In toenemende mate worden er patenten op genoomstructuren aangevraagd en gehonoreerd. Door dergelijke patenten wordt het mogelijk voor private bedrijven om bepaalde soorten van levende wezens te bezitten. Herhaal die laatste zin nog een paar keer. Ja, bedrijven kunnen het alleenrecht op insecten, bacteriën en zelfs dieren bezitten omdat ze de genetische structuur ervan in kaart hebben gebracht. De reden om te patenteren is om het onderzoek en daaruit voortvloeiende intellectuele kapitaal te beschermen en verdere investering in R&D aan te moedigen. Althans, dat is de officiële versie van het verhaal. De voordelen van een patent zijn voornamelijk gericht op geldelijk gewin en het uitsluiten van de concurrentie, terwijl de nadelen toch wat erger lijken te zijn. Niet alleen staat het de ontwikkeling van therapeutische toepassingen en algemeen onderzoek in de weg, werkt het monopolisme in de hand en zullen de hoge kosten van royalties en juridisch getouwtrek aan de consumenten doorberekend worden, maar het patenteren van bepaalde genetische sequenties zal ervoor kunnen zorgen dat één organisme een deel (of geheel) van een ander organisme ‘bezit’; dit heeft betrekking op de genetische structuren die in verschillende organismen voorkomen. Dit alles staat los van het feit of het überhaupt ethisch juist is om leven te patenteren en over te leveren aan de commercie. Diezelfde commercie zou er wel eens toe kunnen leiden dat wanneer mensen met gepatenteerde gentherapie behandeld worden, ze in overtreding zijn wanneer ze hun (gemodificeerde) zaad aan een spermabank doneren of verkopen. Stel je voor, een vergunning om seks te mogen hebben. Corporate controlled & approved.
De stuwende kracht hierachter is zoveel mogelijk geld verdienen, heeft niets met onderzoek of bescherming van intellectueel eigendom te maken. Canadese boeren werden een paar jaar geleden geconfornteerd met het feit dat hun kostbare in honderden zoniet duizenden jaren zorgvuldig gekweekte natuurlijke gewassen (graan, mais) waren vermengd met / besmet door de genetisch gemanipuleerde varianten van Monsanto. Die waren kennelijk overgewaaid van andere velden in de loop der jaren. Monsanto ging echter naar de rechter en won de rechtzaken omdat de boeren inbreuk maakten op hun patenten door de gepatenteerde granen al dan niet met opzet te verbouwen. Het feit dat die natuurlijk velden onbedoeld en zeker ongewild sporen bevatte van de genetische gemanipuleerde soorten was voldoende om die patentwetten in werking te laten gaan. De meeste boeren besloten te schikken met Monsanto.