„We belonen degenen die ons ondersteunen. Voor onze vrienden stellen we goede economische betrekkingen in het vooruitzicht“, aldus de zelfbenoemde voorzitter van de Libische overgangsregering en de ex-minister van Justitie die niets van het repressieve Ghadaffi regime wist Mustafa Abdul-Jalil. Met die „economische betrekkingen“ in het vooruitzicht haasten de EU en de VS zich om verbindingsbureau’s, ofwel ambassades, te openen in de Libische rebellenhoofdstad Bengasi. Zelfs hooggeplaatste diplomaten vliegen naar oostelijk Libië om de „vrijheidsstrijd“ tegen kolonel Ghadaffi te ondersteunen. Baroness Ashton van de EU in meer dan pathetische woorden: „op het vliegveld zag ik een spandoek met de woorden „we hebben een droom““. Een droom gedragen door een mengelmoes van hongerige en werkloze Libische jongeren, Al Qaida-achtige extremisten, buitenlandse huurlingen en Britse en Franse „special forces“.
Waar Ashton en haar collega’s vooral van dromen zijn gas, olie, militaire basissen en een hoofdkwartier voor het Amerikaanse AFRICOM. En NATO-suprematie in de Middellandse Zee. Niet te vergeten de „opbouw-contracten“ voor de tijd na de oorlog. Terwijl Obama en de Britse premier Cameron in de krant The Guardian de internationale gemeenschap nog eens oproepen om de burgerbevolking van Libië te beschermen, bombardeert de NATO toevoerwegen naar Tripolis, containerschepen met voedsel (die de stad Misrata zouden bedreigen), scholen, ziekenhuizen en andere infrastructuur. „De oorlog kan nog maanden duren“, waarschuwt het bondgenootschap. Maanden waarin de burgerbevolking in het westen van Libië langzaam wordt uitgehongerd. War=Peace, volgens Obama en Cameron. Toch kunnen de opstandelingen in Libië nog steeds rekenen op de steun van hun opstandige Arabische broeders in Egypte (waar ondertussen meer mensen in kerkers belanden als onder Mubarak), Jemen, Tunesië, Oman, Bahrain, en natuurlijk de volgende klant van de NATO Syrië). Dat terwijl de strijd in Libië essentieel anders is als de revolutie in de rest van Noord Afrika en het Midden Oosten. Niet alleen is er een gewapend conflict in Libië aan de gang, zorgvuldig voorbereid door de door Amerika ondersteunde „oppositie“ en de militaire planners in London en Parijs, maar haalt de „oppositie“ in huis waar in de overige revolte-landen tegen wordt verzet: het westen en haar steun aan dubieuze regimes via corporations, wapendeals en olie- en gas production sharing agreements. En de sociale ongelijkheid en repressie die daarmee gepaard gaat. Libië is het front van de contra-revolutie waar het „oude regime“ zojuist haar diplomatieke missie heeft geopend.
Dit is controleerbaar op het internet, dit is propaganda van de Libische staats tv.
De Arabische Wereld is tegen Gaddafi, de Palestijnen Pro-Palestijnse buitenlandse actiegroepen zijn tegen Gaddafi.
Turkije wil dat Gaddafi vertrekt, er is geen andere weg.
Rusland wil dat Gaddafi vertrekt en erkent de misdaden die door Gaddafi begaan zijn, en het liefst door een politieke oplossing, en niet door een jachtpartij
In het Westen zijn de Berbers,Tuareg en Toubou people in opstand, overal door heel Libië zijn er opstanden, alleen door de wapens blijft Gaddafi nog aan de macht.
Zou hij de beloofde wapens uitdelen aan het volk dan is het voor Gaddafi einde verhaal.
Hij zou het aan de stammen overlaten en naar Misrata sturen om de opstandelingen een lesje te leren, maar waar zijn die stammen?
De werkelijkheid is, dat de stam van Misrata 1 miljoen man tegen Gaddafi is.
En ik sluit hier af met een link naar een artikel (25 mei) van Amnesty International.
Pain and loss hits every family in Misratah