Dankzij sprookjesverteller Al Gore is het milieu nu helemaal hot. Letterlijk als je hem mag geloven. Het is vijf voor twaalf en wat begon met een zeer tot de verbeelding sprekende maar wetenschappelijk twijfelachtige bioscoopfilm, is nu in rap tempo aan het uitgroeien tot soort milieurace waarbij industrieën zich haasten hun eigen producten zo ‘CO2-neutraal’ mogelijk te laten zijn. Want CO2-neutraal is inmiddels synoniem met green. En green, groen, staat voor duurzaam en dat is wat we uiteindelijk willen: een maatschappij die leeft als commensalistisch symbioot van ‘Gaia’ en niet als parasiet.
Onderbouwing ontbreekt, Al Gore liegt dat ‘ie barst als hij stelt dat het een bewezen feit is dat antropogene CO2 het klimaat aan het veranderen is, maar CO2-neutraal verkoopt en het interesseert bedrijven nou eenmaal helemaal niets wat ze moeten doen om hun producten aan de man te brengen. Dus als minder CO2-uitstoot in de ogen van de consument betekent dat iets goed is, dan maken we alles CO2-neutraal, ongeacht of zo’n product wel of niet minder belastend voor het milieu is. Helaas heeft CO2-neutraliteit niet veel met een meer leefbare aarde te maken, helemaal niet op de manier waarop de industrie CO2-neutraal interpreteert, bovendien zijn er grotere problemen om op te lossen voordat we kunnen spreken van duurzame samenleving.
Zo worden elektrische auto’s gebracht als het groene alternatief voor normale auto’s want bij gebruik CO2-neutraler ondanks dat ze uiteindelijk misschien wel belastender zijn op het milieu vanwege het productieproces en de gebruikte materialen. Maar bedrijven willen zoveel mogelijk producten verkopen omgeacht welke hype ze daarvoor moeten volgen, of beter nog: moeten creëren. Want zo werkt het ook nog eens: consumentenvraag bestaat nauwelijks, vraag wordt gecreëerd middels alom aanwezige marketing en lifestyle propaganda. Of dacht iemand dat hun dochters uit zichzelf op het idee zijn gekomen dat plastic protheses maatje DD en een prachtig gebleekte anus ze gelukkiger zouden maken? Of dacht je dat je voor jezelf met zo’n belachelijk zware en lelijke klok aan je klauw rondliep? Hoe dan ook, Al Gore gaf de industrie een prima voorzet en die zijn ze nu aan het inkoppen, nog steeds ten koste van ons milieu.
En zo zitten we nu met aan de ene kant de producenten die als doel hebben zoveel mogelijk verkopen en aan de andere kant met de consumenten die als doel hebben zoveel mogelijk modieuze shit, dure prullen en elektronische gadgets te kopen. En dan vragen we aan hen om te minderen? Hoeveel minder zouden onze afval- en grondstofproblemen zijn als we gewoon wat langer deden met onze spullen en niet als lemmingen achter alle modetrends zouden aanhollen? Maar zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar en je kan je daarom afvragen hoe succesvol een filosofie die mindering preekt gaat zijn. Ik weet het antwoord al: niet.
Gek genoeg is er een heel erg werkzame oplossing.
Footprint
Momenteel zijn we allemaal bezig onze carbon footprint te verkleinen, want zo noemen we vermindering van CO2-uitstoot in hippe termen. Niet alleen onze carbon footprint, maar meer algemeen onze ecologische footprint en iedereen is nu in een race om die zo klein mogelijk te maken. Waarom? Wie bedenkt zoiets onnozels? Als nou in elke footprint die je achterlaat een weelde van nieuw en duurzaam leven zou ontstaan, zou je dan niet de hele aarde juíst willen voorzien van zulke footprints? Natuurlijk wel. Ik zou er speciaal maat 45 voor gaan dragen. De biomassa van alle mieren op aarde is ongeveer vier maal die van alle mensen. Hun energieverbruik is zeer waarschijnlijk groter dan die van mensen, de hele dag (schijnbaar) doelloos rondrennen, dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Hun ecologische footprint, ook in termen van CO2 uitstoot, is in sommige opzichten groter dan die van mensen. Zijn mieren daarom schadelijk voor het milieu?
