Eigenlijk is de term “extremistische Islam” een contradictio in terminis. Zoals gastzapper Khalid Ibn Al Walid een paar weken geleden probeerde uit te leggen, zou (zou!) Islam niet voor meerdere uitleg vatbaar moeten zijn. Zou moeten zijn...maar helaas blijken bij alle wereldreligie’s, om verschillende redenen, allerlei groepen of personen verschillende interpretaties, opvattingen of belevingen aan hun kerngeloof mee te geven. En zo ontstaat iets wat we een schisma noemen. Sinds de aanslagen van elf september 2001 zijn wij, het westen met Christelijke achtergrond, volgens de Amerikaanse president Bush en vele andere westerse politiek leiders en opiniemakers in “oorlog” met een van de meest bedreigende van dergelijke religieuze afsplitsingen: de radicale of extremistische Islam. Sommige “denkers” gaan nog verder en zien een onvermijdelijke confrontatie tussen de complete Islam en het westen zoals de zwart/wit culturen-botser Samuel Huntington. Hoe dan ook, op dit moment bestrijden we actief de “radicalen“ zowel in den vreemde (Afghanistan, Irak) als aan het thuisfront (aangescherpte wetgeving, publiekscampagnes terreurbestrijding). Islam of extremistische Islam staat hoog op de agenda van verschillende politici, de media raken niet uitgepraat over het fenomeen en het Nederlandse volk ziet Islam over het algemeen als “zeer bedreigend”. Dus wat is eigenlijk extremistische Islam? Wie zijn “ze” en hoe groot is die dreiging? En de belangrijkste vraag die eigenlijk nooit gesteld wordt: wat willen die “extremisten” nu eigenlijk? Waar doen ze het nu voor? Over Salafisten, bomgordels, Islamo-fascisme en Jihad Inc.
Als in september 2001 het startschot voor de “oorlog-tegen-terreur” wordt gegeven, hebben de militaire planners, politici en uitvoerders van de oorlog meteen een welhaast onoplosbaar probleem: de vijand zit niet verscholen in een kwaadaardig land of duidelijk begrenst gebied, maar in hoofden van mensen. Toegegeven, in het kader van diezelfde oorlog-tegen-terreur worden wel twee landen binnengevallen en een derde, in Afrika, door een goedbetaalde vriendenstaat overhoopgehaald, maar de werkelijke vijand (zo willen de dames en heren beleidsmakers ons doen geloven) zit eigenlijk overal. Want we bevechten niet alleen terreur in de oorlog-tegen-terreur(anders stonden er al NATO troepen in Sri Lanka, Spaans Baskenland of Corsica bijvoorbeeld), maar terreur voortvloeiend uit extremistische of radicale Islam. Om de Amerikaanse president George W. Bush, degene die dus het startschot tot de oorlog gaf, aan te halen: “ze haten onze vrijheid en daarom komen ze ons halen“. En de “ze“ zijn in dit geval radicale “jihadi’s“, mensen die tegen elke prijs, zelfs hun eigen leven, ons om zeep willen helpen.
Aangezien “iemands vrijheid haten“ als reden om ten strijde te trekken toch wel een historisch unicum genoemd kan worden, en omdat de invloed van die “jihadi’s“ wel erg groot moet zijn (allochtone jeugd radicaliseert, radicale moskees overal), zo groot zelfs dat verschillende reclame-spotjes beweren dat ongeveer het halve land in touw is om te voorkomen dat “vrijheidshaters“ ons opblazen, lijkt een analyse van deze “jihadi’s“ eigenlijk wel gepast.
Het arabische “jihad” betekent ook letterlijk “de strijd”. Er zijn echter twee vormen van “jihad”. De kleine “jihad” (al-jihad al asghar) wordt gekoppeld (en gebruikt) voor de verdediging van Islam en staat het gebruik van geweld toe, maar alleen als Islam wordt aangevallen door niet-moslims. In dat geval moeten alle moslims aan de oproep tot “jihad“ gehoorzamen. Kleine “jihad“ kan ook worden gebruikt voor uitbreiding van Islam. Ook in dat geval moeten alle moslims gehoorzamen, maar kunnen zij ook volstaan met het leveren van goederen, geld en diensten. Deze vorm van “jihad“ wordt door veel extremistische groepen aangehaald als rechtvaardiging voor hun “strijd“. Alleen is er een probleem. De kleine “jihad“ staat op gespannen voet met een binnen de Islam veel belangrijkere vorm van “jihad“: de grote “jihad“.
