Volgens de gebruikelijke definitie is een iconoclast iemand die geen kunst of cultuur kan waarderen; een barbaar, een brute primitieveling. Letterlijk staat het echter symbool voor iemand die (religieuze) iconen vernietigt, een beeldenstormer, iemand die heilige huisjes omver werpt. Er is echter ook nog een andere definitie van de iconoclast en dat is die van het genie, de vrijdenker en de visionair die ondanks de starre goegemeente afwijkt van het standaard denkpad en zijn eigen ideeën nastreeft. Het zijn mensen die tegelijkertijd verguisd worden om hun warse en onconventionele benadering danwel bewonderd worden om hun brille en baanbrekende intellect en talent. Het iconoclastisch denken wordt tegenwoordig vaak met het “out-of-the-box”-denken vergeleken: zaken vanuit een ander perspectief bekijken om tot nieuwe inzichten te komen. Hoewel dit voor een groot deel wel overeenkomt, blijkt de echte iconoclast toch een heel ander beest te zijn. Volgens neurowetenschapper Gregory Berns gaat het een stap verder dan even je kompas bijstellen tijdens een heidag en beweert hij dat het fysieke brein van een echte iconoclast anders in elkaar zit dan dat van een doorsnee mens. De synaptische verbindingen in de hersenen van een iconoclast zouden anders dan normaal zijn en de belangrijkste reden dat iconoclasten de genieën zijn die we al eeuwenlang bewonderen.
De invalshoek van Berns dat genialiteit en radicaal anders denken een fysiologische en misschien wel genetische oorsprong heeft, zal veel mensen treurig stemmen die denken dat ze met wat simpele technieken ook briljant uit het doosje kunnen denken. Hoewel Berns wel enkele technieken aanreikt die iconoclastisch denken zouden moeten kunnen versterken in de vastgeroeste denkpatronen van 95% van alle mensen, geeft hij een ingewikkelde neurologische uiteenzetting in zijn boek Iconoclast. Volgens Berns is ons handelen en denken niets meer dan een complexe optelsom van neurotransmitters, neurale netwerken en dopamine. Berns stapt duidelijk ver weg van het zogenaamde Cartesiaanse lichaam-geest dualisme, waarbij de geest als een aparte entiteit wordt gezien die niet wordt gehinderd door de banale, vleselijke mechaniek van het menselijk lichaam. Descartes beschreef met zijn Cogito ergo sum (Ik denk dus ik besta) het dualisme van lichaam en geest en de subjectiviteit van de menselijke waarneming. Hoewel neurowetenschapper Berns volledig uitgaat van de fysieke chemische processen die menselijk denken en handelen mogelijk maken en de sterfelijkheid van het menselijke brein – aangezien deze onlosmakelijk verbonden is aan het fysieke lichaam – lijkt hij toch het subjectiviteitsbeginsel met Descartes te delen. Maar daarover zodadelijk meer.
De wetenschappelijk uiteenzetting van de geestelijke machine die Berns beschrijft die gevormd wordt door onze hersenen en zenuwbanen, doet enigszins denken aan de mechanismen waarmee we eerder het savantenbrein probeerden te ontrafelen; de hersenen van savants zouden door fysieke afwijkingen zo “ge-rewired” zijn dat hun synaptische banen en nieuwe neurale verbindingen ongelooflijke geestelijke eigenschappen zouden kunnen ontsluiten. Het zogenaamde savantisme kan zich manifesteren in bovenmenselijke vaardigheden op het gebied van wiskunde, kunst, muziek of het onthouden van enorme hoeveelheden data. Omdat savants het vermogen tot abstractie lijken te missen, zijn hun hersenen omgevormd tot een enorme levende binaire computer of databank. Hoewel savants ons versteld doen staan met hun ongelooflijke vaardigheden, zijn het geen iconoclasts volgens de definitie van Berns. Iconoclasts hebben juist een enorm sterk ontwikkeld vermogen tot abstractie en kunnen oude informatie herschikken tot nieuwe inzichten, waar de savant juist uitblinkt in het reproduceren van grote hoeveelheden data.
