Wanneer je in een discussie over mensenrechten, discriminatie of een terreurstaat refereert aan verrichtingen van nazi-Duitsland of “Adolf Hitler, mi ze malle fratsen” (Theo Maasen), dan roept men meteen dat je het Godwin-alarm af laat gaan. Refereren aan de gruwelen van het Derde Rijk wordt vaak gezien als een zwaktebod als het gaat om een analogie te trekken met zaken die tegenwoordig plaatsvinden. Op zich klopt dit wel, aangezien er genoeg recentere voorbeelden te noemen zijn die aantonen dat we sinds de Tweede Wereldoorlog nog geen bal hebben geleerd van de vroegere fouten. Toch blijft Hitler-Duitsland een sterk voorbeeld, aangezien het goed aansluit bij de belevingswereld van de mensen in Nederland en het 65 jaar na dato nog ieder jaar herdacht wordt. Hoewel je kunt discussiëren over het precieze aantal slachtoffers, hoeveel daarvan joods waren en in hoeverre de Geallieerde naties medeplichtig waren aan sommige wandaden (denk aan burgerdoelen en de corporaties) is iedereen het er over eens dat deze tijd een aansprekend voorbeeld is van wat men niet wil dat het ooit nog eens gebeurt. De schaamte is zelfs zo groot, dat we het eigenlijk er liever niet over hebben wanneer het gaat om zaken zoals het buitengewoon hoge aantal landverraders in Nederland destijds, de foute rol van het koningshuis of de hypocrisie waaraan Nederland zich nu schuldig maakt door in Afghanistan de drugs -en energielijnen te beschermen met militaire escorte militairen te sturen voor ‘opbouwwerkzaamheden’. We herdenken wel, maar we leren niks. We willen ook niet leren. Vandaar die spastische reactie als het Godwin-alarm weer afgaat. Toch, als we in mei weer deemoedig het hoofd buigen, staan we met nu z’n allen tot in ons middel in de neofacistische drek . En we zijn er allemaal zelf schuld aan.