De “grote jihad“ (al-jihad al-akbar) vindt plaats in iedere moslim’s ziel. Dit is de “jihad“ waar het hele Islamitische geloof eigenlijk om draait. Grote “jihad“ is de strijd tegen wereldlijke verleidingen en de eigen “ego” van de mens. Kleine en grote “jihad” hebben altijd naast elkaar gestaan binnen de Islam, maar binnen de puur geestelijke uitleg van “jihad“ is zelfs de kleine “jihad“ een illusie en daarom altijd ondergeschikt aan de grote “jihad“. Grote “jihad“ is kortom een bijna Boeddhistisch streven naar een soort “nirvana“, of innerlijke puurheid.
De interpretatie van deze beide vormen van strijd verandert constant en wordt door verschillende Islamitische stromingen verschillend beleefd. Zo kennen soennietische moslims niet de rituele zelfkastijding van sjiieten tijdens de Asjoera. Wat wel onmiddellijk opvalt is het ontbreken van een geweldadige jihadistische beweging in de Islamitische geschiedenis na het ergens in de vijftiende eeuw definitief vestigen van het kalifaat. Laat staan een wereldwijde Islamitische “revolutionaire“ jihad-beweging die overal sharia en Islam verplicht wil stellen. De oorlogen die we kunnen aanwijzen zijn nationalistisch van aard of bevrijdingsoorlogen. Ook de oorlogen tegen Israël in de twintigste eeuw. Toch moet ergens een radicale “jihad"-beweging zijn ontstaan.
Ironisch genoeg komt een van de meest radicale interpretaties van Islam voort uit nationalistisch verzet tegen kolonialisatie. Het Salafisme, ongeveer de basis van alle radicaal en politiek getinte opvattingen van islam, is een uitvinding van Jamaluddian al-Afghani (een sjiiet geboren het Iraanse Hamadan) aan het einde van de negentiende eeuw. Al-Afghani zocht naar een manier om Islam om te vormen tot een beweging die in staat zou zijn om westers kolonialisme te bevechten. Daarom wordt al-Afghani nog steeds gezien als “founding father“ van de Islam als politieke ideologie. De zichzelf tot soenniet “omgedoopte“ al-Afghani nam de pure, ultra-orthodoxe, Wahhabitische (naar grondlegger Mohammed ibn Abd al-Wahhaab) uitleg van Islam over en preekte een terugkeer naar de orginele principes van Islam, met daaraan gekoppeld eenheid van de Islamitische gemeenschap.
Maar juist de ultra-conservatieve interpretaties van Islam maakte dat het Salafisme nooit zou uitgroeien tot een wereldwijde Islamitische “revolutie“. Het Salafisme beoogt de Islam te zuiveren van vervuilende culturele invloeden, zowel Arabische als westerse. Het streven van al-Afghani om de koloniale juk af te werpen werd hierdoor kleine “jihad“, en dus onbelangrijk. Salafisten zitten in de grote “jihad“-modus, zij verwerpen Islam als ideologisch concept, of politieke en wereldlijke strijd om een Islamitische staat te stichten. In een cirkel van oorzaak en gevolg redeneren zij dat als moslims worden overheerst door “ongelovigen“ dit veroorzaakt wordt door het verlies van geloof in de “ware“ Islam. De spirituele strijd overheerst alles. Zoals alles “wereldlijk“ voor het hand-in-hand gaande Salafisme en Wahhibisme onbelangrijk is, met als gevolg bizarre culturele zuiveringen.
Al in 1801 vielen 12.000 Wahhabisten Karbala binnen en sloopten de tombe van Imam Hoessein, de zoon van de geëerde Ali en Fatima. In de moderne geschiedenis hebben de Saudies (Wahhabisten) herhaaldelijk historische gebouwen in de heilige steden Mecca en Medina tegen de vlakte gewerkt. Hoe tegenstrijdig het mag klinken, binnen de Salafitisch/Wahhabistische interpretatie staan heilige plaatsen, schrijnen en beelden gelijk aan afgoding, en moeten worden vernietigd. Iets wat we eind jaren negentig terug zien bij de Taliban, als zij twee eeuwenoude Boeddah-beelden in Bamyam voor het oog van de wereld proberen op te blazen. Salafisten zullen zich echter nooit Wahhabisten noemen, want dit zou weer persoonsverheerlijking inhouden. Wahhabisten noemen zich soms selefiyyah, naar Salafist, of ahl al-tawhid, wat zoveel betekent als “mensen van de eenheid”.