Hersenen zijn lui en energie-efficiënt
Voordat de verschillen van een iconoclastisch brein beschreven kunnen worden is er een specifieke eigenschap van de hersenen die cruciaal is in het duiden van deze materie. De hersenmassa is een machine die aardig wat energie moet verbruiken - ongeveer 40 Watt! - om zijn opmerkelijke prestaties te kunnen leveren. Er is echter één belangrijke beperking: de hersenen zijn gebonden aan een vastgesteld ‘energiebudget’ wat niet overschreden mag worden. Vanwege deze beperking heeft het brein zich door de tijden heen aangepast om zo effciënt mogelijk met deze energie om te gaan. Het is juist in deze effciëncyslag dat het verschil tussen iconoclasts en normale stervelingen zich openbaart.
De hersenen zijn erop ingesteld om taken zo snel mogelijk uit te voeren, want tijd is energie en daarom moet het verwerken van informatie zo effciënt mogelijk gebeuren tegen zo laag mogelijke energiekosten. Daartoe zal het brein alle mogelijke shortcuts nemen om die effciëncy te bereiken. Eén belangrijke truuk waarvan onze hersenen zich bedienen is het teruggrijpen op oude ervaringen om informatie zo snel mogelijk te verwerken. Bij een alledaagse bezigheid als zien gebeurt dit supersnel en zo effciënt dat we ons niet eens bewust zijn van dit proces. De hersenen gebruiken naast de visuele input allerlei andere bronnen van informatie om het plaatje zo snel mogelijk compleet te krijgen. Wat je uiteindelijk ‘ziet’ is een subjectieve weergave van de realiteit, het is namelijk het product van wat je hersenen er in een ijltempo van gemaakt hebben. Het teruggrijpen op reeds aanwezige ervaringen helpt je om zaken sneller in je op te nemen omdat je niet telkens vanaf nul alle dingen hoeft waar te nemen. Het mag duidelijk zijn dat de waarde van deze techniek, die ons behoedt voor overvoering door onze zintuigen en ervoor zorgt dat de continue stroom informatie waarmee we dagelijks gebombardeerd worden wordt beteugeld zodat we niet gillend gek worden, tegelijkertijd nefast is voor het onderscheiden van bepaalde details en het met “frisse ogen” kijken naar iets wat we als reeds bekend ervaren. Juist dat laatste is een belangrijke eigenschap waarin de iconoclast zich onderscheidt.
De techniek die het brein gebruikt om zaken razendsnel in-/aan te vullen tot een subjectief geheel is het categoriseren van informatie. Door informatie in allerlei categorieën onder te brengen heb je sneller toegang tot de informatie die je helpt om zaken waar te nemen en zodoende het plaatje compleet te krijgen. Vergelijk het met de oude index-kaartenbak in de bibliotheek die je vertelt in welke kast en op welke plank een bepaald boek staat. Eenmaal ondergebracht in een categorie zal het brein minder energie verbruiken als het de volgende keer die zelfde informatie zal moeten aanspreken en zo heeft het alweer een slag behaald op het gebied van effciëncy. Samen met het aanleggen van gespecialiseerde neurale netwerken die dit proces verder ondersteunen kom je tot een geoliede machine die telkens weer een voorkeur zal laten zien om via deze energie-effciënte manier zijn informatie te verwerken. Het mag duidelijk zijn dat dit vaste informatieverwerkingspatroon weinig ruimte biedt voor innovatieve manieren om reeds bekende informatie opnieuw te verwerken tot hernieuwde inzichten.
Wordt vervolgd in Deel 2

Iconoclasts hebben gewoon geen cache
En dat die zin zo lang was heb je niet toevallig zo gedaan zeker?