Megrahi was het hoofd airline security van Libian-Arab Airlines ten tijde van de aanslagen, en zou tevens een officier zijn geweest van de Libische inlichtingendienst. Medeverdachte Al Amin Khalifa Fhimah was tot kort voor de aanslagen hoofd van de Libian-Arab Airlines desk op het Luqa vliegveld in Malta, vanaf waar de Libiërs de aanslag zouden hebben voorbereid.
1. Al Megrahi kwam begin december 1988 naar Malta voor een kort bezoek en kocht daar in Mary’s House, een winkeltje vlak bij de Libian People’s Bureau van getuige Tony Gauci, de kleding dat werd teruggevonden, samen met resten van een Toshiba radio-cassette speler, in de resten van de koffer waarin de bom werd verwerkt. De labels in de kleding zijn later de eerste aanwijzingen omtrent een link met Malta.
2. Op 20 December 1988 kwam Al Megrahi wederom naar Malta, gebruikmakend van een vervalst paspoort. De volgende morgen zou hij naar het Luqa vliegveld zijn gegaan, waar hij de koffer in heeft laten checken op een vlucht naar Frankfurt en waarna hij zelf een vliegtuig terug naar Tripoli nam. De belangrijkste getuige hiervan: de Libische CIA informant Abdul Majid Giaka.
3. In Frankfurt zou de koffer zijn overgeladen op de vlucht van Frankfurt naar Londen, waar deze uiteindelijk aan boord van vlucht Pan Am 103 werd gebracht.
4. Als vitaal bewijsstuk voor de link met Libië werd een fragment van een ‘electronic circuit board’ teruggevonden, dat zou zijn gebruikt voor het timer mechanisme en afkomstig zou zijn van het bedrijf van de Zwitserse expert Edwin Bollier. Dit fragment vormt een van de belangrijkste bewijsstukken in de zaak.
Uiteindelijk heeft Libië weliswaar schuld toegegeven, en de nabestaanden financieel gecompenseerd, maar waarschijnlijk om zo internationale relaties weer te normaliseren en handelsrelaties met landen als de Verenigde Staten en groot-Brittannië te kunnen hervatten. Het blijft de vraag of dit betekent dat Libië schuldig is aan het drama en of dat Libië “slechts” tactisch een “schuldbekentenis” heeft afgelegd om uit haar geisoleerde positie te komen.
Er zijn namelijk legio andere “verdachten”:
1. Helsinki Waarschuwing / Abu Nidal organisatie
Op 7 December 1988 publiceerde de Amerikaanse Federal Aviation Administration een waarschuwing over een bedreiging aan de Amerikaanse ambassade in Helsinki twee dagen eerder, waarin een man stelde dat een Pan Am vlucht van Frankfurt naar de Verenigde Staten binnen 14 dagen opgeblazen zou worden door Ghassan Jadarat, een man die volgens hem banden onderhield met de Abu Nidal organisatie. Ook stelde hij dat een Finse vrouw de bom aan boord zou brengen als onwetende koerier. De beller zat er met zijn waarschuwing twee dagen naast.
Latere onderzoeken naar de achtergrond van Ghassan Jadarat leverden echter niets op, en volgens de Finse politie is de man volledig onschuldig. De man die de waarschuwing doorbelde zou een voormalige collega van Jadarat zijn geweest, die hem op deze manier een hak zou hebben willen zetten.
2. Iran / Ahmed Jibril
Het onderzoeksteam naar de Lockerbie bombing had aanvankelijk, volgens onderzoeksleider Dick Marquise, een belangrijke (andere) hoofdverdachte op het oog: Ahmed Jibril, de leider van de PFLP/GC (Popular Front for the Liberation of Palestine / General Command).
Volgens deze theorie zou de groepering de aanslag uitvoerden in opdracht van Iran. Vijf maanden eerder schoot een Amerikaans oorlogsschip, de USS Vincennes, een Iraans passagiersvliegtuig neer boven de Perzische Golf, wat met 290 passagiers op weg was naar Mecca. Hierbij zouden de Amerikanen, in Iraanse territoriale wateren, ten onrechte hebben verondersteld dat het toestel een Iraans gevechtsvliegtuig betrof. Iran beloofde daarop dat, ‘The sky would rain blood in revenge’.
