Een belangrijk onderdeel van de HIV$AIDS-discussie is de vraag of het HIV-virus ooit wel op de juiste wijze is geïsoleerd. Zo’n isolatie, een laboratorium-procedure, is een bewijs dat HIV daadwerkelijk bestaat, waaraan een heleboel wetenschappers twijfelen. Op basis van zo’n isolatie kunnen dan de genetische eigenschappen van het virus worden bepaald. Volgende stap zou dan moeten zijn het doorlopen van Koch’s postulaten om aan te tonen dat het gevonden virus ook inderdaad verantwoordelijk is voor AIDS. Daaraan wordt in het geval van HIV door nog meer wetenschappers getwijfeld.
Onder orthodoxe wetenschappers wordt de genetische structuur van HIV als bekend verondersteld en er bestaan vele, vele plaatjes van HIV. Is die structuur echter wel van een virus en tonen die plaatjes wel HIV? In AIDS-onderzoek en bij patiënten-begeleiding wordt HIV herkend op basis van markers, beperkte makkelijk meetbare kenmerken. Hoe weten ze echter zeker dat die markers iets met HIV te maken hebben? Dat weten ze dus niet…
Een HIV-artikel voor gevorderden, op basis van deze discussie op het wetenschapsforum
Update: 29/6/2008: Enkele zinnen herschreven door Jeroen
Wat kan dienen als bewijs voor HIV en wat met alle andere retrovirussen (en dat zijn er heel erg veel) gewoon mogelijk is, is een zogenaamde klassieke isolatie. Dat is geen rocketscience maar een duidelijke, voor een goed uitgerust laboratorium relatief eenvoudig te doorlopen procedure die al vele tientallen jaren in gebruik is. Kort door de bocht komt het hier op neer. Door ultracentrifuge scheiden de verschillende dichtheden zich in lagen en als dan de laag met een dichtheid van 1.16 gm/ml wordt gezuiverd, zouden er onder de elektronenmicroscoop virusdeeltjes te zien moeten zijn. Slechts en alleen deeltjes van allemaal exact dezelfde grootte en structuur. Dat ziet er ongeveer zo uit (dit is een EM-foto uit 1965 van 19500x vergroot afgebeelde retrovirussen)
Meer specifiek is dit de benodigde virologische procedure om aan te tonen dat HIV een besmettelijk virus is:
1.Culture of putatively infected tissue.
2. Purification of specimens by density gradient ultracentrifugation.
3. Electron micrographs of particles exhibiting the morfological characteristics and dimensions (100-120 nm) of retroviral particles at the sucrose (or percoll) density of 1.16 gm/ml and containing nothing else, not even particles of other morphologies or dimensions.
4. Proof that the particles contain reverse transcriptase.
5. Analysis of the particles’ proteins and RNA and proof that these are unique.
6. Proof that 1-5 are a property only of putatively infected tissues and can not be induced in control cultures. These are identical cultures, that is, tissues obtained from matched, unhealthy subjects and cultured under identical conditions differing only in that they are not putatively infected with a retrovirus.
7. Proof that the particles are infectious, that is when PURE particles are introduced into an uninfected culture or animal, the identical particle is obtained as shown by repeating steps 1-5.
Niemand heeft deze procedure ooit kunnen doorlopen met HIV en je kan dan ook terecht vraagtekens plaatsen bij het bestaan van het virus. Bovendien, waarom kan het met alle andere retrovirussen wel en met HIV niet?
Orthodoxe wetenschap ontkent dit echter, en o.a. de volgende publicatie uit 2000 wordt wel beschouwd als bewijs voor niet alleen de correcte isolatie van HIV, maar zelfs van zijn vermeende kern:
Biochemical and Structural Analysis of Isolated Mature Cores of Human Immunodeficiency Virus Type 1
“Mature human immunodeficiency virus type 1 (HIV-1) particles contain a cone-shaped core structure consisting of the internal ribonucleoprotein complex encased in a proteinaceous shell derived from the viral capsid protein. Because of their very low stability after membrane removal, HIV-1 cores have not been purified in quantities sufficient for structural and biochemical analysis. Based on our in vitro assembly experiments, we have developed a novel method for isolation of intact mature HIV-1 cores. Concentrated virus suspensions were briefly treated with nonionic detergent and immediately centrifuged in a microcentrifuge for short periods of time.”