Het “politieke“ Salafisme van Jamaluddian al-Afghani sneuvelt dus onder het eigen conservatisme, maar het concept zuivere en politieke Islam zal slechts een aantal decennia ondergronds blijven smeulen om uiteindelijk in het Egyptische the Muslim Brotherhood (het moslimbroerschap) weer bovengronds tot vuur te komen. The Muslim Brotherhood, of Society of the Muslim Brothers, werd in 1928 door de Soefi (mystieke tak van Islam) leraar Hassan al-Banna opgericht en zou uitgroeien tot de grootste en meest invloedrijke reactionair conservatieve (en politieke) soennietische Islamitische beweging. Voortbordurend op de ideëen over de pure Islam, zagen de broeders en al-Banna de Koran en Soennah als perfecte leidraad voor het leven en de (Islamitische) maatschappij, gekoppeld aan “jihad“ om hun doelstellingen te verwezenlijken. Het genootschap was een directe reactie op de sociale problematiek in veel landen in het Midden Oosten en de seculaire en (in hun ogen) decadente levensstijl van veel moslims of hun heersers. Het uiteindelijke doel zou het instellen van de “pure” Islam zijn, met de sharia als wetgeving en de moslimwereld weer te verenigen in het Kalifaat. Van Spanje tot Pakistan.
Hoewel het broederschap zegt geen geweldadige “jihad“ na te streven, en zich voornamelijk richt op sociale kwesties als armoede en onderwijs, worden zij herhaaldelijk in verband gebracht met geweld en aanslagen. Al dan niet om politieke redenen. Ook het streven naar een Islamitische staat maakt dat het genootschap in (meestal ondemocratische) staten weinig populair is bij machtshebbers en veelal verboden. Maar de broederschap bevat alles wat wij nu als “extremistische“ Islam zien: geen gelijke rechten voor man en vrouw, invoering sharia, democratie binnen de grenzen van de Koran, streven naar een Kalifaat.
Is de moslimbroederschap een extremistisch Islamitische organisatie? Ja, rechts-orthodox. Maar is de moslimbroederschap een terroristische organisatie? Nee. Het broederschap kan worden omschreven als een sociale beweging, een reactie op het politieke klimaat in het Midden Oosten, toen en nu. Het heeft gewapende strijd, of kleine “jihad“, niet als uitgangspunt. Gewapende jihad blijft een politieke beslissing, en blijft daarom steken in de bekende theologische discussie. En belangrijker, het broederschap mist een “voorhoede“. Of een politieke hefboom om echt macht te krijgen.
Tot een zekere Sayyid Qutb, de leermeester van Osama’s rechterhand Ayman al-Zawahiri, zijn opwachting maakt binnen de moslimbroederschap en de brug slaat tussen Salafisme en wat wij nu Salafi-jihadi’s noemen.
In deel II: de geboorte van Wilder’s nachtmerrie, revolutie in Iran, actie en reactie en waarom Islamo-fascisme niet bestaat.
En grote onzin bovendien, alle Marrokanen die IK ken gaan NOOIT naar de moskee
Er bestaat helemaal geen probleem met de moslim wereld. Dat is een bedenksel van jou hersenspoelers: de media, en de westerse regeringen...
Altijd weer die eeuwige dooddoener: en de gereformeerden dan? Wel, de gereformeerden vliegen geen vliegtuigen in gebouwen.
Blazen geen bussen op. Uiten geen doodsbedreigingen op het net.
moeders die trots op hun zonen zijn die zichzelf hebben opgeblazen
KABUL, Afghanistan - A mother who tried to stop her son from carrying out a suicide bomb attack triggered an explosion in the family's home in southern Afghanistan that killed the would-be bomber, his mother and three siblings, police said Monday.
Zolang 15% van de moslimsgemeenschap aangeeft sympathie te hebben voor zelfmoordernaars, is er een groot probleem
Maar heb je die videos nou bekeken?
' (...) het Nederlandse volk ziet Islam over het algemeen als “zeer bedreigend”. '
Donkerdoorn
Meer rechts geweld dan moslimgeweld
DEN HAAG - Rechts-radicalisme komt ruim drie keer vaker voor dan incidenten met radicaliserende moslims. Dat blijkt uit onderzoek dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onder 75 gemeenten liet uitvoeren.
De hersengarage van Zapruder Inc.
George W. & Co. veroordeeld
De massavernietigingsonderbroek
Hoe Italië, Griekenland en België de Euro binnen werden gerommeld
Euro-crisis update: the song remains the same