Twee maanden voor de aanslag op Pan Am 103 werd door de Duitse politie in Frankfurt een terreurcel van de PFLP/GC opgerold, waarbij diverse bommen werden gevonden die waren gemaakt om aanslagen op vliegtuigen te plegen. Jibril gaf later in een interview deze gang van zaken toe, maar stelde dat de cel bezig was met voorbereidingen op een El Al vliegtuig, dat vanuit Frankfurt zou vertrekken.
De Duitse politie, en Amerikaanse ondervragers, concludeerden na het ondervragen van de betrokkenen dat er geen bewijs gevonden was dat wees op een band tussen de terroristische cel en de aanslag op het passagiersvliegtuig boven Lockerbie. Volgens onderzoeksleider Marquise was er wel informatie beschikbaar omtrent besprekingen tussen Iran en de PFLP/GC om via aanslagen wraak te nemen op het neerschieten van de Iraanse airbus, al was deze informatie ‘te zacht’ om als bewijs in een rechtbank gebruikt te kunnen worden.
3. Betrokkenheid CIA bij Lockerbie bombing / Ahmed Jibril
Juval Aviv, een onderzoeker in New York van de Interior Investigation Agency, en naar eigen zeggen voormalig Mossad agent, beweert dat CIA agenten toestemming gaven voor het plegen van de bomaanslag.
Dit zou te maken hebben met een geheime aktie door ‘rogue elements’ binnen de dienst, die Palestijnse terroristen zouden hebben toegestaan om drugs de Verenigde Staten binnen te smokkelen. Het doel hierbij: in ruil voor de drugshandel, ondersteuning bij pogingen van de CIA om Amerikaanse gijzelaars in Beiroet vrij te krijgen.
De bom zou aan boord zijn gesmokkeld door deze te verbergen in de baggage van Palestijnse drugs koerier Khaled Jaffar, waarbij op het laatste moment buiten zijn medeweten zijn koffer met drugs verwisseld zou zijn door de koffer waarin de bom werd verstopt.
De operatie zou volgens Aviv geinfiltreerd zijn door de groepering van de PFLP/GC van Ahmed Jibril, die volgens Aviv een week voor de aanslag, op 13 December 1988, een ontmoeting had met Jaffar in de Duitse stad Bonn. Aviv baseert zich bij zijn uitlatingen op verklaringen en fotomateriaal van agenten van inlichtingendiensten die hem tijdens deze ontmoeting zouden hebben geobserveerd.
Jibril ontkent dat de ontmoeting ooit heeft plaatsgevonden en stelt dat hij in zijn gehele leven nog nooit in Bonn is geweest, of uberhaupt in Europa. Aviv stelt dat zijn beweringen bevestigd kunnen worden door de Duitse overheid. Echter wordt het bezoek van Jibril aan Bonn door de Duitse authoriteiten ontkent na navraag door onderzoekers van de BBC.
De uitlatingen van Juval Aviv, waar of onwaar, kregen destijds veel aandacht door de vele overeenkomsten met de eerdere Iran-Contra affaire, waarbij onder meer Oliver North, destijds lid van de Amerikaanse National Security Council, betrokken was bij het leveren van wapens aan Iran, in ruil voor medewerking bij het vrijkrijgen van Amerikaanse gijzelaars in Libanon.
Na de vrijlating van al-Megradhi zocht het Britse The Daily Express de vermoedelijke dader in dit scenario in de Verenigde Staten op waar de man, waarschijnlijk, Amerikaanse bescherming geniet.
4. Betrokkenheid CIA bij Lockerbie bombing / het team McKee/Gannon
Terwijl wordt onderhandeld met de „Drugsroute“ Palestijnen voor vrijlating van Amerikaanse gijzelaars in Beiroet, komt een tweede team aan in Libanon om eventueel met geweld de vastgenomen Amerikanen te bevrijden. Dit team wordt geleid door Majoor Charles McKee van de Defence Intelligence Agency (DIA) en de plaatsvervangend CIA stationschef voor Libanon Matthew Gannon.
