Dit is een zeer controversieel en gevoelig onderwerp. Iedereen is het erover eens dat kindermishandeling, zeker bij jonge kinderen, een zeer ernstige zaak is. Als volwassenen zich hieraan schuldig maken, moet er zo snel mogelijk en drastisch ingegrepen worden. Er rust tot op bepaalde hoogte een groot taboe op.
Deze omstandigheden maken het helaas ook een onderwerp wat eenvoudig misbruikt kan worden door de politiek en het bijbehorende scala aan hulpinstanties. Zeker nu onze christenvriend Rouvoet hoogstpersoonlijk aangewezen is om dit te tackelen is er veel geld te verdelen.
Kindermishandeling is een tegennatuurlijk verschijnsel. Ons instinct is gericht op bescherming van kinderen. Nu zijn kinderen sneller geëvolueerd dan ons instinct en voldoen ze heden ten dage niet meer aan het stereotype beeld van wezens die bescherming nodig hebben. De houding, het taalgebruik en het gedrag van kinderen is radicaal veranderd in de laatste 20 jaar. Een stoer pratend, acterend en dankzij de media als internet wereldwijs kereltje van 8 jaar blijft echter een kind, hoe graag hij ook de indruk wil wekken het allemaal al zelf te weten. Dat is wel eens verwarrend. Bijkomend probleem is dat kinderen nu eenmaal geen betrouwbare getuigen zijn. Ze kunnen moeilijker fantasie en werkelijkheid onderscheiden.
Iedere keer als kindermishandeling vermoed wordt, duikt de media er massaal op. Wie herinnert zich niet het geval van de politieman op Schiermonnikoog, die door zijn dochter falselijk beschuldigd werd? Er komt geen zaak voor de rechtbank of er wordt in de pers uitgebreid aandacht aan besteed. Dit geeft ons de indruk dat het massaal voorkomt. Dit gevoel wordt gesterkt door de cijfers die door politici en media gebruikt worden om dit kwalijke fenomeen aan de kaak te stellen. Het meest gebruikte cijfer is dat er in Nederland 107.000 kinderen zijn die mishandeld worden.
Ik heb eens uitgezocht waar dat cijfer vandaan komt.
Het is gebaseerd op een onderzoek van de Universiteit Leiden, gepubliceerd in 2007 en gebaseerd op cijfers uit 2005 onderzoek. Hierin is te lezen dat er bij de meldpunten kindermishandeling ca. 13.500 gevallen gemeld zijn in 2005 (op een totaal aantal kinderen van 3,6 miljoen, dus 0,4% van de kinderen). De kern van het cijfermateriaal is te vinden op pagina 92 van het rapport, in tabel 6.8
Uit een totaal aantal onderzochte gevallen van 828, waarvan ook nog eens ca. 500 slechts het predikaat vermoedelijk misbruik krijgen, wordt een schatting gemaakt dat er in Nederland 102.000 kinderen mishandeld worden. De foutmarge van deze wetenschappelijke schatting is 5%, dus het maximum aantal is 107.000 en daar komt dit cijfer dus vandaan. Nu ben ik geen wetenschapper, maar ik kan wel logisch nadenken. Zonder enige twijfel kun je stellen dat kindermishandeling vaker voorkomt dan de gemelde 13.500 keer per jaar. Het taboe wat hierop rust is en blijft een enorme drempel om het te melden, al kan dit tegenwoordig bij vele instanties en wordt je als melder goed beschermd. Om echter 828 onderzochte gevallen te extrapoleren naar een getal van 102.000, ofwel het met een factor 123 te verhogen en tegelijkertijd te beweren dat dit slechts een foutmarge van 5% kent, is veel te gortig.
Wat tevens van belang is, is hoe men kindermishandeling definieert. Dit kan de cijfers enorm kleuren. Even kort door de bocht: als je je kind naar zijn kamer stuurt wordt dit in het kader van dit onderzoek gezien als mishandeling. (zie pag. 64, 4.1 0.5.2). De definitie is zeer ruim gesteld, ik wil niets insinueren maar het lijkt er sterk op dat men het uiteindelijke cijfer op alle mogelijke manieren heeft willen opblazen. Duik je dieper in dit rapport, dan zie je dat de ene (wetenschappelijke) aanname op de andere gestapeld is en dat de feitelijke onderbouwing zeer miniem is. De 107.000 kinderen is een slag in de lucht.
