Onlangs heeft de controversiële Spaanse kunstenaar Santiago Sierra in het West-Duitse Pulheim een ongebruikte synagoge omgebouwd tot gaskamer. Pompte hij vorig jaar nog een Duits museum vol met blubber, nu worden er in een voormalige gebedsruimte de uitlaatgassen van zes auto’s binnengeblazen en kunnen bezoekers met een gasmasker op de giftige ruimte betreden. Santiago die vaker controversiële kunst maakte met een sterk geëngageerde inslag is niet bepaald subtiel in zijn kunstuitingen. Hij toont de almacht van geld om zijn levende kunstobjecten de meest uiteenlopende dingen te laten doen. De gaskamer was zijn protest tegen het feit dat de herdenking aan de Holocaust steeds meer in het banale wordt getrokken. Natuurlijk werd deze kunstuiting door de Centrale raad van de Joden in Duitsland veroordeeld als een belediging voor de holocaustslachtoffers. Kunsthorror noemden ze het. lees meer
Het deed me meteen denken aan David Cole, een jonge Amerikaan met joodse ouders, die jaren geleden zijn eigen onderzoek startte naar de holocaust. Hoewel hij verklaarde dat hij oorspronkelijk niet tot doel had de holocaust te ontkennen of haar slachtoffers te kwetsen, werd hij vanwege zijn controversiële onderzoeken en uitspraken door de holocaustlobby in het kamp van de revisionisten en de marcherende bruinhemden geplaatst. Aangezien een aantal foute revisionisten zich achter zijn onderzoek schaarden en het gebruikten voor hun onzalige politieke praatjes, kwam hij steeds meer onder vuur te liggen. Cole zijn leven werd verwoest door toedoen van de fanatieke Jewish Defense League (JDL), die schijnen te geloven dat je haat met haat moet bestrijden. Aparte club overigens, die JDL, die ook Baruch Goldstein tot haar leden mocht rekenen. Cole werd onder zware druk gedwongen zijn uitspraken te herroepen en publiekelijk zijn excuses uit te spreken, om vervolgens te verworden tot een schim van de slissende (kleine) man die hij ooit was.
Los van het gegeven of Cole nu gelijk had of niet en of hij kwetsend optrad of niet, feit blijft dat het openlijk plaatsen van kritische kanttekeningen aan de holocaust een zeer linke en gedurfde onderneming is; een soort Jackass voor gevorderden, zeg maar. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de vele foute lieden die zich in het kamp van de revisionisten bevinden. Blijkbaar is dit nog steeds één van de weinige taboes als het gaat om het objectief onderzoeken van belangrijkste historische gebeurtenissen.
En Santiago Sierra: kunstzinnig, kwetsend, visionair of gek, heeft in ieder geval wel cojones.
Neemt niet weg dat er inderdaad naast slordige wetenschappers Cole óók een even slordige Joodse lobby bestaat die nogal overdreven gevoelig reageert op dit onderwerp. Beide helpen het geschiedkundige onderzoek bepaald niet vooruit.
Over Sierra nu. Tja, ballen heeft ie. Precies dat heb ik op kunstprojecten als dit tegen. Als je zo'n beladen onderwerp als de holocaust op zo'n dikhoutplankenzagen-manier tot kunstonderwerp maakt, heb je het onderwerp simpelweg niet begrepen. Juist omdát het zo gevoelig ligt, wordt er gewoonlijk subtiel mee omgegaan. Iemand die een synagoge tot gaskamer ombouwt, houdt er dus geen rekening mee dat nabestaanden daar gigantisch door kunnen worden gekwetst. Ofwel: hij is dan juist degene die de holocaust bagatelliseert.