send-a-friend








Bericht (wordt verstuurd als HTML-mail)

Zapruder Inc.

Onder de paraplu van Somalische piraten (Deel 3)

image Karamatullah K. Ghori schreef op 15 maart 2002 verwijzend naar een Los Angeles Times report van 18 januari 1993 van een correspondent in Mogadishu, Mark Fineman, over het werkelijke belang van de Amerikanen in de Hoorn van Afrika: de aanwezigheid van olie. Het verhaal begint in de tachtiger jaren toen Bush Senior de vice-president was van Ronald Reagan. De Hunt Oil Company, een oliegigant in Texas, vindt olievoorraden in Jemen van meer dan 1 miljard vaten. Verder onderzoek toont aan dat er een trog van olie is dat loopt van de Rode Zee tot in Somalië en Jemen. De Wereldbank laat een studie uitvoeren door zijn meest beroemde olie ingenieur, de Ier Thomas E. O’Connor. En O’Connor is er absoluut van overtuigd dat het er barst van de olie. De oliekartel vrienden van Bush Senior duiken er als haviken op. Niet alleen vanwege de olie maar ook omdat Ronald Reagan het zat is om met een pro-Israëlische pet op het tegen Arabische en moslim belangen op te nemen. Wanneer in april 1986 de nieuwe olieraffinaderij van Hunt Oil in Maarib, Jemen, in gebruik wordt genomen, zegt vice-president George H.W. Bush Senior dat het voor het westen van strategisch belang is om ver van de Straat van Hormuz olie aan te boren. De Amerikaanse olie concerns troggelen vlot van de Somalische president Siad Barre de exploitatie rechten af. De man is een corrupte lakei van Washington en wordt goed gesmeerd. De vier bedrijven zijn Conoco, Amoco, Chevron en Phillips, allen bevriend met Bush Senior. Zij, en vooral Conoco, investeren tientallen miljoenen in het opsporen van nieuwe bronnen. 

Laat zien dat je geen spambot bent door onderstaande woord te typen:



xhtml 1.1 · css/2 · WAI · CC · dsgn Shawn Chin · site Patrick Savalle · host Digitux