Supercool. Zwaar indrukwekkend. Maar tegelijkertijd ook complete onzin volgens ‘onze’ Jeroen. Dit is zijn uitleg daarbij. Stap voor stap neemt hij de in het document gevolgde isolatieprocedure door.
Door JeroenG
HIV-partikels worden verondersteld een kegelvormige kern te bezitten die bestaat uit het door verschillende eiwitten omgeven genoom in een schaal van kapseleleiwit. Figuur 2e en f tonen foto’s van vermeende virionen, waarbij de zwarte vlek verondersteld wordt de kern te zijn. Figuur 7 laat een model van een hi-virion zien. De onderzoekers beweren een nieuwe methode te hebben om hiv-kernen te isoleren, waarbij “geconcentreerde virus suspensie” (virionen in vloeistof) behandeld wordt met een oplosmiddel (om de membraan van de hi-virionen te verwijderen) en gecentrifugeerd. De rest van de samenvatting gaat over de vermeende hiv-kernen, maar in dit bericht beperk ik me tot de methode waarmee de “geconcentreerde virus suspensie” verkregen werd. Het artikel vervolgt met achtergrondinformatie, maar we zijn geinteresseerd in wat de onderzoekers zelf gedaan hebben en dat wordt beschreven onder het kopje “Materials and methods:
Cell culture and virus preparation. MT-4 (21) and C8166 (44) cells were maintained at 37°C and 5% CO2 in RPMI 1640 supplemented with 10% heat-inactivated fetal calf serum, penicillin (100 U/ml), streptomycin (100 μg/ml), 4 mM glutamine, and 5 mM HEPES.
Een celcultuur is een bakje met levende cellen. MT-4 en C8166 zijn hoogstwaarschijnlijk onsterfelijke cellijnen (kankercellen). RPMI, kalfserum en glutamine bevatten de benodigde voedingsstoffen en penicilline en streptomycine zijn antibiotica die vervuiling met microben moeten voorkomen.
Stocks of HIV-1 strain NL4-3 (2) were produced by transfection of HeLa cells.
Transfectie is het inbrengen van genetisch materiaal in cellen. Hier is vermeend hiv-dna (verkregen door omgekeerde transcriptie (reverse transcription) van vermeend viraal rna) ingebracht in HeLa-cellen (kankercellen). In het artikel waarnaar verwezen wordt, schrijven de auteurs dat “na transfectie de kloon [van hiv-dna] de productie van infectieuze virusdeeltjes aanstuurde in menselijke T4-cellen en een grote verscheidenheid aan andere cellen.” Of die geproduceerde deeltjes daadwerkelijk viraal en infectieus zijn is iets dat in een ander bericht besproken zou moeten worden. Merk op dat alle gebruikte cellen in dit onderzoek (waarschijnlijk) kankercellen zijn die niet in aids-patienten voorkomen.
MT-4 cells were initially infected with cell-free virus, and infected cultures were subsequently expanded by cocultivation. Uninfected cells were diluted to 5 × 105 cells per ml 4 h prior to infection and added to an infected culture at a ratio of 10:1 followed by vigorous mixing.
Aan culturen van MT-4-cellen werd celvrije cultuurvloeistof (supernatant) toegevoegd van de vermeend geinfecteerde HeLa-cellen. Andere cellen werden op dezelfde wijze geinfecteerd en toegevoegd aan de culturen. Hiermee is voldaan aan de eerste stap van het standaard virusisolatieprotocol:
Virus preparations for isolation of HIV-1 cores were harvested before pronounced cytopathic effects were observed (24 to 32 h postinfection). Virus-containing supernatants were cleared by low-speed centrifugation, filtered through 0.45-μm-pore-size cellulose-acetate filters (Schleicher & Schuell), and analyzed for antigen content by a CA-specific enzyme-linked immunosorbent assay. Infectious titers were determined as 50% tissue culture infectious dose by endpoint titration using serial 10-fold dilutions of virus on octuplicate cultures of C8166 cells.