McKee en Gannon zouden in Libanon de activiteiten van het eerste Amerikaanse team hebben ontdekt. De twee melden de CIA betrokkenheid bij drugshandel aan Washington maar krijgen geen feedback. Gefrustreerd besluit het team daarop om terug naar de States te vliegen en direct verslag uit te brengen. McKee heeft fotomateriaal over de gijzelaars en de drugsactiviteiten en dreigt alles openbaar te maken. McKee, Gannon en vijf anderen van hun team zullen nooit in de VS aankomen. Zij waren aan boord van Pan Am 103.
Vraagtekens bij het officiele verhaal omtrent de aanslag op Pan Am 103 :
1. Het MST-13 timer mechanisme, en de getuigenis van Edwin Bollier
De Zwitserse expert Edwin Bollier, die betrokken was bij de levering van dergelijk materiaal door zijn bedrijf Mebo Telecommunications AG aan Libië, legde samen met zijn zakenpartner Erwin Meister getuigenissen af tijdens het proces tegen al-Megrahi, die hij persoonlijk kende. (Link)
Hij stelde echter dat dit bewijsmateriaal gefabriceerd was, en dat hij onder druk was gezet om zijn verklaring tegen al-Megrahi af te leggen, waarbij hem door de FBI-onderzoeksleider Richard Marquise 4 miljoen dollar zou zijn geboden, alsmede een nieuwe identiteit, in ruil voor zijn verklaring. Onderzoeksleider Richard Marquise ontkent dat hij Bollier, of enige andere getuige in het onderzoek, een dergelijk aanbod zou hebben gedaan.
Het fragment moet volgens hem opzettelijk door betrokken politiediensten op de crashsite zijn achtergelaten, en zou afkomstig zijn van een prototype circuitboard, dat eerder door de Zwitserse politie in beslag was genomen. Naast de verklaring van Bollier bleek tijdens de rechtzaak dat er tevens was geknoeid met het label van het bewijsstuk, waarop veranderingen waren aangebracht. De rechters zouden de verklaring van de agent die hiervoor verantwoordelijk was als “ontwijkend” beschrijven.
Een belangrijke kanttekening bij het verhaal van Edwin Bollier, die in het verleden eveneens leverancier van de Oost-Duitse Stasi zou zijn geweest, is dat hij, naar eigen zeggen, een ‘substantiele beloning’ van 200 miljoen dollar in het vooruitzicht is gesteld door de Libische regering indien het zou lukken om, mede op basis van zijn verklaringen, al-Megrahi vrij te krijgen. Ook geeft hij aan te hopen dat hij deze beloning zal kunnen incasseren.
2. Manipulatie met bewijsmateriaal: Handleiding van de gebruikte radio-cassette speler
Geoff en Deccy Horton, Schotten op wiens land een deel van de resten van het vliegtuig en de spullen neerkwamen, vonden tussen de wrakstukken een Toshiba handleiding, mogelijk behorend bij de radio-cassette speler die gebruikt werd voor de aanslag.
Deccy Horton stelde tijdens de rechtzaak dat het bewijsmateriaal wat haar werd getoond - een paar stukjes zwaar beschadigd papier - op geen enkele manier overeenkwam met het vrijwel intacte materiaal dat zij aan de politie hadden overhandigd, wat een aanwijzing zou kunnen te zijn dat er met bewijsmateriaal is ‘geknoeid’. Al kan het ook aantonen dat men simpelweg ‘onzorgvuldig’ om ging met bewijsmateriaal.
Volgens de politie zou dit zijn veroorzaakt door de talloze forensische tests die zijn uitgevoerd. Forensische experts geven echter aan dat bij dergelijke onderzoek het intact houden van bewijsmateriaal een van de belangrijkste principes is welke gevolgd dient te worden.
3. Getuige Abdul Majid Giaka: Libisch CIA Informant
Libiër Abdul Majid Giaka, een informant van de CIA en een vermeende bekende van beide verdachten, getuigde tijdens het proces nadat aanklager Michael Scharf informatie kreeg doorgespeeld over zijn vermeende betrokkenheid bij het plot. Het was zijn getuigenis op basis waarvan werd verondersteld dat al-Megrahi en Fhimah op 21 December 1988 aanwezig waren op het vliegveld in Malta, en hij was het die de Libiërs de koffer met de bom aan boord van het vliegtuig zag plaatsten.
