Met vrijspraak voor (opnieuw) vier verdachten van de bomaanslagen op Madrileense treinen op 11 maart 2004 lijkt de “officiële” theorie van “Al Qaida geïnspireerde terroristen” verder onhoudbaar te worden. De aanslagen van 311 zijn altijd controversieel geweest. Niet alleen door het bijzonder bloedige en meedogenloze karakter van de laffe moord op 191 forensen, of de directe politieke gevolgen van de aanslag (het verlies van de regering Aznar in de verkiezingen een paar dagen later), maar met name door de verhouding tussen de verdachten en de Spaanse politie. Uiteindelijk blijken 34 van de 40 betrokken aanslagplegers of politieinformant of al langere tijd in de gaten te worden gehouden door de Spaanse politie of geheime dienst.
Op de morgen van 11 maart 2004, terwijl duizenden Madrilenen zich samenpakken in de cercanías om op weg te gaan naar hun werk, ontploffen 10 bommen in vier van dergelijke forensentreinen. De gevolgen zijn verschrikkelijk: 191 doden en 1824 gewonden. De getroffen treinen waren die ochtend alle vier tussen zeven uur en kwart over zeven vertrokken van het station Alcalá de Henares. Na de aanslagen treft de Spaanse politie in de buurt van dat station een busje aan met Spaans dynamiet, Goma-2 ECO vermengt met methenamine, tapes met Islamitische preken en korans. Geen twijfel mogelijk, de aanslagen zijn het werk van Islamitische extremisten. Of..?