Het was bijna symbolisch voor het Amerikaanse beleid in Irak. Nog voordat de opperbevelhebber van het Amerikaanse leger in Irak, generaal David Petraeus, een woord kon uitspreken van zijn langverwachte toelichting op de voortgang van de oorlog, begaf zijn microfoon het. Schijnbaar gaat alles wat met Irak te maken heeft kapot in Amerikaanse handen. Na vijftien minuten wat chaotisch gerommel aan de geluidsinstallatie kon de generaal eindelijk zijn betoog beginnen. Petraeus legde geduldig het Amerikaanse congres doormiddel van grafieken en staafdiagrammen uit dat onder zijn leiding de acties van het Amerikaanse leger een doorslaand succes zijn. De woorden klonken als een echo van veertig jaar geleden. Een andere Amerikaanse generaal, een andere oorlog. Het enige wat de generaal en zijn baas George W. Bush nodig hebben, is meer tijd. Weer die echo. Petraeus vervulde zijn door het Witte Huis ingefluisterde politieke missie met verve. Het congres stond schaak-mat. De oorlog zal doorgaan. Ongeacht de leugens die over de lippen van de generaal kwamen.
Petraeus was naar het congres gekomen om een toelichting te geven op de voortgang van George Bush zijn “surge“ strategie, oftewel het zenden van meer troepen naar Irak om de situatie in het land te stabiliseren. In maart dit jaar werden de eerste verse troepen heengezonden en nu, een half jaar later, evalueren zowel het Witte Huis als het Amerikaanse congres in hoeverre de strategie succesvol is geweest. Voor George Bush, de grote promoter van de surge-strategie en wiens presidentsschap in de schaduw van de Irak-oorlog staat, is er alles aan gelegen om enigszins succes te laten zien. Het Amerikaanse volk begint oorlogsmoe te raken, het congres worstelt met het vraagstuk Irak en presidentskandidaten spelen de impopulaire oorlog politiek uit (wat zij makkelijk kunnen doen; een Amerikaanse terugtrekking voor 2009 is een illusie.) De Irakese democratie is op sterven na dood en de door het Amerikaanse congres gestelde doelstellingen (voor de Irakese regering) worden niet gehaald. En dan is er nog het sectarisch geweld dat het land verscheurt. Een weinig rooskleurig uitgangspunt voor een president die de Amerikaanse aanwezigheid in Irak moet verkopen.
Gelukkig zijn daar Petraeus en het mythische Al Quada om Bush de helpende hand toe te steken.
Generaal Petraeus, omschreven als de intellectuele krijger, is een specialist in counter-insurgency (tegenopstand). Afgestudeerd op de Vietnam-oorlog en succesvol commandant ten tijde van de invasie, werd Petraeus door het Witte Huis gezien als de ideale man om de “surge” te leiden. Begin dit jaar mocht de generaal dan ook aantreden als vierde opperbevelhebber van het Amerikaanse leger in Irak sinds de invasie van 2003. Als doelstellingen kreeg de generaal de pacificatie van Bagdad, het onderdrukken van de soennietische opstand en natuurlijk het bestrijden van Al Quada mee.
Onder leiding van Petraeus verschenen in Bagdad muren om sectarisch verschillende wijken van elkaar te scheiden terwijl voorzichting de eerste stappen werden gezet voor een identificatiesysteem. In de wijken zelf trad het Amerikaanse en Iraakse leger met harde hand op tegen milities, veelal de sjiietische milities van Muqtada Al Sadr die in strijd verwikkeld zijn met de semi -door de Iraakse regering gecontroleerde- Badr-brigades.
In de bijna volledig door soennietische opstandelingen gecontroleerde provincie Anbar, zag Petraeus zijn kans schoon om zijn tegenopstand technieken toe te passen. Soennietische stammen, geïrriteerd door de aanwezigheid van buitenlandse strijders (Al Quada) in hun districten, sloten met graagte een verbond met de Amerikanen om de buitenlanders hun land uit te werken. In ruil voor de samenwerking ontvingen de stammen Amerikaanse wapens. De oudste koloniale tactiek in het boek. Bewapen een deel van de bevolking om een ander deel te onderdrukken.
