In de wereld van archeologie, paleontologie en historie nemen de Out-Of-Place Artifacts (OOPArts) een bijzondere plaats in. Het zijn namelijk historische objecten die gevonden worden in onlogische of onmogelijke locaties en tijdvakken en daardoor regelrecht ingaan tegen algemeen geaccepteerde historische opvattingen. De gevestigde wetenschap verzwijgt liever het bestaan van de OOPArts of doet ze af als hoaxes, terwijl alternatieve historici en creationisten ze juist aangrijpen om de theorieën van de gevestigde orde te ondermijnen. Wat ze ook zijn, ze bestaan echt, zijn vreemd en geven aanleiding tot erg interessante theorieën.
Maak niet de vergissing OOPArts te verwarren met UFO’s: hoewel volgens sommigen die twee zaken wel wat met elkaar te maken hebben, zijn OOPArts werkelijke, tastbare en (veelal) wetenschappelijk onderzochte artefacten en slijten ze hun dagen in achterafkamertjes van musea en privé-collecties. Het zijn objecten die controverse oproepen omdat ze niet stroken met de algemene opvattingen zoals die staan in de geschiedenisboeken. In het gunstigste geval zijn het verkeerd gedateerde of kundige vervalste objecten die met opzet ergens zijn geplant om verwarring te creeëren, maar in het ergste geval zijn ze het bewijs voor een foutieve geschiedkundige theorie. Mede om die laatste reden worden deze objecten vaak door de gevestigde wetenschap genegeerd. Het compleet op zijn kop moeten zetten van geschiedkundige theorieën zal voor veel wetenschappers kopzorgen geven omdat hun (broze?) carrières voor een groot gedeelte bouwen op bepaalde algemeen geaccepteerde wetenschappelijke aannames. Het plotsklaps moeten verwerpen van een theorie die al decennialang staat, zou voor veel uitgevers, bibliotheken, wetenschappers, leerstoelen, faculteiten en reputaties een regelrechte nachtmerrie zijn.
Maar wat zijn nu die OOPArts en waarom zijn ze zo ‘gevaarlijk’ voor de gevestigde wetenschapper en onderzoekers? Er is een flinke lijst van deze objecten, waarbij aangetekend moet worden dat het authenticiteitsgehalte per object verschilt, maar ze delen allemaal hun eigenschap van “vreemde eend in de bijt”. We zullen een paar van de meest interessante OOPArts bespreken:
De kaart van Piri Reis
De kaart van Piri Reis; dit is misschien wel één van de meest bijzondere artefacten ooit. De 16e eeuwse kaart van de Turkse admiraal Piri Reis is gewoon te bekijken in het Topkapi Museum in Istanboel en daarop ziet men een ondermeer een landmassa die Antartica zou weergeven zoals het geweest zou zijn voordat de permanente ijslaag zich erop vormde. Wat de kaart nog meer bijzonder maakt is dat de informatie erop niet uit de 16e eeuw stamt, maar afkomstig zou zijn van kaarten die duizenden jaren ouder zijn. Of het zich hier om Antartica handelt is voor sommigen nog omstreden (Atlantis misschien?), maar wanneer de claim waar zou zijn zou het betekenen dat er mensen om de Antartictische kust hebben genavigeerd voordat de ijslaag zich gevormd had. Dit betekent dat een volk op zijn laatst 9000 jaar geleden de kust ijsvrij in kaart heeft kunnen brengen; een periode waarvan de algemeen geaccepteerde historie ons vertelt dat er amper beschaafde volkeren waren, laat staan ontwikkelde beschavingen die een dergelijke reis en kaart konden maken. Mensen als Charles Hapgood, Graham Hancock en Rand Flem Ath hebben hier zeer boeiende boeken over geschreven.
De batterijen van Bagdad en prehistorische elektriciteit
De batterijen van Baghdad; nee, dit heeft niks te maken met Amerikaans afweergeschut dat daar nu staat, maar letterlijk met een soort prehistorische accu’s van ruim 2000 jaar oud die men in 1936 in Irak vond. Aangenomen wordt dat deze terracotta potten, met binnenin een koperen huls met daarin weer een ijzeren staaf en afgedicht door een stop van asfalt, werden gevuld met een zure vloeistof als citroensap of azijn om zo een elektrochemisch proces op gang te brengen. Inmiddels is bewezen dat de potten in deze hoedanigheid inderdaad een bescheiden mate aan elektriciteit konden opwekken en neemt men aan dat de elektriciteit gebruikt werd om objecten te verzilveren of vergulden. Ook van de oude Egyptenaren wordt gezegd dat ze de praktische toepassing van elektriciteit kenden. Een indirect bewijs voor die laatste claim zou liggen bij de complexe muurschilderingen in onderaardse grotten en tempels waar geen daglicht voorhanden was (zelfs niet te creeëren met spiegels en buitenlicht). Gedacht wordt dat de Egyptenaren een vorm van elektrisch licht hadden, aangezien de beschilderde ruimtes geen enkel spoor van roet zouden vertonen; men zou altijd sporen van roet terugvinden wanneer de werkzaamheden bij het schijnsel van vuur waren uitgevoerd. Het roetarugument is echter niet onomstreden. In dat opzicht zouden de bijzondere muurreliëfs van de Hathor Tempel in Dendara, Egypte een indicatie kunnen zijn van lampen die op elektriciteit werkten. Ook de illustere Ark des Verbonds zou in werkelijkheid een grote condensator zijn en in staat flinke hoeveelheden elektriciteit op te wekken. Hoewel dit laatste artefact nooit gevonden is, geldt dit wel voor de Baghdad batterijen. Hun bestaan staat haaks op de bewering dat de opwekking en praktische toepassing van elektriciteit voor het eerst ontstond in de 18e eeuw.
Schakel binnenkort weer in voor meer OOPArts: Oud-Egyptische vliegtuigen, kristallen schedels en pre-historische UFO’s
De hersengarage van Zapruder Inc.
Het ESM-paard staat binnen
George W. & Co. veroordeeld
De massavernietigingsonderbroek
Hoe Italië, Griekenland en België de Euro binnen werden gerommeld