Hoe ver kunnen corporations gaan om hun reputatie te beschermen? En hoe ver komen ze in een rechtsstaat en democratie om hun zin te krijgen? Ver. Dat bewijst de zaak rond het bedrijf Trafigura en het zogenaamde „Minton Report“. Trafigura Ltd, onderdeel van het in Nederland gevestigde Trafigura BV, is naar eigen zeggen een van de grootste olieleveranciers ter wereld maar voor niet-ingewijden vooral bekend van de „Probo Koala“, het gifschip dat tonnen chemisch afval voor de kust van het Afrikaanse Ivoorkust dumpte. Het gevolg: misschien wel 100.000 mensen werden ernstig ziek. Een „incident“ van vergelijkbare grootte als de Bhopal ramp in India. Natuurlijk wast eigenaar Trafigura de handen in onschuld en zou wat de Probo Koala aan boord had totaal niet giftig zijn. Onderzoeksjournalisten, van onder andere de Volkskrant, die het waagden om de waarheid boven tafel te krijgen over de Probo Koala werden structureel bedreigd met „gerechtelijke stappen wegens smaad“, waarbij het bedrijf het gebruik van „mazen in Engelse recht“ niet uit de weg ging. Dit gedrag is nu zo uit de hand gelopen dat de complete Britse pers „ge-gag-ordered“ is.
Al jaren sleept de affaire „Probo Koala“ en al jaren proberen journalisten uit te zoeken wat het verband is tussen duizenden zieke mensen rond Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust, het schip de Probo Koala en Trafigura. Met het „lekken“ van het zogenaamde „Minton Report“, opgesteld door het advocaten kantoor Waterson & Hicks in opdracht van Trafigura, lijkt eindelijk een doorbraak te zijn gekomen. Zodra het rapport, en interne emails van Trafigura, in The Guardian (en Volkskrant) verschijnen, schikt Trafigura een rechtszaak aangespannen door 31.000 inwoners van het getroffen gebied. Maar Trafigura speelt het spel geslepen. Waarschijnlijk heeft het bedrijf het rapport zelf gelekt.
Met beschadiging van de opdrachtgever-client verhouding, door het openbaar worden van het rapport, in de hand, stapt Trafigura naar het Britse Hooggerechtshof en krijgt een „ruling“ waarin het hof bepaalt dat de pers niets over de inhoud van het rapport mag melden. Een dergelijke uitspraak gaat zelfs zo ver, dat de media zelfs niets mogen zeggen over het bestaan van de „gag-order“. Om deze vorm van censuur te ondermijnen, plaatst Wikileaks vervolgens het rapport op haar website. In haar motivatie geeft Wikileaks aan dat de Britse pers opeens „in een Kafkaiaanse situatie“ is geraakt, waarin het „noch over het Minton Rapport mag schrijven, noch over de geheime uitspraak van het Hof“.
Om deze situatie op te heffen, besluit de Britse parlementariër Paul Farrelly vragen te stellen in het parlement over het rapport op Wikileaks (en een ander rapport over belastingontduiking door de Barclays Bank). Volgens de Britse wet kan het de media niet worden verboden om verslag te doen van wat in het parlement wordt besproken. Toch schrijft het advocatenkantoor van Trafigura, Carter Ruck, The Guardian aan om de krant erop te wijzen dat ook de uitspraken van Farrelly onder de gag-order vallen.
Subtiel, en met de uitzondering van Carter Ruck zonder namen te noemen, publiceert The Guardian vervolgens een stuk dat snel wordt opgepikt door blogs en samen met het rapport op Wikileaks, wordt verspreid via Twitter. Het commentaar op Wikileaks richting Carter Ruck: „Wees voorzichtig met wat je wenst.“
Toch hebben een aantal kranten stukken over het rapport ingetrokken, onder andere The Independent, en worden andere kranten verder bedreigd.
Helaas staat de zaak „Minton“ niet op zichzelf. Jaarlijks krijgen Britse kranten vele malen te maken met uitspraken van het Hooggerechtshof die hen verhinderen verslag te doen. Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gaan duidelijk maar tot een bepaalde hoogte.
Bij deze. De gehele affaire loopt voorlopig nog…
De hersengarage van Zapruder Inc.
Walvisvet als biobrandstof
Verslaafd aan Russisch aardgas
De les van Libië
Europa geeft Iran schot voor de boeg (en in eigen voet)