Het cytopathische (celbeschadigende) effect betreft de afscheiding van “buddende partikels” (die geen hi-virionen worden verondersteld te zijn) door de vermeend geinfecteerde cellen. Uit de supernatants van vermeend geinfecteerde culturen van MT-4- en C8166-cellen werden mbv centrifugatie en filtering de grote en zware deeltjes verwijderd. Vervolgens werden de supernatants onderworpen aan een “kapseleiwit-specifieke” ELISA (Enzyme Linked Immunosorbent Assay)-test waarmee de vermeende hoeveelheid virus werd bepaald. De ELISA-test is een antistoffentest die ook gebruikt wordt om mensen op hiv te testen waarbij de reactie tussen vermeende hiv-eiwitten (antigenen) in de test, en antistoffen in bloed van het testsubject wordt gemeten. In dit onderzoek bevat de test antistoffen--ipv antigenen--die verondersteld worden te reageren met het vermeende kapseleiwit van hiv.
Isolation of HIV-1 cores. Virus particles were concentrated from cleared culture medium by centrifugation through a cushion of 20% (wt/wt) sucrose in phosphate-buffered saline (PBS) at 130,000 × g for 2 h at 4°C. The pellet was slowly resuspended in PBS (ca. 3.5 μl per ml of initial culture volume).
De behandelde supernatant werd onderworpen aan een dichtheidscentrifugatie met een ultracentrifuge en gesedimenteerde partikels werden toegevoegd aan een gebufferde oplossing. Hiermee is voldaan aan de tweede stap van het standaard virusisolatieprotocol.
Deze stap hadden Montagnier (oorspronkelijke ontdekker van HIV)
That this new isolate was a retrovirus was further indicated by its density in a sucrose gradient, which was 1.16, and by its labeling with [^3H]uridine (Fig. 1).
http://aliveandwellsf.org/articles/classics/montagnier_isolation_1983.pdf (Science 1983;220:868-871)
en Gallo (de wetenschapper die het HIV van Montagnier stal en met de eer ging strijken):
The yield of virus from H4/HTLV-III cells was assessed by purification of concentrated culture fluids through a sucrose density gradient and assays of particulate RT activity in each fraction cellected from the gradient.
http://aliveandwellsf.org/articles/classics/popovic_gallo_isolation_1984.pdf (Science 1984 224:497-500)
...ook uitgevoerd. In het artikel dat we bespreken, wordt de dichtheid waaruit de “pellet” is geselecteerd niet vermeld; die wordt waarschijnlijk bekend verondersteld. Zowel Montagnier en Gallo hadden in de 1.16g/ml “band” de hoogste reverse transcriptase-activiteit gemeten, maar dergelijke metingen zijn in dit onderzoek kennelijk niet uitgevoerd.
Gezien het feit dat de tekst niet vermeld hoe de foto’s in figuur 2e en f tot stand gekomen zijn, en beide afbeeldingen slechts 1 virion tonen, mogen we er van uitgaan dat het hier om de gebruikelijke foto’s van “gebudde partikels” in een celcultuur gaat. De blob links onderin figuur 2f is waarschijnlijk een cel, maar in ieder geval iets dat niet in een foto van gezuiverd virus voorkomt.
Aan de derde stap van het standaard virusisolatieprotocol is dus niet voldaan!
In 2003 verscheen een ander artikel over hiv-kernen, met deels dezelfde auteurs, waarin stap 1 en 2 van de isolatie op dezelfde wijze werden uitgevoerd.
Structural organization of authentic, mature HIV-1 virions and cores
Dit artikel bevatte echter wel een electronenmicroscopische opname van vermeend gezuiverd virus:
Er is duidelijk te zien dat de vermeende virionen sterk in grootte verschillen, waar ze allemaal dezelfde grootte zouden moeten hebben. In sommige deeltjes is geen kern te zien, en in andere twee of meer, terwijl hiv één kern wordt verondersteld te hebben.
Een dergelijke “rampzalige” EM-foto van “hiv” werd voor het eerst in 1997 gepubliceerd:
Dangerously enough, EM was progressively dismissed in retrovirus research after 1970. Molecular biologists started to rely exclusively on various “markers”, and what was sedimenting in sucrose gradient at density 1.16 gm/ml was regarded as “pure virus”. It is only in 1997, after fifteen years of intensive HIV research, that elementary EM controls were performed, with the disastrous results recently reviewed in Continuum. How many wasted efforts, how many billions of research dollars gone in smoke...
Onder pseudodeskundige versta ik de internist die ik elke drie maanden zie.
Volgens mij kunnen maar weinig mensen dit volgen...