Giaka liep 6 maanden voor de aanslag het Amerikaanse ambassade in Malta binnen om de Amerikanen, tegen betaling, zijn diensten aan te bieden waarbij hij beweerde agent te zijn van de Libische ‘external security service’ en stelde training van de KGB te hebben ontvangen. De CIA bleek onder de indruk en stelde hem aan als informant onder de codenaam “Puzzle Piece”. Tijdens het proces werd veel informatie door de CIA achtergehouden, doormiddel van het censureren van aangeleverde documenten, omdat deze informatie de ‘nationale veiligheid’ van de Verenigde Staten in gevaar zou kunnen brengen.
Toen later deze informatie toch uitlekte, kwam uit de gecensureerde delen naar voren dat Giaka nimmer agent was van de Libische external security service, en slechts in de garage van de dienst zou hebben gewerkt, dat hij een leugenaar die uit op geld was, en dat hij nimmer bruikbare informatie aan de Amerikaanse dienst zou hebben geleverd, ook al werd hij tijdens het proces als kroongetuige gepositioneerd.
Aanklager Michael Scharf vergelijkt zijn optreden destijds met betrekking tot Giaka met het optreden van Colin Powel voor de Verenigde Naties in de aanloop naar de Irak oorlog, omdat hij zijn betoog baseerde op opzettelijke desinformatie van inlichtingendiensten.
4. Getuige Tony Gauci: Eigenaar Mary’s House, Malta
Tony Gauci was de eigenaar van de winkel Mary’s House op Malta, waar de hoofdverdachte Al Megrahi de kleding zou hebben gekocht dat in de koffer met de bom zat. Gauci gaf tijdens het Lockerbie proces tegenstrijdige verklaringen omtrent Al-Megrahi, en er zou aan hem, en aan zijn broer Paul, een beloning van 2 miljoen dollar door de CIA in het vooruitzicht zijn gesteld voor hun verklaringen in de zaak.
Beweerde hij eerst al-Megrahi nooit gezien te hebben, vervolgens dat degene die de spullen zou hebben gekocht wellicht leek op Al-Megrahi, om tenslotte te stellen dat Al-Megrahi niet alleen de spullen zou hebben gekocht in zijn winkel maar dat hij de Libiër eveneens maanden na de aanslag in Malta gezien zou hebben, waarbij Al-Megrahi zelfs terug is gekomen in zijn winkel om kleding te kopen. Een probleem met die laatste verklaring: Al-Megrahi is op het desbetreffende tijdstip helemaal niet in Malta aanwezig geweest.
Gauci lukte het wel om 11 jaar na de aanslag, op 13 April 1999, Al-Megrahi positief te identificeren. Dit gebeurde 4 dagen nadat Gauci een recent artikel over Al-Megrahi, met daarbij een recente foto van de verdachte, toonde aan politieagenten in Malta. De Schotse politie was van dit incident op de hoogte, maar hield deze informatie tijdens het proces achter voor het gerechtshof, al zou dit duidelijk van zeer grote invloed zijn geweest op de identificatie van Al-Megrahi door de Maltese winkelier.
5. Weigering vrijgave ontlastend materiaal door de Engelse minister David Milliband
De minister van buitenlandse zaken van het Verenigd Koninkrijk, David Miliband, werd afgelopen jaar ervan beschuldigd dat hij zou proberen om het hoger beroep te beinvloeden omdat hij weigerde om geheime documenten vrij te geven waarmee de onschuld van de veroordeelde zou kunnen worden aangetoond.
Miliband heeft een ‘’public interest immunity certificate’’ getekend waarmee openbaarmaking van de documenten onmogelijk wordt gemaakt, ondanks een uitspraak van de Schotse commissie die de zaak onderzocht en die van mening is dat de documenten suggereren dat Abdelbaset Ali Mohmed al-Megrahi ten onrechte is veroordeeld.