En de strategie van Petraeus lijkt te werken, zoals zijn statistieken tijdens zijn presentatie voor het congres aantonen. Het sectarisch geweld in Bagdad lijkt te zijn afgeremd, terwijl het aantal aanvallen (lees: aanvallen, niet doden) op Amerikaanse troepen beduidend is afgenomen. Om het succes te onderstrepen werd president Bush voorafgaand aan de congressionele hoorzittingen door het public relations bureau van het Witte Huis naar Anbar gevlogen (zijn derde bezoek aan Irak sinds de invasie) voor foto-sessies en “war-councils“ met zijn generaals en verschillende stamhoofden. De provincie Anbar als schitterend voorbeeld van het succes van de surge-strategie. Een paar dagen later verkondigde Bush tegen de Australische premier Howard: “We’re kicking ass in Iraq“.
Na vier jaar leek er dus een succesvolle strategie te zijn ingezet en met deze resultaten onder de arm zouden generaal Petraeus en de Amerikaanse ambassadeur voor Irak Crocker het Amerikaanse volk en congres voor een deel tevreden kunnen stellen. Leek. Want dagen voor de uiteindelijke zitting breekt de controverse los.
Zo zou Petraeus zijn rapport niet zelf hebben opgesteld, maar zou het document uit de koker van het Witte Huis komen. Analisten en politici beginnen te spreken over een politiek document, overeenstemmend met de wensen van de Bush-administratie met als doel een schema tot terugtrekking zo lang mogelijk uit te stellen. Daarna wordt bekend gemaakt dat Petraeus helemaal geen rapport zal indienen. De generaal (en de ambassadeur) zullen slechts verklaringen afleggen. Eventuele sheets en grafieken worden voor publiek en pers beschikbaar gesteld. Om de gemoederen wat te bedaren verklaart Petraeus uiteindelijk dat hij, en niet het Witte Huis, verantwoordelijk is voor de rapportage.
Maar dan inhoudelijk. Want als de verklaringen van Crocker en Petraeus slechts een politiek speeltje van het Witte Huis zijn, wat is er dan waar van hun beweringen?
Bitter weinig. Inderdaad is het sectarisch geweld in Bagdad afgenomen, maar dit is meer het gevolg van de ethnische zuiveringen die in soennietische en sjiietische wijken voorafgaand aan de surge hebben plaatsgevonden. Echt gemengde wijken bestaan vrijwel niet meer. Daarnaast heeft de sjiietische geestelijke Al Sadr zijn milities al sinds het begin van de Amerikaanse troepentoename opgeroepen een staakt-het-vuren in acht te nemen. Geweld vanuit de hoek van Sadr’s Mahdi-leger zal minimaal zijn. Hoewel ambassadeur Crocker verklaart dat Bagdad “er nog nooit zo goed heeft uitgezien“ melden journalisten dat het geweld vele malen erger is geworden. Het zijn niet zozeer de sjiietische milities die de stad levensgevaarlijk maken, maar meer de regeringstroepen en Irakese politie.
Het verhaal van de succesvolle tegenopstand in Anbar lijkt ook van tijdelijke duur. Hoewel de soennietische stammen voor het moment de zijde van de Amerikanen hebben gekozen, blijven de Amerikaanse bezetters de gemeenschappelijke vijand. Zodra het probleem Al Quada uit de provincie is verdwenen, bestaat er een gerede kans dat de stammen hun wapens op Amerikanen gaan richten. Bovendien is Anbar de thuisbasis van de belangrijkste soennietische guerillabewegingen zoals Jaysh Ansar al-Sunna, de 1920 Revolution Brigades en het Islamic Front for the Iraqi. Bewegingen bestaande uit onderdelen van het oude leger van Saddam, met een doel: Amerikanen uit Irak. Het hele wapens-voor-soennieten programma lijkt daarom vooral een duisterder doel te dienen. Met beloftes van een politieke rol en toegang tot olie, zijn de soennieten prima voetsoldaten voor de Amerikanen tegen hun nieuwe aloverheersende vijand: de sjiieten. Zowel de sjiieten in de Irakese regering, als rond het olierijke Basra, als in Iran. Bush en Petraeus weten donders goed dat de echte veldslagen in Irak niet in het olieloze Anbar uitgevochten gaan worden. Het echte gevecht gaat om Bagdad, Basra en Kirkut, waar soennieten, sjiieten, Koerden en Turkmenen de confrontatie aangaan.
