In zijn laatste speech als president van de Verenigde Staten waarschuwt de oud-generaal en WWII-held Dwight Eisenhouwer het Amerikaanse volk voor het zogenaamde “military industrial complex”. Ironisch en opvallend, daar het juist Eisenhouwer is geweest die onder druk van organisaties als Americans for Democratic Action, the Committee on the Present Danger, Congres of Cultural Freedom (soort Burke-Stichtingen “democratie maar met een elite”, inclusief Troskyaans streven naar een “wereldwijde democratische revolutie” (lees: neoliberalisme)) en vooral de RAND-corporation zich liet verleiden tot het opbouwen van een machtig nucleair arsenaal (het “arsenal USA” van Leo Cherne) en het dichten van de fictieve “missile gap”. “Game Theory”, de favoriete theorie van RAND en de economen van de University of Chicago, wordt ten tijdde van Eisenhouwer krachtig op de Amerikaanse samenleving en de Amerikaanse buitenlandpolitiek geprojecteerd.
De eerdere delen:
■ Introductie extremistische Islam - Deel I
■ Introductie extremistische Islam - Deel II
■ Introductie extremistische Islam - Deel III
■ Introductie extremistische Islam - Deel IV: Taliban
Kort samengevat komt “Game Theory” en alle derivaten van deze theorie neer op het principe dat de mens, in strategische situaties, altijd egoistisch handelt. Een principe dat van een enkel individue kan worden geextrapoleerd naar complete systemen en samenlevingen zoals de Sovjet Unie. Als bekendste exponent geldt het zogenaamde “prisoners dillemma”, maar de invloed van RAND’s denkers lopen door de decennia via neoliberalisme, reaganomics, New Labour (of nieuw PVDA) tot het corporatisme van de EU en het Verdrag van Lissabon. Het grote probleem met de theorie is alleen: het blijkt in de praktijk niet te werken zoals John Nash ondervond bij experimenten met de secretaressen van RAND. De mens blijkt soms een stuk minder zelfzuchtig te zijn dan Nash en co. willen doen geloven. Niet dat dit de “beautiful minds” afhield van het verder ontwikkelen van militaire en maatschappelijke sjablonen.
“Macht"en “geweld” schoven onder “Game Theory” van het Clausewitziaanse principe van “noodzaak tot het opleggen van wil” naar een “constante” uitoefening. De “pre-emptive strike” bijvoorbeeld, bekend geworden onder George W. Bush, is eigenlijk van veel oudere datum en stamt uit een tijd dat onder “Game Theory” het aannemelijk werd een nucleaire oorlog te winnen (Herman Kahn’s “war orgasm"). Het enige wat daar voor nodig is, is agressie. En een eeuwige voorsprong. Op de Russen.
Het is oktober 1957 en de Verenigde Staten bevinden zich in de hoogste alarmfase. De Russen hebben zojuist hun Spoetnik satelliet met succes gelanceerd, het officiële startschot voor de “space-race”, en laten de wereld zien dat zij over uitmuntende raket-technologie beschikken. In het Witte Huis neemt de druk op de aartsconservatieve president Eisenhouwer toe. Door havikken in de Amerikaanse democratische partij wordt hij bestemd als “laf”, het leger roept om meer geld en ook in de pers is niet mild voor de oud-WWII generaal. Als zuinig en “fiscaal conservatief” wil Eisenhouwer eigenlijk defensie-uitgaven drukken, maar nu de Russen over technologie beschikken die hen in de ruimte brengt, en dus ook kernwapens over grote afstanden kunnen afschieten, zwicht de president.
Het is een rapport, dat een maand “na spoetnik” aan Eisenhouwer wordt overhandigd dat hem het laatste zetje geeft om de raderen van het militairy-industrial-complex in oorlogsmodus in werking te zetten en een complete “arms race” met de Russen te beginnen. Het “Gaither Raport”, genoemd naar Horace Rowan Gaither, een “onafhankelijk expert” die in opdracht van Eisenhouwer een evaluatie zou opstellen over “fall out” en “atoombunkers”. Maar het rapport van de commissie gaat veel verder dan de kernopdracht. Deterrence & Survival in the Nuclear Age stelt dat de Sovjet Unie in staat is om intercontinentale raketten (ICBM’s) in stelling te brengen en dat de Verenigde Staten, indien niet geïnversteerd wordt in de uitbouw van het leger en (nuke) arsenaal, het risco loopt een eventuele atoomoorlog te verliezen. Gaithner komt ook terug op de oorsprongelijke opdracht en adviseert de opbouw van “schuilkelders” en het “informeren” van het publiek over “hoe te handelen” bij een nucleaire-raketuitwisseling met de Russen.