De geheime documenten werden verstrekt aan de Schotse politie ten tijde van het onderzoek in 1996 naar aanleiding van de aanslag maar zijn nooit aan de advocaten van de Libiër gegeven.
6. Verklaring Noel Koch, hoofd terreurbestrijding van het Pentagon, 1981-1986
Noel Koch, het hoofd terreurbestrijding van het Amerikaanse ministerie van Defensie tussen 1981 en 1986, en nog altijd aktief voor de Amerikaanse overheid op het gebied van contra-terrorisme, stelt dat hij nooit heeft geloofd dat Libië schuil ging achter de aanslagen. Volgens hem zouden twee regeringen, te weten de Amerikaanse en de Britse, gezamenlijk hebben besloten dat Libië verantwoordelijk moest worden gehouden voor de aanslagen. De werkelijke schuldigen zouden volgens Koch te vinden zijn in Syrie en Iran, die samen de aanslag hebben uitgevoerd.
7. Verklaring Vincent Cannistraro, hoofd CIA-onderzoek naar Lockerbie bombing
Vincent Cannistraro, in de jaren tachtig hoofd contra-terrorisme van de CIA, en verantwoordelijke voor het CIA-onderzoek naar de aanslag, stelde dat er voorafgaande aan de aanslag ontmoetingen waren in Beiroet tussen Iraanse officials en leden van Ahmed Jibril’s PFLP-GC. Het doel van de ontmoetingen zou zijn geweest om als wraak op het neerschieten van het Iraanse toestel door de USS Vincennes aanslagen te plegen op Amerikaanse doelwitten.
De PFLP-GC zette na deze ontmoetingen een terreurcel op in Neuss, waar zij bommen vervaardigden voor dit doel. Deze cel zou zijn geobserveerd door de West-Duitse diensten, aldus Cannistraro.
In Oktober 1988, twee maanden voor de aanslag, werd door de Duitse federale politie ‘Operation Autumn Leaves’ gelanceerd waarbij meer dan een dozijn woonhuizen en bedrijven zijn binnengevallen, en waarbij 17 mensen gearresteerd, onder wie hoge PFLP-GC officials.
Hierbij werden Semtex explosieven gevonden en een ontstekingsmechanisme dat verpakt zat in een Toshiba cassette recorder ‘Bombeat’, welke door een ingebouwde barometer af zou gaan wanneer het vliegtuig een bepaalde hoogte zou hebben bereikt. De bommaker zou zijn geobserveerd met een bruine Samsonite koffer.
Twee van de verdachten werden veroordeeld, de overigen kwamen door gebrek aan bewijs vrij. Toch stelde de politie dat zij hiermee een terroristisch plot hadden voorkomen.
Forensische onderzoekers in de Lockerbie zaak stelden later vast dat de bom in Pan Am 103 verpakt was in een soortgelijke bruine Samsonite koffer, en dat ook de gebruikte Toshiba cassette recorder hetzelfde Bombeat model betrof als dat tijdens de huiszoekingen in deze zaak werd gevonden.
De bommaker, Marwan Khreesat, verklaarde vanuit Amman dat hij in Duitsland niet 1 bom had gemaakt, welke werd gevonden door de Duitse politie, maar dat er sprake zou zijn geweest van in totaal vijf van dit soort bommen. De Duitse politie ging daarop later terug naar Neuss om verder onderzoek te doen. Van de vier ontbrekende bommen werden er drie alsnog teruggevonden. Een is tot op de dag van vandaag spoorloos.
Cannistraro stelt dat de authoriteiten zich aanvankelijk hadden gericht op de mogelijkheid dat deze vijfde bom zou zijn gebruikt door een PFLP-GC lid, die tijdens de politie akties was ontkomen, en dat deze zou zijn gebruikt voor de aanslag op Pan Am 103.
Overigens geeft Cannistraro tegenover Bob Woodward in de Washington Post toe dat hij medeverantwoordelijk is voor het beschuldigen van Libië. “I developed the policy toward Libya, in fact, I even wrote the draft paper that was later adopted by the President”
Conclusie:
Verklaringen zijn zo tegenstrijdig, en er spelen zoveel verschillende belangen in de zaak mee, inclusief manipulatie door diverse betrokken landen (waaronder Libië zelf en de Verenigde Staten en hun inlichtingendiensten) dat het moeilijk is om te concluderen wie uiteindelijk de waarheid spreekt, en wat de uiteindelijke toedracht is van de vliegramp boven Lockerbie in December 1988.
