Eindelijk goed nieuws uit Afghanistan: het land blijkt voor circa 1000 miljard dollar aan bodemschatten te bezitten. Dat meldt The New York Times in een 1.500 woorden tellend stuk. Voor wie een beetje op de hoogte is van de achtergronden van de Afghanistanoorlog niet werkelijk nieuws, verschillende onderzoeken gaven (met een slag om de arm) aan dat het land (naast de strategische ligging) aardig wat rijkdommen bezit. Toch juicht de NYT dat Afghanistan waarschijnlijk de grootste voorraad lithium ter wereld bezit (nodig voor accu’s, van auto’s tot laptops), en laat gretig allerlei bronnen verbonden met het Pentagon, of de Amerikaanse opperbevelhebber in het Midden Oosten Petraeus, hun verhaal doen. Opgewarmde kliek+Pentagon=psy-op, dachten al snel verschillende commentatoren. Het Amerikaanse leger heeft “goed nieuws” over Afghanistan nodig, en blijkbaar wordt pochen over de grondstoffen in Afghanistan gezien als “positief”.
Ergens in de mockingbird hoofden van de leiding PR (of Perception) in het Pentagon moet de gedachte zijn opgekomen dat een nieuwsbericht over de “bodemschatten van Afghanistan” een positieve uitwerking heeft op de publieke opinie over de oorlog. “Kijk, Afghanistan kan ooit geld verdienen, en wij zijn er om het uiteindelijk mogelijk te maken dat die grondstoffen exploiteerd worden.” Door grote corporations, die via production-sharing-agreements een x-percentage royalty aan de Afghaanse staat betalen, en zelf een “double-digit” winst schrijven.
Het valt niet eens meer cynisch te noemen dat de meisjesscholen, vrouwenrechten en democratie niet meer gebruikt worden als de propaganda-argumenten om de oorlog te verkopen, maar domweg menselijke hebzucht. De Afghanistan oorlog is de menselijk offers waard omdat, uiteindelijk, het land “het Saudi Arabië van Lithium” kan worden. Daarbovenop lijkt het stuk van de NYT ook gericht op corporations die mogelijk geïnteresseerd zijn in de exploitatie van Afghaanse grondstoffen. Een halve advertorial dus, met als achtergrond de Chinese belangstelling voor alles wat in de Afghaanse grond zit. Het “westen” moet in Afghanistan willen investeren, niet het “oosten”.
Hier kan geen CIA-propaganda meer tegen op.
Om de over een ongelukkige formulering ten aanzien van de Afghanistan- en Somalië inzet van Duitse troepen gevallen Duitse president Horst Köhler, kort door de bocht, aan te halen: “Uiteindelijk zal het Duitse volk moeten wennen aan het feit dat het leger op missie wordt gestuurd om economische belangen te beschermen.”
(Sorry voor de zio-link)
http://www.vecip.com/default.asp?titel=Afghanistan%20(Russische%20bezetting)&onderwerp=1401