Radicale of extremistische Islam wordt gezien als een van de grootste bedreigingen van onze tijd. Zozeer dat een miljarden verslindende oorlog-tegen-terreur, of beter gezegd: oorlog-tegen-extremistische-Islam, is opgestart en op verschillende “slagvelden“ wordt uitgevochten. In veel westerse landen zijn draconische wetgevingen en veiligheidmaatregelen ingevoerd om de burgerbevolking te beschermen tegen geweld voortvloeiend uit radicale Islam. In het Midden Oosten en Centraal Azië zijn landen die worden gezien als de frontlinie van de actieve oorlog-tegen-terreur binnengevallen en bezet door westerse troepen.
Toch klopt er iets niet met het plaatje. Zoals we in deel I en II hebben kunnen zien, zijn de twee belangrijkste radicaal Islamitische stromingen, Salafisme en Wahhabisme, reactionair en ontstaan als tegenwicht voor westerse kolonialisatie en bemoeienis in het Midden Oosten. Met weinig succes. Als politieke bewegingen sneuvelen zij onder religieus conservatisme. Pas in de twintigste eeuw ontstaat een echte politieke Islamitische beweging: the muslimbrotherhood. Geïnspireerd door het Wahhabisme bloeien zij op in het onder dictators en armoede gebukt gaande Egypte. De formule van conservatieve Islam gecombineerd met armenzorg, onderwijs en (primaire) gezondheidszorg blijkt enorm succesvol en al snel waaiert het concept en de broederschap uit over meedere Islamitische landen. Hoewel bedreigend voor autoritaire regimes, wordt de interpretatie van Islam door (delen van) de broederschap pas geweldadig als de Satriaanse Sayyid Qutb zijn “Fi zilal al-Qur’an” (in de schaduw van de Koran) schrijft. Maar actieve “jihaddistische“ strijd of revolutie blijft (voorlopig) uit. De eerste echte Islamitische revolutie zal namelijk in het sjiietische Perzië uitbreken, waar het gehate regime van de sjah door de bevolking en hun mullah’s omver wordt geholpen. Terwijl sjiietische revolutie in het nieuwe Iran de gevestigde geopolitieke orde doet beven, wordt achter de schermen de radicale soennietische interpretatie van Islam door Qutb gesmeed tot een wapen dat zal worden losgelaten op een van de machtigste staten van dat moment: de Sovjet Unie. Om vervolgens de plaats van het “evil empire“ in te nemen als meest bedreigende kracht voor het “vrije“ westen.
“We didn’t push the Russians to intervene but we consciously increased the probability that they would do so. This secret operation was an excellent idea. Its effect was to draw the Russians into the Afghan trap. You want me to regret that?”: Zbigniew Brzezinski, nationaal veiligheidsadviseur onder Amerikaans president Carter.
Terug naar halverwege de jaren zeventig. Saudi Arabië, in 1924 gevormd door een verbond tussen de al-Saud familie en Wahhabitische stammen, zwemt dankzij nationalisering van haar olie-industrie (in ruil voor deelname aan de petrodollar-cyclus) en de oliecrises in Amerikaanse dollars. Het land leeft in een paradox: ondanks het staatsgeloof Wahhabisme dat wereldlijke leiders als koningen afwijst, is het een monarchie. Wanneer de Egyptische president Nasser in de jaren vijftig en zestig hard optreedt tegen de muslimbrotherhood en veel sleutelleden gedwongen worden ondergronds te gaan, vinden zij in Saudi Arabië een veilige thuishaven. De Wahhabitische Saudi’s staan niet onwelwillend tegenover de ideëen van het genootschap en zien de organisatie als een prima verdediging tegen het nasserisme, ofwel Arabisch nationalisme gevoed door Rusland. Het Wahhabisme en de moslimbroederschap worden bondgenoten en het huis van Saud, altijd bang voor de extremistische krachten onder haar onderdanen, kijkt goedkeurend toe. De politieke voordelen zijn groot en de koning, immer schaak-mat staand door de moefti’s, steunt de beweging actief. Als in de jaren zeventig de echte gouden jaren in Saudi Arabië aanbreken, is het tijd voor de volgende stap. Met behulp van het overschot aan petrodollars wordt het Wahhabitische geloof, naast olie, de Saudi’s belangrijkste exportproduct.
Maar niet alleen de Saudi’s vallen de voordelen van de politieke, extremistische Islam van Qutb op. Ook in de Verenigde Staten, belangrijkste partner van Saudi Arabië, zien bepaalde personen in de burelen van de CIA en in de wandelgangen van het Witte Huis mogelijkheden. Immers, de zuidgrens van aartsvijand de Sovjet Unie bestaat voor het leeuwendeel uit staatjes met een overwegend Islamitische bevolking. Een politiek en religieus geïnspireerde “jihad“-beweging zou perfect zijn om chaos, versplintering en uiteindelijk destabilisatie in de “zachte onderbuik“ van de “evil empire“ te bewerkstelligen. Het lot zou anders bepalen. Afghanistan, het strijdtoneel van de negentiende-eeuwse “great game“ tussen tsjaristisch Rusland en Groot-Brittannië, werd de hoofdvestiging van Jihad Inc.
