Hoewel we bij Zapruder niet zomaar vierkant achter de (soms elegante) evolutietheorie staan omdat er nog zoveel haken en ogen aanzitten, is een zeker mate van evolutietheorie wel toe te passen op bepaalde gecontroleerde ecosystemen. Vooral ecosystemen waar mensen deel vanuit maken scoren hoog, omdat mensen vaak zulke afgrijselijk voorspelbare wezens zijn. Noem het emergent gedrag, noem het de innerlijke drang naar conformisme, maar als je bepaalde kaders schept en randvoorwaarden neerlegt is het met pijnlijke accuraatheid te voorspellen wat de mensjes gaan doen. Evolutietheorie zou het ultieme zelfreinigende vermogen hebben door individuen die zich niet weten aan te passen uit te roeien, maar eerder zagen we bij het Peter Principle dat dit dus vaak niet opgaat. Dit principe verklaart dat mensen binnen een hiërarchische structuur evolueren totdat ze het niveau van hun incompetentie bereikt hebben. Met andere woorden: je maakt promotie totdat je op een positie terecht komt waarbij je niet meer de capaciteiten heb om die positie naar behoren te vervullen. Zo worden alle organisaties bevolkt door een laag mensen die niet geschikt zijn voor hun baan. Daar waar in een Darwinistisch universum korte metten wordt gemaakt met individuen die het niet meer kunnen bolwerken, zorgen hiërarchie en bureaucratie ervoor dat deze individuen op onnatuurlijke wijze uitstel van executie krijgen. Enter het Red Queen Principle.
Het Red Queen Principle is nauw verbonden aan het Peter Principle en komt voort uit de evolutionaire biologie. Dit principe stelt dat de noodzaak voor evolutionaire ontwikkeling van een soort nodig is om de relatieve vooruitgang in stand te houden. Dit is met een simpel voorbeeld helder te maken: als je een bos met bomen hebt waarbij de bomen telkens hoger willen groeien om zo meer zonlicht te vangen, dan zul je zien dat alle bomen groter zullen gaan groeien om hun plekje in de zon te bemachtigen. Dit zal een bos opleveren waarvan alle bomen groter worden maar waar per saldo de individuele bomen nog steeds ongeveer evenveel zon vangen dan aan het begin van de groeirace. Met dit verschil dat ze nu wel meer energie moeten spenderen om evenveel zonlicht te vangen omdat hun totale energiebehoefte nu groter is geworden door hun toegenomen omvang. Om alleen al hun toegenomen omvang in stand te houden moeten ze zich dus verder ontwikkelen. Hierbij heeft voortdurende evolutie op een gegeven moment alleen nog maar consolidatie van de huidige situatie tot doel. Als je dit terug vertaalt naar onze menselijke ecosysteempjes dan zou je kunnen stellen dat mensen die op hun niveau van incompetentie aangekomen zijn (Peter Principle) toch veel extra energie moeten spenderen puur en alleen om die positie te kunnen handhaven (Red Queen Principle).
De eerder aangehaalde hiërarchie en bureaucratie zijn instrumenten die dit falen van de evolutietheorie binnen menselijke ecosystemen moeten maskeren. Hiërarchie zorgt ervoor mensen die incompetent zijn, maar wel een bepaalde autoriteit genieten, onaantastbaar worden voor hun ondergeschikten en zo niet tot de orde geroepen kunnen worden als ze keer op keer falen. Hoe hoger de incompetente figuur op de ladder staat, hoe moeilijker het wordt voor gelijken en zelfs superieuren om dit individu aan te pakken; omdat incompetentie op een dergelijk hoog niveau duidelijk de incompetentie van de organisatie als geheel – en de top in het bijzonder – blootlegt. Bureaucratie steekt vervolgens dan de kop op omdat het bij uitstek een systeem is waarbij fouten weggemoffeld kunnen worden onder het mom van ingewikkelde procedures en regeltjes die gevolgd moeten worden om het systeem beter te laten functioneren. Toenemende bureaucratie is juist een veeg teken dat een organisatie (ecosysteem) zieker aan het worden is, omdat het een zichzelf versterkend mechanisme is dat steeds meer resources zal opslorpen. Hierdoor worden creativiteit en ondernemingsgeest gesmoord onder een lawine van regeltjes en formuliertjes wat tot gevolg heeft dat bureaucratie uiteindelijk geen enkel doel meer dient dan zichzelf in stand houden.
Deze in elkaar grijpende mechanismen kun je zonder veel fantasie in al hun verlammende werking zien voltrekken binnen grote bedrijven, organisaties en de politiek. Grote bedrijven verliezen hun slagkracht, innovatie en – nog belangrijker – hun plichtsgevoel om zich te verantwoorden voor hun daden, simpelweg om dat niemand meer zijn kop boven het maaiveld kan of durft uit te steken. Degenen die dat wel doen zitten doorgaans aan de top en dus in de meeste gevallen in hun eigen incompetentiezone. De politiek heeft hier ook veel last van: door het getrapte verkiezingsstelsel en het feit dat men altijd bij consensus moet regeren, is overleven – en dus consolideren – het eerste levensdoel van een politieke partij. Als je het hebt over meer heterogene ecosystemen, zoals een groep individuen die een bepaalde interesse delen maar verder totaal andere doelen nastreven, dan zie je dat dogma’s en taboes de bureaucratie hebben vervangen en bepaalde invloedrijke individuen een grote machtspositie innemen. Dit vind je voornamelijk terug in systemen als religie en wetenschap, waar men als ondernemend individu niet snel zal tornen aan de dogma’s die heersen binnen het consensusmodel, bang als men is voor uitsluiting.
Het is duidelijk dat veel van deze mechanismen die voor opzettelijke acties worden gehouden van de NWO of een andere kongsi van machtige marionettenspelers en als doorgaans als “evil” bestempeld worden, niks meer zijn dan ‘evolutionaire’ overlevingsmechanieken die ervoor zorgen dat een groep in stand gehouden wordt of dat incompetentie niet aan het licht komt. Hoewel dat op zich kwalijk te noemen valt, wil dat niet meteen zeggen dat de groep en haar individuen evil zijn. Het is natuurlijk wel zo dat wanneer je je in een invloedrijke positie bevindt, je dergelijke mechanismen kunt gebruiken voor eigen gewin of om een kwalijke agenda uit te voeren. Maar daarbij zul je verder moeten kijken dan de mechanismen in de groep alleen; je zal duidelijk een scheiding aan moeten brengen tussen wat emergent is (mechanismen die verbonden zijn aan het voortbestaan van de groep) en wat de manipulatieve kracht is die een uniek sturende invloed uitoefent op de groep.
Maar daarbij zul je verder moeten kijken dan de mechanismen in de groep alleen; je zal duidelijk een scheiding aan moeten brengen tussen wat emergent is (mechanismen die verbonden zijn aan het voortbestaan van de groep) en wat de manipulatieve kracht is die een uniek sturende invloed uitoefent op de groep.
Als we nou gewoon al onze talenten en skills bundelen en samen werken aan een betere wereld dan is het nog echt mogelijk ook!
De hersengarage van Zapruder Inc.
Walvisvet als biobrandstof
Verslaafd aan Russisch aardgas
De les van Libië
Europa geeft Iran schot voor de boeg (en in eigen voet)