Nog tientallen jaren na de tweede wereldoorlog beweerden de Duitse atoomgeleerden dat ze Hitlers atoomprogramma doelbewust hadden vertraagd. Ze wisten dat een atoombom mogelijk was, zo zeiden ze, en probeerden de zaken stiekem zo te draaien dat de Nazis die bom niet konden bouwen. Want, zo gingen ze verder: het zou toch verschrikkelijk zijn geweest als ze Hitler aan de atoombom hadden geholpen. Dat konden ze met hun geweten niet in overeenstemming brengen.
Dat ze daarover keihard hadden gelogen, bleek rond 1992.
In dat jaar werden veel Amerikaanse archieven over ALSOS openbaar. ALSOS was onderdeel van het Manhattan-project en omvatte bezoeken aan Duitsland, Frankrijk en Italië. (check het verdomd goede artikel op wikipedia) De VS wilde zo onderzoeken hoe ver het atoomprogramma in Nazi-Duitsland was gevorderd. Onderdeel van de ALSOS-archieven zijn de transcripties uit Farmhall, het Engelse landhuis waar na de oorlog een groep Duitse kernwetenschappers gevangen werd gehouden. Onder hen waren bekende namen: Carl Friedrich von Weizsäcker, Walther Gerlach, Otto Hahn, Kurt Diebner en… nobelprijswinnaar Werner Heisenberg. De laatste was al sinds de jaren dertig een wereldwijd toonaangevend wetenschapper. En we kennen ‘m natuurlijk van de Heisenberg-compensators, het onderdeel van de Star Trek-transporter dat de door Heisenberg ontdekte deeltjesonzekerheid verhelpt. Maar dat terzijde.
Die Farmhall-gesprekken zijn interessant. De heren werden namelijk in ’t geniep afgeluisterd. Toen ze op 6 augustus 1945 hoorden over de atoombom op Hiroshima, waren ze verbijsterd. En begonnen direct daarna te discussiëren over hun eigen atoomprogramma – wat hadden ze fout gedaan? Waarom hadden zij geen bom ontwikkeld?
Nu blijkt uit die gesprekken dat de Nazi-geleerden een paar fouten hadden gemaakt, die hen op jaren achterstand ten opzichte van het Manhattan-project hadden gegooid. Maar er blijkt óók uit dat het Duitse atoomprogramma véél serieuzer was dan iedereen altijd beweerde. Sterker nog: het ALSOS-programma vond de ene na de andere testopstelling in Duitsland. Het spectaculairst was wel de vondst van een complete kernreactor in het suffe stadje Haigerloch. Die was pas rond maart 1945 nog in gebruik genomen, maar had het kritieke niveau nooit bereikt.
De conclusie was dus duidelijk. Wetenschappers in heel Nazi-Duitsland hadden koortsachtig gesleuteld aan kernreacties en daarbij heel bewust aangestuurd op het mogelijke gebruik ervan als wapen. Ze waren er alleen niet in geslaagd. Maar waarom zegt Karlsch in zijn boek dan dat er wél tests zijn gehouden?
Karlsch
Wie is die Karlsch eigenlijk? Nou, geen geflipt figuur, dat is zeker. Rainer Karlsch is wetenschapshistoricus en onderzocht vóór z’n bomboek vooral de geschiedenis van de Russische uraniummijnen in de DDR en de uitbuiting van de Oost-Duitse industrie door de Sovjets. Volgens Karlsch weten de VS en Groot-Brittannië lang niet alles over het Nazi-atoomprogramma, óf houden ze hun kennis geheim. Houd dat laatste in de gaten, want we komen d’r nog op terug.
Karlsch komt niet alleen met een Duitse tekening van een atoombom, waarvan alleen bekend is dat ie in 1945 is gemaakt, maar ook wijst hij in zijn boek naar Diebner, een van de wetenschappers die ook in Farmhall vastzat. Zie http://www.physicsweb.org/articles/world/18/6/3. Die Diebner is een merkwaardig figuur. Hij zegt in de Farmhall-gesprekken eigenlijk opmerkelijk weinig. Het profiel dat de geallieerden van hem maken, noemt ‘m Outwardly friendly but has an unpleasant personality and cannot be trusted (http://www.thebulletin.org/article.php?art_ofn=sep92goldberg). Geen wonder, zo zegt Karlsch, want Diebner wist veel meer. Hij had een eigen groep wetenschappers om zich heen verzameld, los van Heisenberg, en stond in contact met nóg een groep atoomwetenschappers die voor de SS werkten. Diebner had zelfs een eigen atoomreactor gebouwd in een bierkelder in het plaatsje Stadtilm, zo’n 35 km van Ohrdruf, waar volgens Karlsch later een atoombom met succes werd getest. Die Stadtilmer reactor had hij laten bouwen, omdat z’n vorige proefreactor in Gottow te dicht bij Berlijn lag – en dus gevaar liep vanwege de bombardementen. Het fascinerende is nu: op de plek van die Gottower reactor zijn bodemproeven genomen, waarin splijtingsproducten werden aangetroffen. Die suggereren dat er ooit, ook al was het maar een paar seconden, een atoomreactie heeft plaatsgevonden…
Bovendien – en dát is nu het nieuwe aan de hele zaak – zegt Karlsch dat hij in Russische archieven iets opmerkelijks heeft gevonden. Uit die documenten blijkt dat de top van de Sovjet-Unie in maart 1945 discussieert over een atoomtest in Duitsland. Igor Kurtschatov, de leidinggevende van het Russische atoomprogramma, had namelijk een brief gestuurd naar Stalin. Daarin beschrijft hij hoe een spion in Duitsland een opmerkelijke explosie had gezien. Een heel ander soort explosie dan een gewone bom teweegbracht. Na een helle lichtflits stond in een straal van 500 meter niets meer overeind. Er waren honderden doden gevallen. Kurtschatov wist het zeker: de Duitsers hadden een bom gebouwd die veel krachtiger was dan wat er tot nog toe bestond.
Wat Karlsch bovendien vond, waren verwijzingen naar een film van de test. Deze film viel volgens hem later in handen van de Sovjets en is sindsdien geheim. Al hebben ze ‘m wel eens getoond: aan de Chinezen. China wilde zeker weten dat de Sovjet-Unie hen zou helpen als de VS zich in de Chinese burgeroorlog zou mengen. Als bewijs van hun kunnen lieten de Sovjets de film zien – en beweerden dat het hún bom was.
En hier zou het verhaal gewoonlijk té ongeloofwaardig worden. Ware het niet dat er rond het plaatsje Ohrdruf – waar de atoomtest zou zijn gehouden – wel héle vreemde dingen in de grond zitten. Waar we uiteraard meer over gaan vertellen!
Morgen: spoorloos verdwenen ondergrondse gangen
Freggels? Smurfen? Vertel vertel!!