Afghanistan maakt in de jaren zeventig (wederom) een turbulente periode door. Sinds de onafhankelijkheid van India en de desinteresse van Groot-Brittannië in het -toen nog- koninkrijk is het land binnen de invloedssfeer van de Sovjet Unie gevallen. De communistische partij is oppermachtig en weet de koning in 1973 af te zetten, waarna een periode van rivaliteit tussen twee communistische vleugels uitbreekt. In de daaropvolgende periode van politieke chaos weten verschillende buitenstaande partijen handig het Islamitische verzet, de mujhahadin, naar voren te schuiven en op te bouwen. De mujhahadin wordt gebruikt door Pakistan om invloed van India en Iran in haar buurland te beperken, door Saudi Arabië om Afghanistan in de Wahhabitische invloedssfeer te krijgen en de door Verenigde Staten om Rusland tot actie te bewegen. Al in juli 1979, voor de Russische invasie, stelt de Amerikaanse president Carter budgetten via de CIA ter beschikking aan de Islamitische mujhahadin.
In december 1979 stuurt Leonid Breznej Sovjet troepen de grens met Afghanistan over ter ondersteuning van het regime. De val van de Amerikanen klapt dicht en de Afghaanse oorlog tussen de Russen en de Islamitische mujhahadin is begonnen.
Jihad Inc. is een Amerikaanse uitvinding, een strategie uit de koker van Zbigniew Brzezinski, met als doel via Afghanistan een pan-Islamitische jihad te ontketenen tegen de Russische “ongelovigen“. Zia ul-Haq, de Pakistaanse dictator die met miljarden Amerikaanse dollars werd ondersteund, werd samen met zijn inlichtingendienst ISI de coordinator van het project. Saudi Arabië financier en leverancier van de ideologie. En de Amerikanen zorgden voor dollars, wapens en training. In de grensstreek tussen Pakistan en Afghanistan zouden de madrassas (Islamitische leerscholen) als paddenstoelen uit de grond springen, gevuld met Afghaanse vluchtelingen en Saudische moefti’s. Trainingen werden verzorgd door de ISI in samenwerking met de CIA en de Britse MI6 en in de Afghaanse bergpassen ontstond een levendig verkeer van wapensmokkelaars en verse mujhahadin. De geoliede jihad-machine zal later de boeken ingaan als operatie Cyclone.
Hoewel de jihad tegen de Russen veel ideologisch bevlogen islamisten en islamitische groepen aantrekt, zal pas midden jaren tachtig structureel “buitenlandse“ jihadi’s worden getraind voor strijd in Afghanistan. De CIA is ontevreden met de tot dan toe behaalde resulaten en ergert zich aan de interne verdeeldheid van de Afghaanse mujhahadin. De moslimbroederschap blijkt wederom hofleverancier. Naast de Egyptische en radicale afsplitsing “Islamic Jihad“ van later rechterhand van Bin Laden Ayman al-Zawahiri, wordt broederschaplid Abdullah Azzam binnengehaald om islamisten te recruteren en via de ISI, en uiteindelijk MI6 en de CIA, te trainen. Azzam zet het Maktab al-Khidamat (Service Kantoor) op in het Pakistaanse Peshawar, een draaideur front-organisatie van de ISI met jihad op de voorgevel maar Amerikaanse, Saudische en Egyptische dollars bij de achterdeur.
Azzam was eigenlijk geen Salafist of Wahhabist. Hij zag de strijd tegen de Russen als een eerste stap naar bervijding van de gehele Islamitische umma. Het zou slechts als model en training dienen voor een Islamitische revolutionaire voorhoede die de umma zou voorgaan in een “verzetsstrijd” tegen het westen. Opvallend: Azzam was fel tegen aanvallen tegen burgers en wees terroristische aanslagen af. Al snel vervoegt de zoon van een van de rijkste Saudische families zich bij de operatie van Azzam in Peshawar: Osama Bin Laden. Bin Laden en al-Zawahiri zullen de ideëen van Azzam later transformeren, met hulp van voldoende Pakistaanse en Saudische sponsoren, tot Al Qaida’s dodelijke tactieken.
Hezbollah
Volgens de populaire mythe is Bin Laden actief jihadi geworden uit wrok tegen de Israëlische inval van Libanon in 1982. Een handige zet van het Al Qaida pr-bureau om de strijd van de Palestijnen te koppelen aan de idealen van Bin Laden. Als gevolg van diezelfde inval ontstaat ook nog een andere beweging die “wij” als terroristisch aanduiden: de Hezbollah (overigens is Nederland een van de vier landen wereldwijd die Hezbollah als een terroristische organisatie zien. De overige drie zijn Canada, Israël en de Verenigde Staten). Hezbollah is sjiietisch en ongeveer gemodelleerd naar de “muslimbrotherhood”, met (wederom) armenzorg, onderwijs en gezondheidszorg. Zij heeft een politieke tak en een militante beweging. Doordat Hezbollah exclusief sjiietisch is, heeft zij nauwe banden met Iran. In tegenstelling tot “jihadistische bewegingen” en haar sjiisme streeft Hezbollah niet verspreiding van Islam of kleine “jihad”. Het traineert alleen aartsvijand Israël met het niet-erkennen van de Joodse staat en het streven naar “bevrijding” van Jerusalem.
