100 miljard dollar. Dat is het slordige sommetje wat de Amerikaanse president Bush de komende maanden mag uitgeven aan zijn oorlogen in Irak en Afghanistan. Zonder werkelijke restricties. De Amerikaanse kiezer moet zich deze week even achter de oren hebben gekrabd. Werd ergens in november niet een nieuw congres gekozen, met een meerderheid voor de democratische partij, om een einde te maken aan de oorlog in Irak? Geven de polls niet aan dat ruim 70% van de Amerikanen tegen de oorlog is? Waarvan ruim zes op tien menen dat de oorlog een flagrante mislukking is geworden en onmiddellijk moet worden beëindigd? Waar zijn die lui op Capitol Hill mee bezig?
Simpel. Politiek. De zak met geld die president Bush nu meekrijgt, na het goedkeuren van nieuw oorlogsbudget deze week door congres en senaat, is het gevolg van maandenlang gesteggel, compromissen sluiten en obsceen struisvogelgedrag.
Het begon veelbelovend. In november werd een democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden verkozen met een duidelijke opdracht van het Amerikaanse electoraat: maak een einde aan de oorlog in Irak. En zo geschiedde. In een eerste confrontatie met het Witte Huis over budgetten voor de oorlog stelde de democratische meerderheid inderdaad als eis dat een tijdspad voor terugtrekking zou worden opgesteld. Maar president Bush liet even zien wie er de baas is en veegde de voorgestelde wetgeving simpel van tafel met een veto. Twee dagen later lieten de democraten hun eis tot terugtrekking varen. En verhoogden het voorgestelde budget met nog eens 20 miljard.
Het tijdspad voor terugtrekking van Amerikaanse troepen werd omgetoverd tot “benchmarks” voor de Irakese regering. In plaats van resultaten te eisen van Bush en zijn “surge”, de toename van troepen in Irak om de situatie te stabiliseren, werd de verantwoordelijkheid voor het geld, troepen en resultaten bij de regering van een ander land neergelegd. Een welhaast ongekend besluit. En typerend voor de weigering van het congres om de Bush administratie direct verantwoordelijk te houden voor de ramp in Irak.
Zo stemde het Amerikaanse congres, 280 voor, 142 tegen, voor een wet die de oorlog niet zal stoppen en Bush verder carte blanche geeft. De democraten, immer paranoïde te worden aangezien voor slap als het gaat om nationale veiligheid, bogen voor de retoriek van Bush. Het niet goedkeuren van budget zou immers de troepen in gevaar brengen, het toch al lage moreel van de troepen aantasten, de Al Quada strijders in Irak naar Amerika halen, Irak in een afgrond van chaos en ellende storten (nog erger?) en Amerika in ongekend gevaar brengen. Dus waren veel democraten voor. Beter het zekere voor het onzekere nemen. Met een beetje spin valt het wel uit te leggen aan de achterban.
De democratische presidents-kandidaten Obama en Clinton stemden echter slim tegen en behielden zo nog wat wisselgeld bij het electoraat. Hoewel de beide democraten eerder president Bush volmacht hebben gegeven Iran te bombarderen.
De Irak oorlog was de oorlog van Bush en zijn republikeinen. Maar met het goedkeuren van de nieuwe oorlogswet zijn de democraten, dwars tegen de wens van het Amerikaanse volk, overgelopen naar Bush zijn kamp. De oorlog in Irak is nu de verantwoordelijkheid geworden van de beide partijen die in de Verenigde Staten de dienst uit maken. En de Amerikaanse kiezer vraagt zich, nu de democraten hebben afgehaakt, vertwijfeld af wie een einde kan maken aan de ellende in Irak en de verspilling van geld. Want die 100 miljard zal uiteindelijk worden betaald door dezelfde Amerikanen die in november hun politici tot beëindiging van de oorlog hebben opgeroepen.
alleen dat woord al....
Oorlogsmisdadigerstuig is het !