Als Paul Verhoeven’s “Starship Troopers” in 1997 (eindelijk) verschijnt, breekt bij (Amerikaans) publiek en critici de spreekwoordelijke “pleuris” uit. Complete verwarring. Heeft de succesvolle Nederlandse regisseur werkelijk een pro-fascistische science ficion film gemaakt? De kritieken op Startship Troopers gaan bizar ver. Zo wordt de film onder andere omschreven als een (goedkeurende) metafoor voor de holocaust. Verhoeven moet stilletjes gegniffeld hebben. Wat deze recensenten compleet over het hoofd gezien hebben, zijn de, toch wel erg voor de hand liggende, tongue-in-cheeck verwijzingen van Verhoeven en scriptschrijver Ed Neumeier naar de Amerikaanse samenleving met haar glorificatie van militarisering en flirten met fascisme. De film is een potpourri van jaren negentig “teeny trash” series, maatschappijkritiek, keihard sarcasme, mediapropaganda, science fiction en overtuigende “special effects” maar slaagt wonderbaarlijk in zijn opzet. De hollywood-bobo’s waren echter “not amused” en Verhoeven kon na het verschrikkelijke “Hollow Man” zijn koffers richting Nederland pakken.
Ook Starship Troopers, losjes gebaseerd op het gelijknamige boek van Robert A. Heinlein uit 1959, speelt zich af in een dystopisch universum. Op aarde heeft de mensheid zich verenigd in “the federation”, een fascistische samenleving waarin militaire dienst de enige mogelijkheid is om op te klimmen op de sociale ladder. Het “gewone volk” wentelt in weelde, heeft stemrecht opgegeven en wordt onderhouden met nieuwspropaganda (via het Federal Network, een soort FOX-news, dat via “nieuwsberichten” verschillende scènes aan elkaar plakt en steevast eindigt met “Would you like to know more?”. Een geniale zet van Verhoeven.). Tijdens het kolonialiseren van het universum stuit de mensheid op een buitenaards ras, de Arachnids (anarchists/Irakis?) van de planeet Klendathu ofwel de “bugs”. Met deze insectachtige wordt een bloedige oorlog uitgevochten om de heerschappij van het buitenaardse. Verhoeven en Neumeier laten moedwillig in het midden wie hier nu eigenlijk de agressor is, al hameren machthebbers op aarde keer-op-keer op het feit dat de mensheid zich minstens zo agressief moet opstellen als de gehate “bugs”.
De ambitieuze protagonisten van de film, John “Johnny” D. Rico (Casper Van Dien), zijn vriendin Carmen (Denise Richards) en beste vriend Carl Jenkins (Neil Patrick Harris, in die jaren mateloos populair door de teeny-serie Doogie Howser. Tot schrik van het publiek laat Verhoeven de ster vrolijk in een futuristisch ss-uniform rond paraderen),
besluiten na hun schooltijd het leger in te gaan om verder carrière te maken. Johnny, Carmen, Johnny’s latere “love intrest” Dizzy Flores (Dina Meyer) en Carl hebben allemaal een enorm hoog “Ken en Barbie” gehalte met bijbehorende matige acteerprestaties. Hoe vreemd het mag klinken, dit is juist een pluspunt en geeft een extra dimensie aan de onderliggende boodschap van de film. Terwijl Carmen en Carl respectievelijk bij de luchtmacht en inlichtingen in dienst gaan, blijkt Johnny minder begaafd. Hij komt bij de zandhazen, de “Mobile Infantry”, een legeronderdeel dat zonder enige genade met graagte wordt opgeofferd in de meest nutteloze aanvallen op “the bugs”.
Na de zoveelste slachtpartij, met een kleine 100.000 doden aan “menselijke” kant, komt Johnny terecht in een elite-eenheid. De zogenaamde “Roughnecks” (Rednecks?) waar hij zijn oude leraar Jean Rasczak, een briljante rol van Michael Ironside als de cliché wijze, doorgewinterde en oudere officier, tegenkomt. Het is aan deze “troop” om uiteindelijk, met hulp van Carmen en de weer opduikelde Carl, het pleit te beslechten en de film tot een goed einde te brengen.
Starship Troopers is zo geniaal omdat letterlijk alles in het teken staat van het “spoofen” van Amerikaanse cultuur. Het niet bijster diepgaande plot, het jaren negentig teeny-trash sfeertje tussen de verschillende hoofdpersonen, de clichématige rolverdeling (de hoofdpersoon/coole leider, de doorgewinterde veteraan, de “love-intrest” vrouwelijke bijrol, “comic-relief” bijfiguur), het militarisme, het hilarisch doorgeslagen nationalisme, de propaganda “nieuwsuitzendingen”, de glorificatie van oorlog en het onzinnig sneuvelen in een onzinnige strijd. Het einde van de film is zo legendarisch “slecht” dat het precies afmaakt waar het allemaal om draait. En daarom juist zo goed gedaan.
Voor de argeloze bioscoopbezoeker in 1997 ging dit feest net even te ver, al heeft Starship Troopers door de jaren heen een flinke “cult” status verworven (inclusief ST “trekkies, die waarschijnlijk nog steeds niet snappen waar de film om draait en in neo-neo-nazi kleding op science fiction bijeenkomsten rondlopen.). Net als in voorganger “Robocop” combineert Verhoeven meesterlijk cliché melodrama met maatschappijkritiek, en verpakt hij dit in een perfect lopende film. “Troopers” is net iets beter (naar mijn mening) en daarom Verhoeven’s absolute “meesterwerk”. Bovendien, een film die dergelijke doorgeslagen, rabiate recensies krijgt als Starship Troopers kan alleen maar meesterlijk zijn.
Overigens was voor het uitkomen van de film al bekend dat Verhoeven nazi propaganda gebruikte om de USA te bekritiseren. Hij heeft dat destijds ook (lachend) in interviews bevestigt.
De eerste keer dat ik ernaar keek was ik verbolgen over het overduidelijk pro-militaire pro-Amerikaanse aspect van de film, totdat ik doorkreeg dat het in feite die houding op de hak nam. Ik noem bijvoorbeeld de definitie van het citizenship, kinderen die het wapen van een militair vasthouden, een koe vs een Arachnid, talking heads (een vrouwelijk Bill O'Reilly variant) die experts negeren, politiek die niet werkt "to fight the bug we must understand the bug" etc.
Het “teeny trash” toppunt voor mij in die film was het moment dat een van de hoofdrolspelers te horen kreeg dat zijn ouders waren overleden door een aanval van de "Bugs".