Hezbollah is een directe reactie op de Libanese burgeroorlogen van 1978/1982. In die jaren lopen de spanningen tussen verschillende fracties in het versplinterde Libanon hoog op, met als katalisator de PLO die onophoudend aanvallen uitvoert vanaf Libanees grondgebied op Israël. In de verwarrende oorlog hebben vrijwel alle partijen milities tot hun beschikking, de soennietische PLO, de (naar fascistisch model) christelijke Falangisten, het christelijke Libanese Front, Druzen-milities en het soennietische Arabisch Libanese leger (noord en zuid, en met afsplitsingen eigenlijk). De sjiieten, die voornamelijk het zuiden van Libanon bevolken, werden op papier beschermd door het officiële Libanese leger maar kwamen de facto telkens tussen de strijdende partijen terecht. Met alle gevolgen voor de burgerbevolking van dien. Rond 1982 hebben de sjiieten zich wel georganiseerd in de AMAL, maar is nog zwak. De invasie van Israël in 1982 maakt dat de sjiieten zich verenigden in de Hezbollah zoals wij die nu nog kennen.
Wederom zien we het patroon bij Hezbollah zoals we dat gezien hebben bij organisaties als de moslimbroederschap en het ontstaan van Wahhabisme: reactie op oppressie en geweld, semi-sociale taken en daardoor aantrekkelijk en succesvol. Iets wat we later nog terug gaan zien in bijvoorbeeld het Palestijnse Hamas. Zeelotische zendingsdrang is er echter niet vanwege het sjiisme dat dit niet kent (zie deel II).
Het argument dat wordt aangedragen om Hezbollah wel al terroristische organisatie te bestempelen is het feit dat de beweging gebruik (heeft) gemaakt van zelfmoordaanslagen en dat dit kenmerk dus de organisatie radicaal extremistisch maakt. Zelfmoordaanslagen, hoewel bekend door de Palestijnse aanslagen, zijn geen Islamitisch concept. Het is een Japanse uitvinding dat via de kamikazepiloten van de Tweede Wereldoorlog zijn weg vond in de Nihon Sekigun (Het Rode Leger) en de Zengaturen (commitee van Radicale Studenten). Deze twee bewegingen wisten in de jaren zestig de PLO te infiltreren en over te halen tot “terreurtactiek”. De leider van de beweging was een vrouw, Fusako Shigenobu alias The Red Queen, die in 1969 een Japanse boeing kaapte en “het voorbeeld gaf” aan de Palestijnen. The Red Queen zit tot hedentendage nog in een Japanse gevangenis.
De professor Robert Pape van de University of Chicago komt in zijn studie The Strategic Logic of Suicide Terrorism waarin hij 462 wereldwijde zelfmoordaanslagen analyseert, zelfs tot de conclusie dat terrorisme vrij weinig te maken heeft met religieus extremisme. Het gaat om politiek. Van de Hezbollah-aanslagen tussen 1982 en 1986 die hij bestudeerde, werden er acht gepleegd door “extremistische Islamisten”. De overige werden uitgevoerd door “linksen” en christenen. Hun beweegreden was steevast de bezetting van Zuid Libanon door een buitenlandse mogendheid. Niet iets wat de denktanken in Washington “Islamo-fascisme” noemen.
Gezien de geopolitieke situatie op dit moment, mag Robert Pape’s studie gezien worden als van levensbelang.
Deel IV: selfservice-jihad, de marketing achter Al Qaida, de Taliban en conclusie.
Assi, het is meer socialistische/communistische ideologie tegen extremistische Islam. Omdat de Afghanen behoorlijk "commie" begonnen te worden, leek Islamitische indoctrinatie wel een goed idee.
“We didn’t push the Russians to intervene but we consciously increased the probability that they would do so. This secret operation was an excellent idea. Its effect was to draw the Russians into the Afghan trap. You want me to regret that?”: Zbigniew Brzezinski, nationaal veiligheidsadviseur onder Amerikaans president Carter.
Assi, hier nog wat achtergronden over wat er in de jaren voor de Russische invasie in Afghanistan gebeurde.
Donkerdoorn (lid) | 04-11-2007 00:32
Wederom goed geschreven. Over de Japanse infiltratie wist ik nog niks, en vind ik nogal verassend. Hoewel bij mijn weten het concept kamikaze door de Japanners is geintroduceerd, vind ik het opvallend dat hier de oorsprong ligt van de opblaasacties van met name de palestijnen.
Ik zal hier verder induiken. Weer wat geleerd dus, dankjewel.