Met de CO2-neutral-is-green-hype zijn we achter een onzinnige verkeerde hype aan het aanrennen. Een hype die ook nooit kan werken, want bedrijven en mensen willen niet minderen en uiteindelijk zal CO2-reductie hen daarin gaan belemmeren. By-design zitten we nu op het verkeerde pad.
Footprint is een soort van intuïtieve maat voor onze invloed op de diverse ecosystemen waarvan wij deel uitmaken. Veel belangrijker dan de grootte van die footprint is het effect en de samenstelling van die footprint. Want wat is het grote verschil tussen mieren en mensen? Behalve de collectieve domheid van mensen ten opzichte van de collectieve slimheid van die mieren dan? Het verschil is dat die mieren weliswaar een grotere ecologische footprint hebben, maar geen afval produceren, integendeel. Alles wat de mier produceert is weer voedsel voor vruchtbare biologische processen. En de mier is daarin niet de enige, alle organismen op één na hebben een afvalloze levensstijl. Wij mensen daarentegen produceren vrijwel alleen maar afval. Zelfs de rottende lijkende van onze dode familieleden breken niet helemaal meer af tot voedsel, die plastic doppen, maatje DD, die onze dochters zoveel geluk hadden moeten brengen overleven ons allemaal. Alles in de natuur leeft in kringlopen, van voedsel (=grondstof) naar voedsel. Een mens leeft in ketens, van grondstof naar afval. En zo kan het dus gebeuren dat er op de oceanen gebieden bestaan zo groot als hele landen waar meer plastic ronddrijft dan dat er biologisch leven zoals plankton aanwezig is. Want elk plastic zakje dat ooit is weggegooid, élk plastic zakje dat óóit is weggegooid, bestaat nog en zwerft ergens op aarde rond. Met zo’n footprint kan het natuurlijk nooit lang goed gaan.
Cradle-to-cradle
De oplossing is kinderlijk eenvoudig: alles dat we afdanken moet voedsel zijn voor nieuwe ketens, zodat ketens vanzelf veranderen in kringlopen. En daarmee bedoelen we niet zo maar eenvoudige downgrading recycling, waarbij een elektronische gadget misschien nog één keer een leven als iets eenvoudigs kan hebben, maar volledige recycling, upgrading recycling indien nodig. Het is niet moeilijk en het voordeel is dat industrieën zoveel mogelijk kunnen gaan maken en consumenten zo spilzuchtige kunnen gaan leven als ze willen, omdat alles wat ze afdanken voor nieuwe leven kan zorgen. En dat, dat kan wel gaan werken. Niet minderen, maar meerderen en toch duurzaamheid garanderen. Dit is de basis onder het Cradle-to-cradle concept dat William McDonough en Michael Braungart hebben uitgewerkt tot iets dan een industriële revolutie zou kunnen veroorzaken, als we maar zouden luisteren. Ik heb Michael laatst gesproken en hij heeft zonder twijfel één van de meest inspirerende lezingen waar ik ooit bij aanwezig was. Als jullie nou allemaal eens naar de baas rennen en hem opmerkzaam maken op de NUTEC-beurs in Frankfurt, 12-14 november, dan weet ik zeker dat in jullie bedrijf die revolutie kan beginnen…
Iets vergelijkbaars wat Patman hier stelt zeg ik ook altijd als ik mensen hoor zeggen dat hummer-rijders aan de hoogste boom moeten. Het probleem is namelijk niet dat dat ding veel energie verbruikt maar waar die energie vandaan komt.
Daarom is het een goed idee, om jezelf op een "informatiedieet" te zetten, zodat niet alle nonsens tot je door kunnen dringen.