Met zijn speech op de jaarlijkse Internationale Veiligheid Conferentie in München (Wehrkunde) maakte Vladimir Poetin dit jaar weinig vrienden. De Russische president begon de toespraak nog met een paar grapjes, maar al snel werd de toon van zijn uiteenzetting grimmiger.
“Vandaag de dag zien we het ongecontroleerd gebruik van geweld, militair geweld, in internationale relaties. Geweld dat de wereld doet afzakken in een afgrond van permanente conflicten. Als gevolg hiervan ontberen we de kracht om een begrijpbare oplossing voor deze conflicten te vinden. Een politieke oplossing wordt ook een onmogelijkheid.”
Het behoeft weinig fantasie om te begrijpen dat Poetin het Midden Oosten en Irak bedoelt. Maar de oorlog in Irak of de dreiging richting Iran zijn nog de minste van Poetin’s zorgen.
“We zien een groter en groter wordende minachting voor de grondbeginselen van internationaal recht. Deze rechtsregels schuiven richting het rechtssyteem van een land: de Verenigde Staten…(..)..Dit is zichtbaar in de economische, politieke, culturele en onderwijskundige regels die het andere landen oplegt. Wie houdt hiervan? Wie is hier blij mee?”
Ouderwetse Sovjet retoriek van een oud-KGB-er richting “evil empire” de Verenigde Staten? Helaas, Poetin heeft een punt. De president ligt namelijk wakker van niets minder dan een hernieuwde (kern)wapenwedloop en een nucleaire “first-strike”.