Wel lijkt Al-Megradhi vooral te zijn gebruikt als “zondebok” en het “Lockerbie process” dusdanig, om politieke redenen, gemanipuleerd dat er geen sprake kan zijn van eerlijke rechtspraak.
Saif Al Islam Al Ghadaffi verklaart dat Libië weliswaar verantwoordelijkheid accepteert voor de daden van haar officials, en daarom schadevergoedingen heeft betaald, maar wijst schuld voor de aanslag tegelijkertijd van de hand. De enige reden voor de uitlatingen, en voor de schadevergoedingen, zou volgens hem zijn geweest om af te komen van de sancties tegen Libië en om de internationale relaties te kunnen normaliseren.
Een aantal familieleden van de omgekomen slachtoffers van Pan Am 103, waaronder Jim Swire, wiens dochter bij de aanslag om kwam, voerden zelfs campagne om al-Megrahi vrij te krijgen, en geloven in zijn onschuld.
Juval Aviv, een onderzoeker in New York van de Interior Investigation Agency, en naar eigen zeggen voormalig Mossad agent, beweert dat CIA agenten toestemming gaven voor het plegen van de bomaanslag.
Dit zou te maken hebben met een geheime aktie door ‘rogue elements’ binnen de dienst, die Palestijnse terroristen zouden hebben toegestaan om drugs de Verenigde Staten binnen te smokkelen. Het doel hierbij: in ruil voor de drugshandel, ondersteuning bij pogingen van de CIA om Amerikaanse gijzelaars in Beiroet vrij te krijgen.
According to a letter issued by Yigal Carmon in 1990, when Carmon was a counterterrorism advisor to the Israeli Prime Minister Advisor, Yuval Aviv had never been part of any Israeli intelligence agency, and the closest he came to such work was working as a "security official" for a New York office of Israel's El Al airline.[7] An investigation published in The Guardian identified Aviv's "security official" position as gate guard.[8] Carmon's letter says that Aviv's employment with El Al was "terminated at the initiative of the employer because of unsuitability resulting from negative character traits. ... During the course of his work ... Aviv was found to be unreliable and dishonest."
Guantanamo Lullabay | 02-09-2009 20:30
60015
Niemand heeft me ooit kunnen uitleggen wat het nut van deze ramp zou kunnen zijn geweest voor Libië
als iemand een poging wil doen
graag!
Foot reported that most of the staff of the US embassy in Moscow who had reserved seats on Pan Am flights from Frankfurt canceled their bookings when they were alerted by US intelligence that a terrorist attack was planned. He named Margaret Thatcher the "architect" of the cover-up after revealing that she killed the independent inquiry her transport secretary Cecil Parkinson had promised the Lockerbie families; and in a phone call to President George Bush Sr. on 11 January 1990, she agreed to "low-key" the disaster after their intelligence services had reported "beyond doubt" that the Lockerbie bomb had been placed by a Palestinian group contracted by Tehran as a reprisal for the shooting down of an Iranian airliner by a US warship in Iranian territorial waters. Among the 290 dead were 66 children. In 1990, the ship’s captain was awarded the Legion of Merit by Bush Sr. "for exceptionally meritorious conduct in the performance of outstanding service as commanding officer."
Perversely, when Saddam Hussein invaded Kuwait in 1991, Bush needed Iran’s support as he built a "coalition" to expel his wayward client from an American oil colony. The only country that defied Bush and backed Iraq was Libya. "Like lazy and overfed fish," wrote Foot, "the British media jumped to the bait. In almost unanimous chorus, they engaged in furious vilification and op-ed warmongering against Libya." The framing of Libya for the Lockerbie crime was inevitable. Since then, a US defense intelligence agency report, obtained under Freedom of Information, has confirmed these truths and identified the likely bomber; it was to be centerpiece of Megrahi’s defense.
Zeer interessant !