Gaither en commissie hebben echter nooit toegang gehad tot inlichtingenmateriaal over het Sovjet kernprogramma, en daarom lijken de aanbevelingen van het rapport uit een heel andere hoek te komen. Hoewel Eisenhouwer een “onafhankelijke commissie” voor ogen stond, is Gaither verbonden met RAND, en draagt het rapport duidelijk de handtekening van een oude bekende: Paul Henry Nitze. Het is dit keer Spoetnik dat de “alarmistische” toon van Nitze wegspoeld, en de aanbevelingen worden door de Amerikaanse regering overgenomen. De “wapenwedloop”, al dan niet fictief, tussen het “democratische” Amerika en het “naar een wereldrevolutie strevende” Rusland is begonnen. Miljarden en miljarden zullen worden uitgegeven om “the missile gap” te dichten en het Amerikaanse volk krijgt de volle laag van de “bombscare” propaganda-machine over zich heen ("Duck! and Cover!").
Het is de “bomb scare” dat de jonge John F. Kennedy in het Witte Huis brengt, en met hem Paul Henry Nitze en talloze andere “defensie-adviseurs” uit de RAND/Game Theory-hoek. Het is Kennedy die echt vaart zet achter de nucleaire opbouw van “arsenal USA”, en onder Kennedy wordt “Game Theory” pas echt “geopolitiek” uitgetest. De “projectie van macht” en “forward policy” zullen leiden tot (de onder Eisenhouwer bedachte) invasie van Varkensbaai en de Cuba-crisis (een klassiek militair voorbeeld van Game Theory), maar ook het, gelukkig, afgeblazen Operation Northwoods. Zelfs de escalatie van de oorlog in Vietnam zou zijn “bedacht” in de bureau’s van RAND.
1961 brengt niet alleen Kennedy, maar ook duidelijkheid over het nucleaire arsenaal van de Sovjet Unie. Het is het jaar dat eindelijk inlichtingen en satellietbeelden openbaar worden gemaakt. De “Russen”, die jaren aan hun atoombommen werkten met gestolen technologie van de Amerikanen, blijken totaal niet over het gevreesde aantal raketten te beschikken dat werd voorgehouden. Al jaren liggen de Sovjets technisch achter op de Amerikanen, en de situatieschetsen in NSC68 en het “Gaither Raport” blijken volledig fictief. De “nucleaire macht” Rusland was, tot dan toe, niets anders dan een “spookvijand”.
Fast-forward naar de jaren zeventig. Vietnam is verloren en de schok, in het Amerikaanse leger, in de Amerikaanse politiek, en Amerikaanse samenleving is groot. Heel groot. Nixon geeft het startschot voor “ping pong diplomatie” ten aanzien van China, als bruikbare “bondgenoot” tegen de Sovjet Unie, maar ook met de Russen wordt gepraat. De fundamenten voor de START-akkoorden worden gelegd, en de gezamelijke Amerikaanse inlichtingendiensten schetsen, een voor het publiek, ontluisterend beeld van de “Sovjet Dreiging” in hun NIA (Nation Intelligence Estimate). De Russen willen geen oorlog, geen wereldrevolutie en de militaire dreiging van de communistische staat, is verre van waarvoor het wordt aangezien.
Maar het is de chef CIA onder Ford die zich openstelt voor de totaal tegenovergestelde mening van een groep “defensie-experts”. George Bush haalt “Team B” binnen.
De hersengarage van Zapruder Inc.
George W. & Co. veroordeeld
De massavernietigingsonderbroek
Hoe Italië, Griekenland en België de Euro binnen werden gerommeld
Euro-crisis update: the song remains the same