Al Quada is geen werkelijk bedreigende partij en zit voornamelijk de soennieten dwars, die weinig interesse hebben in het streven naar een kalifaat. De rol van Al Quada wordt in Irak wordt voornamelijk voor het westerse publiek uitvergroot (zoals alles met Al Quada in de westerse media) maar is een belangrijke pijler voor de rechtvaardiging van de Amerikaanse aanwezigheid in Irak (de oorlog tegen terreur). In een toespraak over Irak, voor de hoorzittingen, presteerde Bush het om 95x Al Quada te noemen. Het feit dat de congressionele hoorzittingen op elf september werden gehouden, is daarom geen toeval. Het totaal aantal Al Quada strijders in Irak wordt overigens op maximaal een paar duizend geschat.
En de Irakezen zelf? Overweldigend noemen zij de “surge” een mislukking.
Wat zich de afgelopen week in de hoorzalen van het Amerikaanse congres afspeelde was typisch Bush-administratie theater. Een show om een langer verblijf van het Amerikaanse leger in Irak te rechtvaardigen en eventuele internationale/regionale constructieve bemoeienis af te wimpelen. In reactie op de getuigenis van Petraeus gooide Bush onmiddellijk het publiek en congres een kluif toe: we zijn zo succesvol dat we zomer 2008 kunnen beginnen met terugtrekking. Onder voorwaarde. Waarmee Bush zijn doel heeft bereikt. Het congres kan nu onmogelijk eerdere terugtrekking eisen waarmee de weg open ligt voor de verdere escalatie waar de Bush-administratie op aanstuurt.

/
Hoe zit dat ook in godsnaam met de olie prijs? De 80 dollargrens in doorbroken...waarom? De Amerikanen hebben de boel toch onder controle?
Daarom ben ik steeds meer overtuigd van het feit dat er genoeg olie is voor de komende eeuwen.
Zoals ik al zij, ik geloof daar niet in.....
Olie is zogenaamd gevormd door sedimentlagen die samengeperst zijn...Hoezo? is er op dit moment ook een enorme laag van sediment op de bodem van de oceaan??, volgens mij rot het materiaal gewoon weg en blijft er niks over. Waar komt ook de laag vandaan die het zootje aanperst? die valt uit de lucht ofzo?? en hoe werk teerzand dan? waar is de compressie?laat (no offence, ik bedoel je kan niet alles weten) niet zien dat je verstand van zaken heeft. Dat is op zich geen probleem, maar denk dan niet dat je op grond van dat kleine beetje kennis dan een goed gefundeerde mening kan vormen. Maar ik zal het even uitleggen, het is nogal simpel. Dat sediment is dood organisch materiaal, en zoals je weet gaan er aan de lopende band dingen dood. Dat stapelt dus continue op elkaar, en dan worden er fossiele brandstoffen gevormd. Ik weet alleen niet wat het verschil in process is van steenkool en olie, beide zijn immers van origine organisch materiaal. Waard om op te zoeken.
Daarbij komt: ik weet 100 % zeker dat de elektrische auto ons niet gegunt is...actieradius is het probleem niet, het probleem is dat we danm geen olie meer nodig hebben
wetenschap is leuk voor een antiaanbaklaag...voor de rest?
See history repeating itself. Ik lees muren, generaals die hun oorlog de hemel in prijzen, Al Quaida (terreur; de grote boeman), koloniale bezigheden, olie en gas, bevolkingsgroepen waar iets mee moet gebeuren alleen maar omdat ze toevallig daartoe behoren.. Waarom zien zo weinig mensen die zo opzichtige verbanden?
Als ik dit ga printen in een mooi uiterlijk en ga versprijden op school, is dat een probleem?