Enige jaren geleden is in Nederland de discussie gevoerd waar de corrigerende tik ophoudt en mishandeling begint. Omdat deze grens niet te trekken was is destijds besloten alle fysieke geweld tegen een kind als mishandeling te kwalificeren. Op zich plausibel, maar je ziet waar het toe leidt. Wat verder opvallend is is dat de kinderbescherming grotendeels provinciaal georganiseerd is. Deze op zich al merkwaardige tussenlaag in onze bestuursstructuur staat enerzijds te ver van de mensen af en heeft anderzijds te weinig power om echt beleid te maken. Het maakt de uitvoering van deze belangrijke overheidstaak verder vleugellam. Door het gebrek aan persoonlijke betrokkenheid van de hulpverlening is er een sterke nadruk op lichamelijke mishandeling ontstaan, die is namelijk nog enigszins objectief vast te stellen. Geestelijke mishandeling kan door de huidige versnipperde structuur gemakkelijk over het hoofd gezien worden. Een mishandeld kind vertrouwd niemand. Als zelfs je vader, moeder, oma of opa je mishandelt, wat zul je dan van een vreemde verwachten ? Ook een kind heeft instincten en die zijn vooral gericht op zelfbescherming.
Een nobel streven van onze fantastische overheid met onbedoelde neveneffecten is de mogelijkheid om bij velerlei instanties kindermishandeling te kunnen melden en om de melders maximaal te beschermen. Anoniem melden is onmogelijk, maar de beschuldigde komt niet te weten, wie de melding gedaan heeft. Dit zorgt voor 2 effecten: vermoedens worden bij meerdere instanties gemeld en in de statistieken dubbel geteld en het wordt erg gemakkelijk de vervelende buurvrouw te sarren door haar onterecht te beschuldigen als haar zoontje van de fiets gevallen is. Op verschillende internet fora staan horrorverhalen van (volgens hun eigen zeggen) onterecht beschuldigde mensen. Uit recent gepubliceerd onderzoek bleek ook dat veel aangiften van sexueel misbruik van kinderen, gedaan na een scheiding van de ouders, vals zijn.
Met dit heikele thema zijn er een aantal problemen:
• Er is een grote hulpverleningsindustrie opgebouwd die zijn eigen interesses en belangen heeft, al zullen ze bij hoog en bij laag volhouden dat het belang van het kind voorop staat
• Jan Marijnissen hield de 2e kamer al eens voor dat er meer dan 10 instanties zich op een melding werpen en er per saldo niets gebeurt behalve vergaderen
• Er zijn enorme wachtlijsten. Enige tijd geleden waren deze vrijwel weggewerkt, maar dit is een absoluut onacceptabel gegeven. Ze lopen de laatste tijd weer op. Als er een melding komt, mag deze niet verzanden in de ambtelijke molen
Het ligt zeer gevoelig en is om die reden lastig feitelijk te bezien. Toch is dit noodzakelijk juist omdat de echte slachtoffers in dit ambtelijke geweld gemangeld worden. Er is sprake van een grote onbetrouwbaarheid in de meldingen. Men is vanwege het taboe niet snel bereid er iets van te zeggen, kan met deze boodschap bij vele instanties terecht en het is vrij gemakkelijk, valse aangiftes te doen. Deze factoren zorgen voor uitermate onbetrouwbare data. De persoonlijke maat is weg. Kinderen en hulpverleners zijn geen mensen meer, maar dossiers en instituten.
Het beleid op dit punt is volledig ontspoord en dient drastisch herzien te worden. Hierbij moeten alle belangen behalve de belangen van het kind opzij geschoven worden. Het huidige apparaat wordt door André Rouvoet met goddelijke assistentie neergemaaid. Iedere melding wordt opgenomen door een iemand die persoonlijk verantwoordelijk is én blijft voor de opvolging. Deze persoon werkt als een advocaat voor het kind; partijdig en kundig op het gebied van regelgeving en hulpverlening. Hij of zij bouwt een persoonlijke relatie op met het kind. Het overgrote deel van de huidige hulpverleningsindustrie wordt opgedoekt. Wat overblijft wordt ondergebracht bij gemeenten. Deze structuur zal zorgen voor meer effectiviteit en efficiëncy, waar uiteindelijk iedereen bij gebaat is, vooral de kinderen zelf. Dat wij uiteindelijk ook een beter beeld krijgen van deze problematiek is mooi meegenomen, maar ook niet meer dan dat.
Het doel is en blijft de echt mishandelde kinderen snel en efficiciënt te helpen.
Helaas te weinig sms'jes ontvangen, dit kind is niet gered.
Kindermishandeling is een tegennatuurlijk verschijnsel.
107.200 volgens die poster.
Het moeilijke met zowel kinderporno als terrorisme en kindermishandeling is dat het allemaal daadwerkelijk gebeurd. Naast alle gevallen waarin de elite via Dutroux-kanalen kinderen misbruikt voor seks of gebruikt om simpelweg op te jagen in het bos, en natuurlijk alle gevallen van staatsterrorisme en natuurlijk alle gevallen waarin de staat families uit elkaar rukt... naast al die gevallen bestaan er natuurlijk ook gewoon echte pedoseksuelen, terroristen en kindermishandelaars.
De overheid zou met wetten die op dit soort gevoelige onderwerpen heel voorzichtig en terughoudend moeten zijn (net als met die paddowet) en zeker niet luisteren naar de opruiende media.